Uitspraak
1.[appellant1]
hierna samen:
[appellanten]
hierna:
[geïntimeerde]
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De feiten
€ 60.500 inclusief btw gestuurd. [appellanten] heeft die factuur onbetaald gelaten.
Indien geen aanneemsom is afgesproken, mag een aannemer volgens de wet een redelijk bedrag in rekening brengen. Cliënten stellen zich op het standpunt dat het hen thans in rekening gebrachte bedrag niet redelijk is. Zij kunnen ook de redelijkheid van dat bedrag op geen enkele manier controleren, nu – ondanks diverse verzoeken hunnerzijds – iedere specificatie van het in rekening gebrachte bedrag ontbreekt.
Ik verzoek u vriendelijk doch dringend om het thans aan cliënten in rekening gebracht bedrag te specificeren en te onderbouwen. (...)”
€ 75.941,87 excl. btw aan u verschuldigd zijn. (…)”
4.De vorderingen en de beslissing van de rechtbank
- voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] in strijd met artikel 7:752 BW Pro heeft gedeclareerd;
- [geïntimeerde] te veroordelen tot terugbetaling van een in goede justitie te bepalen bedrag dat [appellanten] op voorschotbasis onverschuldigd heeft betaald;
- de overeenkomst partieel te ontbinden in die zin dat [geïntimeerde] niet meer gehouden is de resterende werkzaamheden en het herstel van gebreken uit te voeren maar dat de kosten hiervoor voor zijn rekening zullen komen;
- [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van de procedure en de nakosten.
[geïntimeerde] heeft vervolgens een lijst als productie 21 in het geding gebracht. De rechtbank heeft geoordeeld dat die lijst niet voldoet en dat op basis daarvan niet tot benoeming van een deskundige over kan worden gegaan. De rechtbank heeft de vordering van [geïntimeerde] daarom afgewezen. Ook de vordering van [appellanten] is afgewezen omdat hij naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijk heeft gemaakt welke werkzaamheden volgens hem zijn verricht.
De toelichting op de beslissing van het hof
Over het feit dat [appellanten] niet protesteerde tegen het totaal in rekening gebrachte bedrag heeft het hof hiervoor onder het kopje richtprijs al het nodige overwogen.
Schending van de klachtplicht als bedoeld in artikel 6:89 BW Pro levert een en ander echter niet op.Het opstellen en toezenden van een factuur geldt immers niet als prestatie in de zin van dit artikel (HR 11 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1565). [4]
Volgens [appellanten] is het werk uitgevoerd conform het bestek en de bijbehorende tekening (behoudens weglating van een trap en toevoeging van een zolderluikje).
Volgens [geïntimeerde] kwam [appellanten] tijdens het werk met wijzigingen en aanvullende wensen en bleek de dakconstructie verzwaard te moeten worden.
daadwerkelijk uitgevoerdewerk moeten worden bepaald.
Dat houdt in dat het hof niet van hem/haar zal verlangen kennis te nemen van het volledige procesdossier, maar alleen van de hierna in rechtsoverweging 5.22 te noemen stukken, om aan de hand van die stukken en van een inspectie van het werk ter plaatse, waarbij partijen een toelichting kunnen geven, een redelijke prijs voor het
daadwerkelijk uitgevoerdewerk te bepalen.
- het verbouwplan van Studio Juyst (productie 2 bij dagvaarding)
- het bestek/de werkomschrijving (productie 1 bij conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie)
- het beeldverslag (productie 4 bij conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie)
- de statische berekening van Ingenieursbureau HADO B.V. van 8 april 2016 (productie 2 bij conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie)
- de verbouwspecificatie die in 2017 in opdracht van [appellanten] is opgesteld in het kader van een financieringsaanvraag (productie 3 bij dagvaarding)
- de eindafrekening van [geïntimeerde] (productie 7 bij dagvaarding)
- de Excel-sheet van [appellanten] in reactie op de eindafrekening (productie 7 bij conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie)
- de Excel-sheet van [geïntimeerde] , in reactie op productie 7 van [appellanten] (productie 15 bij conclusie van repliek in conventie, tevens antwoord in reconventie)
- de lijst die door [geïntimeerde] is overgelegd naar aanleiding van het tussenvonnis van de rechtbank van 1 februari 2023 (productie 21 bij akte van 29 maart 2023).
“Wat is een redelijke prijs in de zin van artikel 7:752 lid 1 BW Pro voor de door [geïntimeerde] en zijn onderaannemers in de periode december 2015 tot december 2018 in regie uitgevoerde verbouwing (arbeid en materialen) aan de woning van [appellanten] aan de [adres] te [plaats1] , rekening houdende met een opslag van 10%?”
6.De beslissing
12 mei 2026voor het nemen van een akte door beide partijen;
14 april 2026.