ECLI:NL:GHARL:2026:2195
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken van vooringenomenheid van raadsheren
De verzoeker heeft bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren J. Steenbrink, J. Corthals en L.A. Kjellevold, stellende dat zijn verzoeken tot aanvulling van het dossier en onderzoekswensen onvoldoende zijn gehonoreerd, waardoor het beginsel van equality of arms zou zijn geschonden en er sprake zou zijn van vooringenomenheid.
Tijdens de zitting op 9 maart 2026 hebben de raadsheren aangegeven niet in de wraking te berusten. De voorzitter heeft toegelicht dat alle stukken aan de verzoeker zijn verstrekt en dat de verzoeken om aanvullende stukken nog in behandeling zijn. De wrakingskamer heeft het verzoek als tijdig en ontvankelijk beoordeeld.
De wrakingskamer heeft geoordeeld dat uit het proces-verbaal en de gedragingen van het hof geen aanwijzingen voor vooringenomenheid blijken. De verzoeker heeft alle processtukken ontvangen en er is geen onbegrijpelijke beslissing genomen die op vooringenomenheid duidt. Ook de vrees van de verzoeker is niet objectief gerechtvaardigd.
Daarom is het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing is op 31 maart 2026 uitgesproken door de wrakingskamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren is afgewezen wegens ontbreken van vooringenomenheid en een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.