Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De feiten
Volmacht gaat direct in.
Bankrekeningen
3.De procedure bij de rechtbank
2 januari 2021, met name met betrekking tot de pinopnames;
[geïntimeerde] op niet-ontvankelijkheid van [appellant] is ook afgewezen. [appellant] is daarnaast veroordeeld in de forfaitaire kosten van de procedure van [geïntimeerde] .
4.Het oordeel van het hof
[geïntimeerde] heeft toen veel voor hem voorgeschoten. Dat is rechtgetrokken met twee grotere overboekingen (van € 400,- en € 500,-) naar [geïntimeerde] in januari 2018.
[geïntimeerde] heeft op verzoek van erflater op regelmatige basis geld gepind van de rekening van erflater (erflater wilde volgens [geïntimeerde] vanwege eerdere financiële perikelen zo weinig mogelijk geld op zijn bankrekening laten staan) en dat geld in overleg met hem uitgegeven. In het door [geïntimeerde] overgelegde overzicht zijn de uitgaven verantwoord. De uitgaven zijn aan erflater ten goede gekomen, zoals een uitje naar het strand, etentjes, lekkernijen, persoonlijke verzorging en inrichting van zijn kamer. Voor zover het contante geld is gebruikt voor de onkostenvergoeding van [geïntimeerde] (en [naam2] ), volgt uit het levenstestament dat hiervoor toestemming was. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [geïntimeerde] hierover verklaard dat zij en [naam2] met erflater hadden besproken dat dit een eenvoudige oplossing was voor de vergoeding van onder andere benzinekosten. Zowel [geïntimeerde] als [naam2] kwam meerdere keren per week bij erflater op bezoek, nam hem mee naar de fysiotherapeut, bracht hem naar het ziekenhuis en regelde ook verder veel voor hem. [geïntimeerde] en [naam2] ontvingen daarvoor elk een vergoeding van € 50,- per week. Toen [geïntimeerde] werk kreeg in Arnhem, daarvoor vier dagen per week beschikbaar moest zijn en in haar overige (vrije) tijd naar erflater ging, heeft erflater aangeboden een huishoudelijke hulp voor haar te betalen. Daar werd eerst een bedrag van € 35,- per week aan besteed en later € 40,- per week. Dergelijke bedragen komen het hof niet onredelijk voor. Daarbij komt dat [geïntimeerde] heeft verklaard op regelmatige basis overleg te hebben gevoerd met erflater over de financiën en dat alles zijn instemming had. Dit is door [naam3] en [naam2] in de schriftelijke verklaringen bevestigd.
[geïntimeerde] worden begroot op: