Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2274

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
21-002010-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 38v SrArt. 38w Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor mishandeling van meerderjarige dochter met voorwaardelijke gevangenisstraf en contactverbod

Verdachte werd beschuldigd van mishandeling van zijn meerderjarige dochter door haar tegen het hoofd te slaan op 5 februari 2025. De aangifte van de dochter, ondersteund door foto’s van letsel en een verklaring van haar moeder die het incident waarnam, vormde het belangrijkste bewijs. Het hof achtte deze bewijzen wettig en overtuigend en sprak verdachte vrij van andere onderdelen van de tenlastelegging die niet bewezen konden worden.

De politierechter had verdachte eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, een taakstraf en een contact- en gebiedsverbod. Het hof vernietigde dit vonnis en legde een zwaardere straf op, namelijk een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar, en verlengde het contact- en gebiedsverbod tot twee jaar.

Het hof motiveerde de straf door het ernstige karakter van het feit, de schending van het vertrouwen tussen vader en dochter, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het ontbreken van eerdere veroordelingen en de impact van het gebiedsverbod op zijn leven. De dochter had in een brief aangegeven geen verdere bestraffing te wensen, maar het hof vond een straf noodzakelijk als normbevestiging en om herhaling te voorkomen.

De opgelegde maatregel is dadelijk uitvoerbaar en bevat een vervangende hechtenis van twee weken per overtreding, met een maximum van zes maanden. De tijd die verdachte reeds onder het eerdere gebieds- en contactverbod heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de nieuwe straf en maatregel.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar en een contact- en locatieverbod van 2 jaar wegens mishandeling van zijn dochter.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002010-25
Uitspraakdatum: 1 april 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Almere , van 18 april 2025 met parketnummer 16-041191-25 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van zitting van het hof van 1 april 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte voor het aan hem tenlastegelegde tot het verrichten van een taakstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met daarbij de maatregel van een gebiedsverbod en een contactverbod met zijn dochter voor de duur van 2 jaren, dadelijk uitvoerbaar. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat door verdachte is aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft verdachte voor het tenlastegelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren en tot een taakstraf van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Verder heeft de politierechter verdachte als maatregel, voor de duur van 2 jaren, een contactverbod met zijn dochter opgelegd en een gebiedsverbod met betrekking tot (de directe omgeving van) de woning waarin zijn dochter woont.
Het hof legt aan verdachte een andere straf op. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 5 februari 2025 te [plaats] zijn kind, [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer] een of meerdere malen, tegen het hoofd te slaan.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Het dossier bevat een aangifte van de dochter van verdachte, waarin zij heeft verklaard dat zij door haar vader tegen het hoofd is geslagen. Deze aangifte vindt bevestiging in foto’s van letsel in het gezicht van aangeefster en in de verklaring van haar moeder, die het incident heeft waargenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster en haar moeder te twijfelen en acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op 5 februari 2025 te [plaats] zijn kind, [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer] tegen het hoofd te slaan.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
mishandeling, begaan tegen zijn kind.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Het hof heeft op 1 april 2026 het onderzoek ter zitting gesloten en daarna meteen uitspraak gedaan in aanwezigheid van verdachte. De strafoplegging is toen mondeling als volgt gemotiveerd.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn meerderjarige dochter. Dit betreft een ernstig strafbaar feit, waarmee verdachte niet alleen haar fysieke integriteit, maar ook het vertrouwen dat zij als dochter in haar vader zou moeten kunnen stellen, heeft geschaad.
Het hof heeft bij het bepalen van de straf gelet op het strafblad van verdachte van 26 februari 2026, waaruit blijkt dat verdachte in de laatste vijf jaren niet is veroordeeld voor strafbare feiten. Verder heeft het hof gelet op de gevolgen die het onderhavige incident voor verdachte heeft gehad. Verdachte heeft zijn woning moeten verlaten in verband met een aan hem opgelegd gebiedsverbod en verblijft nu in een bedrijfspand. Hij is gescheiden van zijn vrouw en het contact met zijn dochter is naar het zich laat aanzien definitief verbroken. Het hof heeft ook gelet op een brief die aangeefster voorafgaand aan de zitting aan het hof heeft gezonden. Zij schrijft daarin dat zij geen contact meer met verdachte wenst en verzoekt om die reden het door de politierechter aan verdachte opgelegde contact- en gebiedsverbod te verlengen, maar verdere bestraffing van verdachte is wat haar betreft niet nodig.
Het hof begrijpt daaruit dat vergelding van wat haar is aangedaan voor aangeefster geen meerwaarde heeft. Het hof is echter van oordeel dat, vanuit een oogpunt van normbevestiging, het bewezenverklaarde feit te ernstig is om in het geheel geen straf aan verdachte op te leggen. Gelet op de hiervoor beschreven persoonlijke omstandigheden van verdachte en op wat aangeefster in haar brief naar voren heeft gebracht, is het hof van oordeel dat de zaak het meest gediend is met het verbieden van contact tussen verdachte en aangeefster en daarnaast met het afgeven van een stevige waarschuwing aan verdachte en een stok achter de deur om de kans op herhaling in te perken.
Het voorgaande afwegende, acht het hof oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden. Daarnaast acht het hof het noodzakelijk om als dadelijk uitvoerbare maatregel een contact- en gebiedsverbod op te leggen voor de duur van twee jaren, met aftrek van de tijd dat de maatregel – na oplegging door de politierechter - al dadelijk uitvoerbaar is geweest.

Wetsartikelen

De straf en maatregel zijn gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 2 jaren
- zich niet zal ophouden in/op [plaats] in een straal van 200 meter rond de woning aan de [locatie] ;
- zich zal onthouden van direct of indirect contact met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2003 in [plaats] .
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk maximum van 6 maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Heft op het door de politierechter gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid.
Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Beveelt dat de tijd die de verdachte al onderworpen is geweest aan de door de politierechter opgelegde en dadelijk uitvoerbaar verklaarde vrijheidsbeperkende maatregel bij de uitvoering van de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in mindering zal worden gebracht.
Beveelt daarnaast dat de vervangende hechtenis die eventueel al is tenuitvoergelegd, eveneens bij een eventuele tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis in mindering wordt gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. L.J. Hofstra, mr. M.C. van Linde en mr. G. Souer, in aanwezigheid van de griffier D.D. Drost en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 1 april 2026.