De rechtbank Noord-Nederland heeft het gezag van de moeder over haar dochter beëindigd en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd benoemd vanwege ernstige zorgen over de ontwikkeling van het kind. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing, maar het hof bevestigt het vonnis.
De feiten tonen aan dat de minderjarige sinds 2024 onder toezicht staat en voltijds bij haar pleegmoeder woont vanwege ernstige verwaarlozing, partnergeweld en middelengebruik door de moeder. Ondanks intensieve hulpverlening en begeleiding is de opvoedingssituatie niet verbeterd en is de aanvaardbare termijn voor herstel verstreken.
Het belang van het kind staat centraal; het kind heeft recht op duidelijkheid over haar woonplaats en toekomstperspectief. De pleegmoeder overweegt te remigreren, wat extra begeleiding door de GI vereist. Het hof oordeelt dat het beëindigen van het gezag noodzakelijk en proportioneel is, en dat een lichtere maatregel niet volstaat.
De moeder toont recent verbetering en blijft betrokken bij het leven van haar kinderen, wat het hof toejuicht. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het verzoek van de moeder wordt afgewezen.