Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2030

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
200.352.561/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 ErfrechtverordeningArt. 4:198 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake rekening en verantwoording gevolmachtigde in nalatenschap zonder testament

Erflater, die in 2017 terugkeerde naar Nederland na een verblijf in de Verenigde Staten, stelde in december 2017 een notarieel levenstestament op waarin hij zijn nicht, geïntimeerde, een algemene volmacht gaf voor zijn financiële en zakelijke belangen. Erflater overleed in 2021 zonder testament. Appellant, broer van erflater, vorderde bij de rechtbank onder meer rekening en verantwoording over het financiële beheer en betaling wegens vermeende onrechtmatige onttrekkingen.

De rechtbank wees de vorderingen af en het hof bevestigt dit oordeel. Het levenstestament geeft aan dat de gevolmachtigde niet verplicht was aan de erfgenamen verantwoording af te leggen, en het hof hecht groot gewicht aan deze expliciete bepalingen. Uit de overgelegde stukken en verklaringen blijkt dat erflater wilsbekwaam was bij het opstellen van het levenstestament en dat de financiële handelingen in overleg met hem plaatsvonden.

De gevolmachtigde heeft vrijwillig rekening en verantwoording afgelegd, waaruit geen onrechtmatige onttrekkingen blijken. De uitgaven zijn aangewend ten behoeve van erflater, waaronder persoonlijke verzorging en onkostenvergoeding. Het hoger beroep wordt verworpen en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van geïntimeerde.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geen onrechtmatige onttrekkingen zijn vastgesteld en wijst de vorderingen van appellant af met veroordeling in proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.352.561/01
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 574539
arrest van 31 maart 2026
in de zaak van
[appellant]( [appellant] ),
die woont in [woonplaats1] ,
die hoger beroep heeft ingesteld,
en bij de rechtbank optrad als eiser in de hoofdzaak en verweerder in het incident,
advocaat: mr. H. de Groen te Soest,
tegen
[geïntimeerde]( [geïntimeerde] ),
die woont in [woonplaats2] ,
en bij de rechtbank optrad als gedaagde in de hoofdzaak en eiseres in het incident,
advocaat: mr. M.G. Hees te Laren NH.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof tegen het vonnis dat de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, op 18 december 2024 tussen partijen heeft uitgesproken.
1.2.
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- de akte namens [geïntimeerde] van 29 januari 2026 met bijlage(n);
- een e-mailbericht namens [geïntimeerde] van 11 februari 2026 met bijlage(n);
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling, die op 12 februari 2026 is gehouden.
1.3.
Op 12 februari 2026 heeft een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Hierna hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen.

2.De feiten

2.1.
[naam1] (erflater) is geboren [in] 1938. Hij heeft een groot deel van zijn leven in de Verenigde Staten gewoond. In 2017 is hij teruggekomen in Nederland. Hij heeft eerst (noodgedwongen) bij [geïntimeerde] gewoond en is in mei 2018 naar een verpleeghuis gegaan.
2.2.
[appellant] is de broer van erflater. [geïntimeerde] is de dochter van [appellant] en dus de nicht van erflater. Erflater en [appellant] hadden daarnaast nog een halfzus, [naam2] (zij is inmiddels overleden), en hebben een halfbroer, [naam3] .
2.3.
Erflater heeft op 22 december 2017 een notarieel levenstestament op laten maken. Hierin heeft hij een algemene volmacht afgegeven om zijn vermogensrechtelijke en andere zakelijke belangen te behartigen. Erflater heeft [geïntimeerde] als gevolmachtigde benoemd. In het levenstestament staat, voor zover hier van belang, het volgende:
“(…)
DOEL VAN DIT LEVENSTESTAMENT
Met dit levenstestament wil ik mede voorzien in de situatie dat ik om wat voor reden dan ook niet meer zelf mijn wil kan bepalen en beslissingen kan nemen. Ik tref daartoe de volgende maatregelen:
Ik geef een algemene volmacht om mijn vermogensrechtelijke en andere zakelijke belangen te behartigen (onder I tot en met III).
(…)
I. VERLENING ALGEMENE VOLMACHT
Aanwijzing gevolmachtigde
Ik wijs aan tot mijn algemeen volmachtigde:
Mijn nicht (tantezegger) mevrouw [geïntimeerde] ,
(…)
Toelichting op aanwijzing gevolmachtigde
Ik heb merendeel van mijn leven in het buitenland gewoond en heb thans de nationaliteit van de Verenigde Staten van Amerika, terwijl mijn familie woonachtig is in Nederland. En van die familie heb ik alleen goede contacten onderhouden met mijn genoemde nicht, die zelf ook in de Verenigde Staten van Amerika heeft gewoond. Ik ben nimmer gehuwd geweest noch geregistreerd als partner en heb geen afstammelingen. Gezien mijn leeftijd en gezondheid heb ik het verstandig geacht mijn intrek te nemen bij mijn genoemde nicht, die voor mij een verblijfsvergunning tracht te regelen. Zij is de enige die voor mij wil zorgen.
Ik kan in mijn eigen onderhoud voorzien daar ik een Amerikaans pensioen heb.
Ik heb besloten mijn vertrouwen volledig in handen te leggen van mijn genoemde nicht daar ik zelf niet bekend ben met de Nederlandse wet- en regelgeving.
Volmacht gaat direct in.
(…)
II. ALGEMENE BEPALINGEN
(…)
Rekening en verantwoording
De gevolmachtigde is verplicht per kwartaal rekening en verantwoording aan mij af te leggen over de voorafgaande periode. Na goedkeuring van de rekening en verantwoording zal ik de gevolmachtigde decharge verlenen.
De gevolmachtigde is niet verplicht rekening en verantwoording aan mijn erfgenamen af te leggen. Ik heb daarvoor de volgende redenen: uitgezonderd mijn genoemde nicht onderhoud ik beperkte contacten met mijn bloedverwanten.
(…)
III. BEVOEGDHEDEN VAN DE GEVOLMACHTIGDE
Bevoegdheden in concrete zin
De nu volgende opsomming van bevoegdheden is uitsluitend bedoeld als verduidelijking voor de gevolmachtigde. Zij is uitdrukkelijk niet bedoeld om niet-genoemde bevoegdheden uit te sluiten. Voor zover nodig, bevestig ik dat de gevolmachtigde de volgende bevoegdheden heeft.
i. Bankzaken en overige financiële zaken
Deze volmacht geeft de bevoegdheid om al mijn bankzaken en overige financiële zaken te regelen. Mijn bankzaken en overige financiële zaken omvatten onder meer het volgende:
-
Bankrekeningen
Het gebruik – op alle mogelijke manieren- van al mijn bankrekeningen. Dat zijn alle rekeningen die (mede) op mijn naam bij een financiële instelling worden aangehouden, zoals betaal- en spaarrekeningen, beleggings- rekeningen en bankspaarrekeningen. Met gebruik bedoel ik alle bankzaken die ik met mijn rekeningen mag doen, zoals geld opnemen, betalingen verrichten aan derden en het gebruik van een eventueel krediet op de rekening. Onder gebruik valt ook het online gebruik, bijvoorbeeld via de mobiele telefoon of tablet. De gevolmachtigde is bevoegd de daarvoor benodigde overeenkomsten te ondertekenen. Ook mag hij rekeningen opheffen en op mijn naam nieuwe rekeningen openen.
(…)
IV. AANWIJZINGEN VOOR DE GEVOLMACHTIGDE
Deze volmacht geeft de gevolmachtigde de bevoegdheid naar eigen inzicht in mijn belang rechtshandelingen aan te gaan. Als leidraad bij de uitoefening van de uit deze volmacht voortvloeiende bevoegdheden geef ik de volgende aanwijzingen. Deze aanwijzingen hebben uitdrukkelijk niet de strekking de bevoegdheden van de gevolmachtigde zoals in II. omschreven te beperken.
Wanneer gebruikmaken van deze volmacht
Ik ga ervan uit dat de gevolmachtigde alleen dan gebruik maakt van de volmacht indien en zo lang dat gezien mijn geestelijke en/of lichamelijke toestand nodig is. Ik ben mij ervan bewust dat derden niet hoeven en vaak ook niet kunnen controleren of er sprake is van een dergelijke geestelijke en/of lichamelijke toestand. Rechtshandelingen die door de gevolmachtigde namens mij worden verricht terwijl ik nog of weer in staat ben zelf te handelen, blijven geldig.
(…)
VIII. OVERIGE BEPALINGEN
Onkosten/loon gevolmachtigde
Een gevolmachtigde mag de onkosten die hij maakt bij de uitoefening van deze volmacht bij mij in rekening brengen, voor zover de gemaakte kosten passend zijn.
Een gevolmachtigde mag geen loon bij mij in rekening brengen.
(…)”
2.4.
Erflater is overleden [in] 2021. Erflater had op het moment van overlijden geen testament opgemaakt. Hij had geen partner of kinderen.
2.5.
[appellant] heeft de nalatenschap van erflater beneficiair aanvaard.
2.6.
Tussen partijen is een eerdere procedure gevoerd, waarbij [appellant] vorderingen ten behoeve van de nalatenschap heeft ingesteld. Bij vonnis van 1 februari 2023 is hij niet-ontvankelijk verklaard in de vorderingen omdat [appellant] op grond van artikel 4:198, eerste lid, BW daartoe zonder toestemming van de kantonrechter alleen bevoegd is samen met de overige erfgenamen.
2.7.
Bij beschikking van 5 juni 2023 heeft de kantonrechter [appellant] , in zijn hoedanigheid van mede-vereffenaar, een machtiging verleend om ten behoeve van de nalatenschap van erflater een rechtsvordering in te stellen.
2.8.
[appellant] heeft de voorzieningenrechter verzocht verlof te verlenen voor het leggen van conservatoir beslag op de woning van [geïntimeerde] en haar bankrekening bij de ING, met een voorlopige begroting van in totaal (€ 37.140,- + 30% rente) € 48.282,-. De voorzieningenrechter heeft op 22 september 2025 verlof verleend voor het gevraagde beslag.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
[appellant] heeft bij de rechtbank gevorderd:
- [geïntimeerde] te veroordelen tot het doen van rekening en verantwoording over het gevoerde financiële beheer voor erflater in de periode van 22 december 2017 tot en met
2 januari 2021, met name met betrekking tot de pinopnames;
- [geïntimeerde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting binnen veertien dagen na het door de rechtbank te wijzen vonnis aan de nalatenschap van erflater € 37.140,- te betalen op grond van onrechtmatige daad, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2023, althans een datum die de rechtbank juist acht;
- [geïntimeerde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting binnen veertien dagen na het door de rechtbank te wijzen vonnis aan de nalatenschap van erflater € 1.146,40 te betalen aan buitengerechtelijke incassokosten, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dagtekening van het te wijzen vonnis;
- [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van de procedure.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [appellant] de vordering betreffende het doen van rekening en verantwoording ingetrokken.
3.2.
[geïntimeerde] heeft bij de rechtbank geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van [appellant] in zijn vorderingen, althans de vorderingen af te wijzen. In het geval [appellant] in het ongelijk zou worden gesteld, heeft [geïntimeerde] een proceskostenveroordeling gevorderd van primair de werkelijke proceskosten en subsidiair de forfaitaire proceskosten. Hiertegen heeft [appellant] verweer gevoerd.
3.3.
De rechtbank heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen. Het beroep van
[geïntimeerde] op niet-ontvankelijkheid van [appellant] is ook afgewezen. [appellant] is daarnaast veroordeeld in de forfaitaire kosten van de procedure van [geïntimeerde] .

4.Het oordeel van het hof

4.1.
De bedoeling van het hoger beroep van [appellant] is dat de afgewezen vorderingen alsnog worden toegewezen.
4.2.
Erflater was Amerikaans staatburger. Het hof zal daarom eerst moeten oordelen over de vraag of het hof rechtsmacht heeft ten aanzien van de onderhavige vorderingen, die zien op de nalatenschap. Dat is het geval, omdat erflater ten tijde van zijn overlijden zijn gewone verblijfplaats in Nederland had. [1] De rechtbank heeft op de vorderingen (kennelijk) Nederlands recht toegepast, waartegen geen grieven zijn gericht. Het hof zal hier dan ook van uitgaan.
4.3.
Het hof zal de beslissing van de rechtbank in stand laten en licht dat hierna toe.
4.4.
Op 22 december 2017 heeft erflater een levenstestament ondertekend ten overstaan van een notaris. In het levenstestament is aan [geïntimeerde] een algemene volmacht verleend om onder andere de bankzaken en overige financiële zaken van erflater te regelen. Uit het levenstestament volgt dat [geïntimeerde] eens per kwartaal aan erflater rekening en verantwoording moest afleggen. Verder is expliciet opgenomen dat [geïntimeerde] niet verplicht is om aan de erfgenamen van erflater rekening en verantwoording af te leggen en welke reden erflater daarvoor had. Erflater heeft in het testament onder andere opgenomen dat hij, buiten [geïntimeerde] , weinig contacten onderhield met zijn bloedverwanten, dat [geïntimeerde] de enige was die voor hem wilde zorgen en dat hij had besloten zijn vertrouwen volledig in handen te leggen van [geïntimeerde] . Het hof is van oordeel dat aan dergelijke nadrukkelijke passages in een levenstestament groot gewicht moet worden toegekend.
4.5.
In tegenstelling tot wat [appellant] wellicht tracht te betogen, is niet gebleken dat erflater ten tijde van het opstellen van het levenstestament de gevolgen daarvan niet zou hebben kunnen overzien en/of wilsonbekwaam was. Uit zowel de overgelegde verklaringen van [naam3] en de inmiddels overleden [naam2] , als wat [geïntimeerde] daarover op de zitting bij het hof heeft verklaard, blijkt dat het opstellen van een levenstestament een weloverwogen keuze van erflater is geweest, zodat [geïntimeerde] zowel de financiële als medische zaken voor hem kon regelen. Ook de betrokken notaris heeft zich van de wils(on)bekwaamheid van erflater moeten vergewissen.
4.6.
Hoewel [geïntimeerde] daar op grond van het levenstestament niet toe was verplicht, heeft zij tijdens de procedure in eerste aanleg toch rekening en verantwoording afgelegd. Het overzicht wat zij daartoe heeft gemaakt, bevindt zich in het dossier. [appellant] heeft zelf ook een overzicht overgelegd van de inkomsten van erflater. Deze bedroegen gemiddeld € 1.000,- netto per maand. Uit de afgelegde rekening en verantwoording en de vragen die daarover tijdens de mondelinge behandeling zijn gesteld, is het hof niet gebleken dat sprake is geweest van onrechtmatige onttrekkingen. In de eerste periode dat erflater in Nederland verbleef (bij [geïntimeerde] ) had hij nog geen bankrekening.
[geïntimeerde] heeft toen veel voor hem voorgeschoten. Dat is rechtgetrokken met twee grotere overboekingen (van € 400,- en € 500,-) naar [geïntimeerde] in januari 2018.
[geïntimeerde] heeft op verzoek van erflater op regelmatige basis geld gepind van de rekening van erflater (erflater wilde volgens [geïntimeerde] vanwege eerdere financiële perikelen zo weinig mogelijk geld op zijn bankrekening laten staan) en dat geld in overleg met hem uitgegeven. In het door [geïntimeerde] overgelegde overzicht zijn de uitgaven verantwoord. De uitgaven zijn aan erflater ten goede gekomen, zoals een uitje naar het strand, etentjes, lekkernijen, persoonlijke verzorging en inrichting van zijn kamer. Voor zover het contante geld is gebruikt voor de onkostenvergoeding van [geïntimeerde] (en [naam2] ), volgt uit het levenstestament dat hiervoor toestemming was. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [geïntimeerde] hierover verklaard dat zij en [naam2] met erflater hadden besproken dat dit een eenvoudige oplossing was voor de vergoeding van onder andere benzinekosten. Zowel [geïntimeerde] als [naam2] kwam meerdere keren per week bij erflater op bezoek, nam hem mee naar de fysiotherapeut, bracht hem naar het ziekenhuis en regelde ook verder veel voor hem. [geïntimeerde] en [naam2] ontvingen daarvoor elk een vergoeding van € 50,- per week. Toen [geïntimeerde] werk kreeg in Arnhem, daarvoor vier dagen per week beschikbaar moest zijn en in haar overige (vrije) tijd naar erflater ging, heeft erflater aangeboden een huishoudelijke hulp voor haar te betalen. Daar werd eerst een bedrag van € 35,- per week aan besteed en later € 40,- per week. Dergelijke bedragen komen het hof niet onredelijk voor. Daarbij komt dat [geïntimeerde] heeft verklaard op regelmatige basis overleg te hebben gevoerd met erflater over de financiën en dat alles zijn instemming had. Dit is door [naam3] en [naam2] in de schriftelijke verklaringen bevestigd.
4.7.
Het hoger beroep slaagt niet. [geïntimeerde] heeft gevorderd om [appellant] te veroordelen in de kosten van de procedure, primair de werkelijke kosten en subsidiair de forfaitaire kosten. Het hof ziet geen aanleiding om [appellant] te veroordelen in de werkelijke kosten van de procedure in hoger beroep. [appellant] heeft immers in de beschikking van 5 juni 2023 van de kantonrechter toestemming gekregen om de procedure te voeren. Naar het oordeel van het hof heeft [appellant] geen misbruik gemaakt van deze toestemming. Omdat [appellant] in het ongelijk is gesteld, zal het hof hem wel veroordelen in de proceskosten in hoger beroep volgens het liquidatietarief (forfaitair). De gevorderde nakosten zullen niet afzonderlijk worden toegewezen, omdat volgens vaste rechtspraak een kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel oplevert. [2] De kosten aan de zijde van
[geïntimeerde] worden begroot op:
- griffierecht: € 827,-
- salaris advocaat: € 3.142,- (2 punten x tarief III € 1.571,-)
Totaal € 3.969,-

5.De beslissing

Het hof:
5.1.
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank van Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 18 december 2024;
5.2.
veroordeelt [appellant] tot betaling van de proceskosten van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 3.969,-;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mr. C. Koopman, mr. C. Coster en mr. E. Leentjes, bijgestaan door mr. S. van der Meer, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.

Voetnoten

1.Art. 4 Erfrechtverordening Pro.
2.HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.