ECLI:NL:GHARL:2026:2190

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
200.361.132/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:370 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bewind over vermogen minderjarigen met aanpassing vergoeding bewindvoerder

De moeder van drie minderjarige kinderen is in 2025 overleden. De kantonrechter stelde ambtshalve een bewind in over het vermogen van de kinderen tot hun meerderjarigheid en benoemde Beschermingsbewind Centraal Nederland BV (BCN) tot bewindvoerder.

De oma en oudtante van de kinderen, die als voogden zijn aangewezen, gingen in hoger beroep tegen deze beschikking. Zij wilden dat het hof het bewind zou opheffen of dat de oudtante als bewindvoerder zou worden benoemd. Het hof oordeelde echter dat het in het belang van de kinderen is dat het bewind blijft bestaan en dat een professionele bewindvoerder het beheer voert, mede omdat de oma zelf onder bewind staat en het financieel beheer niet gesplitst kan worden tussen de voogden.

Het hof erkende dat de vergoeding van de bewindvoerder aan de hoge kant was en besloot deze te halveren. Verder verduidelijkte het hof dat het bewind zich beperkt tot het geërfde vermogen van de kinderen en niet tot bijvoorbeeld inkomsten uit een bijbaan. De beschikking van de kantonrechter werd grotendeels bekrachtigd, met uitzondering van de vergoeding voor de bewindvoerder.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het bewind over het vermogen van de minderjarige kinderen en halveert de vergoeding van de bewindvoerder.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.361.132
zaaknummer rechtbank Overijssel 11818007
beschikking van 14 april 2026
over het minderjarigenbewind over het vermogen van
[minderjarige1],
[minderjarige2]en
[minderjarige3]
in de zaak van

1.[oma] (de oma)

die woont in Almelo
2. [oudtante]de oudtante)
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. I.M. Verhaar
en
1. de besloten vennootschap Beschermingsbewind Oost Nederland BVBON) voor zichzelf en in haar hoedanigheid van bewindvoerder van
[oma]
die is gevestigd in Almelo
2. de besloten vennootschap Beschermingsbewind Centraal Nederland BV(BCN) voor zichzelf en in haar hoedanigheid van bewindvoerder van
[minderjarige1],
[minderjarige2]en
[minderjarige3]
die is gevestigd in Zwolle
advocaat: mr. W.B. Brusse

1.Samenvatting

De kantonrechter heeft, tot aan hun meerderjarigheid, een bewind ingesteld over het vermogen van de kinderen en BCN benoemd tot bewindvoerder.
Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
[erflaatster] (geboren [in] 1988) is overleden [in] 2025.
Zij is de moeder van:
- [minderjarige1] , geboren [in] 2010;
- [minderjarige2] , geboren [in] 2011;
- [minderjarige3] , geboren [in] 2013.
Zij was belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen.
2.2.
De oma is de moeder van de moeder. De oudtante is de zus van de oma.
2.3.
De goederen die toebehoorden aan de moeder stonden tot haar overlijden onder bewind. BON was benoemd tot bewindvoerder.
2.4.
In de beschikking van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 22 december 2017 zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan de oma onder bewind gesteld wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden. BON is benoemd tot bewindvoerder.
2.5.
Op 13 maart 2023 heeft de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, beslist dat in het gezagsregister zal worden aangetekend dat de moeder wenst dat na haar overlijden de oma en de oudtante als voogden over de kinderen worden aangewezen.
2.6.
Op 1 september 2025 heeft de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, beslist dat de oma en de oudtante zich bereid hebben verklaard de voogdij over de kinderen te aanvaarden.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De kantonrechter heeft ambtshalve, tot aan hun meerderjarigheid, een bewind ingesteld over het vermogen van de kinderen en BCN benoemd tot bewindvoerder.
3.2.
Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 5 augustus 2025 (hierna: de bestreden beschikking).

4.De procedure bij het hof

4.1.
De oma en de oudtante zijn het niet eens met de bestreden beschikking. Zij komen daarvan in hoger beroep. Zij willen dat het hof de beslissing van de kantonrechter ongedaan maakt en het verzoek alsnog afwijst, dan wel dat het hof tot aan de meerderjarigheid van de kinderen een bewind instelt over het vermogen, afkomstig uit de nalatenschap van de moeder, van de kinderen met benoeming van de oudtante tot bewindvoerder.
4.2.
BON en BCN zijn het wel eens met de ambtshalve beslissing van de kantonrechter.
Zij willen dat het hof deze beslissing in stand laat.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift ontvangen op 4 november 2026
  • het verweerschrift
  • de stukken van de oma en de oudtante, ingediend op 6 maart 2026
  • de stukken van BCN, ingediend op 6 maart 2026
4.4.
De zitting bij het hof was op 17 maart 2026.
Aanwezig waren:
  • de oma en de oudtante met hun advocaat
  • een vertegenwoordigster van BCN en BON met haar advocaat

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
In de wet [1] staat dat de kantonrechter ook ambtshalve (een deel van) het vermogen van de minderjarige voor de duur van diens minderjarigheid onder bewind kan stellen indien hij dit in het belang van de minderjarige oordeelt. Dat is in deze zaak aan de orde.
Hoe oordeelt het hof?
5.2.
Het hof is, net als de kantonrechter, van oordeel dat het in het belang van de kinderen is om een voorziening te treffen ten aanzien van hun vermogen. Alhoewel inmiddels – anders dan ten tijde van de beslissing van de kantonrechter – de voogdij over de kinderen is geregeld en de oma en oudtante deze uitvoeren, acht het hof het bewind en de benoeming van een professionele bewindvoerder in het belang van de kinderen. Omdat de voogdij door twee voogden wordt uitgeoefend, moeten zij gezamenlijk de opvoeding en verzorging van de kinderen doen. Dit betekent dat zij ook gezamenlijk het financieel beheer over het vermogen van de kinderen zullen doen. Aangezien het vermogen van de oma zelf onder bewind staat, is zij naar het oordeel van het hof (ook) niet in staat om dat financiële beheer van het vermogen van de kinderen op zich te nemen. Naar het oordeel van het hof is het niet mogelijk om het beheer van specifieke zaken – in dit geval de financiën – te scheiden. De voogden kunnen wel een soort taakverdeling maken, zoals zij aanvoeren, maar dat neemt niet weg dat zij beiden financiële beslissingen kunnen nemen over het vermogen van de kinderen. Dat vindt het hof in dit geval dus niet in het belang van de kinderen.
5.3.
De oma en de oudtante hebben in hoger beroep aangevoerd dat een professionele bewindvoerder loon rekent voor haar werkzaamheden, terwijl de oma en oudtante dat niet doen en dat dus gunstiger is voor het behoud van het vermogen van de kinderen. Het loon strekt immers in mindering op het vermogen van de kinderen.
BCN heeft erkend dat de kantonrechter een redelijk hoge vergoeding – te weten jaarlijks voor 7,5 uren tegen het gebruikelijke tarief – heeft toegekend, terwijl de werkzaamheden gering lijken te zijn, en heeft verklaard dat zij kunnen instemmen met de helft van de vergoeding aan loon.
Het hof zal hierna de vergoeding voor BCN dan ook, als voorgesteld, halveren.
5.4.
In het verlengde hiervan overweegt het hof dat er op de mondelinge behandeling van het hof wat onduidelijkheid bestond over welk deel van het vermogen van de kinderen onder het bewind valt. Zowel het hof als de oma, de oudtante en BCN gaan ervan uit dat het bewind zich alleen uitstrekt over het vermogen dat de kinderen van hun moeder hebben geërfd (en dat inmiddels in drie gelijke delen is gesplitst en voor iedere minderjarige op een aparte bankrekening is gestort). Dit zou bijvoorbeeld betekenen dat het geld dat [minderjarige1] met zijn bijbaan verdient, niet onder het bewind valt en tot zijn eigen beschikking staat. Ter zitting is met alle betrokkenen besproken dat de beslissing ook op dit punt wellicht verduidelijking behoeft maar die verduidelijking op de weg van de kantonrechter ligt.
5.5.
De beslissing van de rechtbank zal grotendeels in stand blijven (worden bekrachtigd).

6.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 5 augustus 2025, voor zover het de daarbij vastgestelde vergoeding voor de bewindvoerder betreft,
in zoverre opnieuw beschikkende:
bepaalt dat de bewindvoerder jaarlijks 4 uren tegen het tarief van een beschermingsbewindvoerder, zoals is vastgelegd in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren ten laste van het vermogen van de drie minderjarigen gezamenlijk mag brengen;
bekrachtigt de bestreden beschikking voor het overige.
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, E. de Boer en A.T. Bol, bijgestaan door mr. L.J.G. Scheffer-Overbeek als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 1:370 van Pro het Burgerlijk Wetboek