Uitspraak
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de kinderrechter
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift ontvangen op 13 februari 2026
- het verweerschrift van de raad.
- de advocaat van de moeder
- een vertegenwoordiger van de raad.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland stelde op 13 november 2025 een minderjarige onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) en verleende een deeltijd machtiging tot uithuisplaatsing in een pleeggezin. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof heeft de stukken bestudeerd en concludeert dat de moeder niet in staat is gebleken de zorgen over de ontwikkeling en thuissituatie van de minderjarige weg te nemen. De zorgregeling wordt niet conform beschikking uitgevoerd, met meerdere ziekmeldingen en ongeoorloofd verzuim. De GI heeft nog geen huisbezoek kunnen afleggen vanwege afzeggingen door de moeder.
Het hof oordeelt dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is, mede door het wisselende contact van de moeder met hulpverleners. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn noodzakelijk voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Daarom wordt de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling en deeltijd machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 13 november 2026.