Verdachte werd beschuldigd van bedreiging door het verzenden van een WhatsApp-bericht met een filmpje en dreigende tekst gericht aan een derde, die deze berichten doorgaf aan de benadeelde. De politierechter veroordeelde verdachte, maar het hof kwam tot een andere bewijswaardering.
Het hof oordeelde dat verdachte zich bewust was van de kans dat de berichten bij de benadeelde zouden komen, maar dat het filmpje een humoristische meme betrof waarin een huurmoordenaar zichzelf vergiftigt. De combinatie van de humoristische inhoud, het feit dat het bericht niet rechtstreeks aan de benadeelde was gericht en het gebruik van 'ha ha' maakte dat geen redelijke vrees kon ontstaan.
De eerdere communicatie tussen verdachte en de tussenpersoon was ook luchtig van aard. Het hof concludeerde dat verdachte niet de opzet had om bij de benadeelde angst voor ernstig letsel of de dood aan te jagen en sprak verdachte vrij van bedreiging.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd niet behandeld omdat de benadeelde was overleden en de gemachtigde partij niet aantoonde bevoegd te zijn de vordering voort te zetten.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde.