Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 7 april 2026 in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Gelderland vernietigd en verdachte vrijgesproken van twee brandstichtingen en een poging daartoe gepleegd in juni 2021 in een Nederlandse plaats.
De rechtbank had verdachte veroordeeld tot 262 dagen gevangenisstraf en voorwaardelijke terbeschikkingstelling, maar het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende overtuigend was. De camerabeelden verschilden in kwaliteit en signalementen, en de modus operandi van de branden was niet consistent. Ook waren er aanwijzingen voor beïnvloeding tussen getuigen, waardoor hun verklaringen niet betrouwbaar waren.
Het hof besprak uitgebreid de bewijsmiddelen, waaronder kledingstukken, verfsporen, looppatroonanalyses en aankopen van motorbenzine, maar vond deze onvoldoende zwaarwegend. De vorderingen tot schadevergoeding van benadeelden werden afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.