ECLI:NL:GHARL:2026:2191

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
200.360.776/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:266 lid 1 onder a en b BWArt. 1:250 lid 1 BWArtikel 3 Verdrag inzake de rechten van het kindArtikel 20 Verdrag inzake de rechten van het kind
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezag ouders over drie minderjarige kinderen bevestigd door hof

De rechtbank Gelderland heeft het gezag van de vader en moeder over hun drie minderjarige kinderen beëindigd vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen en het ontbreken van zicht op verbetering binnen een aanvaardbare termijn. De kinderen verblijven sinds december 2021 onder toezicht van een gecertificeerde instelling en wonen in een gezinshuis.

De ouders gingen in hoger beroep tegen deze beslissing en verzochten onder meer om een deskundigenonderzoek naar hun opvoedingsvaardigheden en om contact in de Chinese taal met de kinderen. Het hof heeft dit verzoek afgewezen omdat het belang van de kinderen zich verzet tegen een dergelijk onderzoek en er geen rechtsgrond is voor taalvoorschriften bij contact.

Het hof bevestigt dat de situatie van de ouders sinds de beschikking van de rechtbank weinig is veranderd. De hechtingsrelatie tussen ouders en kinderen is minimaal door ervaren onveiligheid en het contact verloopt moeizaam, vooral door het gedrag van de moeder. De kinderen zijn gebaat bij continuering van hun stabiele opvoedomgeving in het gezinshuis, waar ook aandacht is voor hun Chinese cultuur.

De ouders erkennen onvoldoende de ernst van de situatie en ontkennen kindermishandeling, terwijl deskundigen dit hebben vastgesteld. Het hof wijst ook het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator af, omdat de kinderen reeds zijn gehoord en hun participatierecht is gewaarborgd.

De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het gezag van de ouders blijft beëindigd.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de ouders over de drie minderjarige kinderen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.360.776
zaaknummer rechtbank Gelderland 449008
beschikking van 14 april 2026
over de beëindiging van het gezag over
[de minderjarige1],
[de minderjarige2]en
[de minderjarige3]
in de zaak van
[verzoeker1](de vader)
en
[verzoekster2](de moeder)
die wonen in [woonplaats1]
advocaat: mr. G.E. Knol
en
de raad voor de kinderbescherming(de raad)
die is gevestigd in Arnhem
en
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Gelderland(de GI)
die is gevestigd in Tiel
en
[belanghebbenden1](de gezinshuisouders)
die wonen in [woonplaats2]

1.Samenvatting

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, heeft het gezag van de vader en de moeder (hierna: de ouders) over de kinderen beëindigd. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn de ouders van:
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2014 in [plaats1] (hierna: [de minderjarige1] );
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2016 in [plaats1] (hierna: [de minderjarige2] );
- [de minderjarige3] , geboren [in] 2017 in [plaats1] (hierna: [de minderjarige3] ).
2.2.
De kinderen staan sinds 16 december 2021 onder toezicht van de GI.
2.3.
De kinderrechter heeft op 10 februari 2022 een beschikking gegeven waarin een machtiging tot uithuisplaatsing aan de GI is verleend om de kinderen uit huis te plaatsen in een gezinshuis. Zij wonen sindsdien bij de gezinshuisouders in het gezinshuis [naam1] .

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De raad heeft de rechtbank verzocht het gezag van de ouders te beëindigen.
3.2.
De rechtbank heeft het verzoek van de raad toegewezen. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 18 juli 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De ouders zijn het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij komen daarvan in hoger beroep. Zij willen dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt.
Zij verzoeken het hof ook om een bijzondere curator te benoemen en om, alvorens te beslissen, een deskundigenonderzoek te gelasten naar de opvoedingsvaardigheden van de ouders en de mogelijkheden van een gezinsopname met cultuur sensitieve begeleiding.
Ook verzoeken de ouders te bepalen dat contact tussen de ouders en de kinderen in de Chinese taal kan plaatsvinden, zodat de kinderen hun culturele en taalkundige achtergrond mogen blijven beleven.
4.2.
De raad wil dat de beslissing in stand blijft.
4.3.
De GI wil dat de beslissing in stand blijft. Ook de gezinshuisouders willen dat de beslissing in stand blijft.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.4.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift ontvangen op 16 oktober 2025
  • het verweerschrift van de raad
4.5.
[de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] hebben op 16 maart 2026 gesproken met een rechter van het hof en een griffier van het hof. Zij hebben verteld wat zij vinden van de beëindiging van het gezag van de ouders.
4.6.
De zitting bij het hof was op 17 maart 2026.
Aanwezig waren:
  • de ouders met mr. N. Groeneveld als (waarnemer van) hun advocaat en een tolk in de taal Mandarijn
  • een vertegenwoordiger van de raad
  • twee vertegenwoordigers van de GI
  • de gezinshuisvader

5.Het oordeel van het hof

Deskundige
5.1.
De ouders hebben het hof gevraagd om een deskundige te benoemen.
Dat verzoek dient voldoende concreet en relevant te zijn en mag niet strijdig zijn met het belang van de kinderen. Naar het oordeel van het hof verzet het belang van de kinderen zich tegen een dergelijk onderzoek. De kinderen hebben in de thuissituatie bij de ouders veel meegemaakt en veel – fysieke en emotionele – onveiligheid gekend, waardoor de hechtingsrelatie van de kinderen met de ouders minimaal is. Deze onveiligheid wordt nog steeds gezien in de – nog altijd begeleide – omgangscontacten die de ouders met hen hebben. Vooral de moeder zorgt voor veel spanning bij de kinderen; in het contact laat zij nog steeds verstorend opvoedgedrag zien. Dit is dan ook de reden dat haar contact met de kinderen vanaf januari 2026 is teruggebracht naar eenmaal per vier weken. Voor een onderzoek (naar de opvoedvaardigheden van de ouders) zou het noodzakelijk zijn dat de kinderen vaker en meer contact met de ouders moeten hebben en dat vindt het hof in strijd met hun belangen.
Verder zijn de kinderen gebaat bij continuering van hun huidige stabiele, en voor hun vertrouwde, opvoedomgeving in het gezinshuis. Een nieuw onderzoek leidt tot onrust en langere onzekerheid voor de kinderen.
5.2.
Het hof zal geen deskundige benoemen.
Beëindiging van het gezag
Wat staat in de wet?
5.3.
De rechtbank kan het gezag van een ouder beëindigen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Daarbij moet duidelijk zijn dat de ouder de verzorging en opvoeding niet binnen een aanvaardbare termijn weer zelf op zich kan nemen. De aanvaardbare termijn is de periode van onzekerheid, die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade in zijn ontwikkeling op te lopen. De rechtbank kan het gezag van een ouder ook beëindigen als de ouder het gezag misbruikt. [1]
5.4.
Het belang van het kind staat voorop. Een kind dat niet bij zijn ouders kan wonen heeft recht op zekerheid over waar het woont en blijft wonen. [2]
Hoe oordeelt het hof?
5.5.
De rechtbank heeft het gezag van de ouders op goede gronden beëindigd. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank over, maakt deze na eigen onderzoek tot de zijne en voegt hieraan het volgende toe. Sinds de beschikking van de rechtbank is er weinig veranderd in de situatie van de ouders. Ook voor het hof is duidelijk dat de kinderen in de thuissituatie bij de ouders veel onveiligheid hebben gekend, waardoor de hechtingsrelatie tussen de ouders en de kinderen minimaal is. Die onveiligheid wordt nog steeds terug gezien tijdens de omgangscontacten die de ouders met de kinderen hebben, ondanks dat deze worden begeleid en op een neutrale plek plaatsvinden. De contacten verlopen volgens de raad moeizaam en er is geen contactgroei. Zoals hiervoor beschreven, zorgt vooral de moeder tijdens de contactmomenten voor veel spanning bij de kinderen. De moeder laat tijdens de omgang onvoorspelbaar, grenzeloos, negatief en dwingend gedrag zien. De GI heeft daarom recent de frequentie van deze contacten tussen de moeder en de kinderen naar beneden bijgesteld waardoor zij elkaar nog eenmaal per vier weken zien. Het contact tussen de vader en de kinderen is gelijk gebleven – eenmaal in de twee weken – omdat hij, zo ziet de GI, meer mogelijkheden heeft om bij de kinderen aan te sluiten.
De ouders hebben verzocht te bepalen dat het contact tussen hen en de kinderen in het Chinees plaatsvindt. Het hof ziet geen rechtsgrond op basis waarvan kan worden beslist in welke taal het contact tussen de ouders en de kinderen kan plaatsvinden, zodat het hof dat verzoek van de ouders zal afwijzen.
5.6.
De ouders zeggen dat zij openstaan voor lichtere maatregelen, zoals een gezinsopname of intensieve thuisbegeleiding, maar zij hebben voorafgaand en tijdens de ondertoezichtstelling de geadviseerde hulp nooit aangegrepen, zoals de rechtbank al heeft overwogen. Naar het oordeel van het hof is het daarvoor nu te laat, nog afgezien van de vraag of er enig zicht is op verbetering van hun vaardigheden en hun gehechtheidsrelatie met de kinderen. De aanvaardbare termijn is overschreden.
Het hof is met de raad eens dat de ouders onvoldoende inzicht en probleembesef hebben en niet erkennen wat er is gebeurd. Dat is in het NIKA-traject ook al geconstateerd en wordt bevestigd door de ouders nu zij in hoger beroep aanvoeren dat hun opvoedingsklimaat ‘niet structureel’ fysiek onveilig was. Ook hebben zij op de mondelinge behandeling stellig ontkend dat er sprake is geweest van kindermishandeling, terwijl deskundigen hebben vastgesteld dat hiervan wel sprake was en de ouders dit eerder (onder andere in het NIKA-traject) hebben erkend.
5.7.
Verder blijven de ouders wisselend in hun acceptatie dat de kinderen kunnen opgroeien in het gezinshuis, terwijl de kinderen juist belang hebben bij continuering van hun huidige stabiele opvoedomgeving in het gezinshuis. Met de raad is het hof eens dat de kinderen recht hebben op zekerheid en ongestoorde hechting aan de gezinshuisouders, bij wie zij al ruim vier jaar verblijven, zich goed hebben ontwikkeld en bij wie zij zich fijn voelen. De ouders hebben bij het hof verklaard dat zij graag willen dat de kinderen weer thuis komen wonen en dat zij de kinderen willen meenemen naar China. Bij de rechtbank zeiden de ouders nog te kunnen instemmen met het verblijf van de kinderen in het gezinshuis.
De ouders zijn bang dat de kinderen in het gezinshuis vervreemden van hun Chinese achtergrond. Anders dan de ouders aanvoeren, ziet het hof dat er in het gezinshuis aandacht is voor het behoud van de Chinese cultuur en taal. Het hof begrijpt dat de kinderen in een eerdere fase geen ruimte hadden voor het volgen van lessen in de Chinese taal , omdat zij traumatherapie en logopedie volgden. Eind vorig jaar is die ruimte ontstaan en sinds begin van dit jaar krijgen de kinderen iedere week Chinese les. De gezinshuisouders willen dit graag continueren. Het hof heeft van [de minderjarige1] begrepen dat de betreffende lerares – ook van Chinese komaf – ook wel eens voor hun een traditioneel Chinees gerecht heeft gekookt (dumplings) en daarmee ook bijdraagt aan de instandhouding van de Chinese cultuur.
5.8.
De beslissing van de rechtbank zal in stand blijven (worden bekrachtigd).
Bijzondere curator
Wat staat in de wet?
5.9.
De rechter benoemt een bijzondere curator indien de rechter dit in het belang van de minderjarig noodzakelijk acht. De bijzondere curator vertegenwoordigt de minderjarige wanneer in een bepaalde situatie over zijn of haar verzorging en opvoeding de belangen van de met het gezag belaste ouder(s) of van de voogd in strijd zijn met die van de minderjarige [3] .
5.10.
De ouders willen dat er een bijzondere curator benoemd wordt voor de kinderen om ervoor te zorgen dat hun recht op participatie wordt geborgd.
Nu het hof, anders dan de rechtbank, de kinderen heeft gesproken tijdens het kindgesprek en de kinderen hun mening hebben gegeven, hebben zij hun recht tot participatie geëffectueerd.
Het hof ziet verder geen aanleiding om een bijzondere curator te benoemen.
5.11.
Het hof zal het verzoek van de ouders afwijzen.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 18 juli 2025;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E. de Boer, P.B. Kamminga en A.T. Bol, bijgestaan door mr. L.J.G. Scheffer-Overbeek als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.

Voetnoten

1.artikel 1:266 lid 1 onder Pro a en b BW
2.Artikel 3 en Pro artikel 20 Verdrag Pro inzake de rechten van het kind
3.Artikel 1:250 lid 1 BW Pro