Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2308

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
P25/275
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:23a SvArt. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging tenuitvoerlegging gedragsbeïnvloedende maatregel met aanpassing bijzondere voorwaarden

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 2 april 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 24 juli 2025 over de tenuitvoerlegging van een gedragsbeïnvloedende maatregel (GVM) voor de duur van twee jaren met bijzondere voorwaarden.

De betrokkene voerde aan dat het recidiverisico niet hoog is en dat hij alle behandelmethodes heeft doorlopen, met zelfstandig geboekte resultaten zoals het vinden van woonruimte en werk. Subsidiair verzocht hij om het laten vervallen van de bijzondere behandelvoorwaarde en het reclasseringstoezicht. De deskundige verklaarde dat reclasseringstoezicht moeilijk uitvoerbaar is zonder medewerking van betrokkene, maar bleef bij het advies tot tenuitvoerlegging vanwege het hoge recidiverisico.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de rechtbankbeslissing vanwege het ontbreken van een actuele medische verklaring voor de behandelvoorwaarde, maar vond dat de overige voorwaarden voldoende onderbouwd zijn. Het hof bevestigde de beslissing van de rechtbank, met uitzondering van het laten vervallen van de ambulante behandelverplichting als bijzondere voorwaarde, omdat niet voldaan is aan de wettelijke vereisten uit artikel 6:6:23a, derde lid, Sv.

Uitkomst: Het hof bevestigt de tenuitvoerlegging van de gedragsbeïnvloedende maatregel voor twee jaren, met uitzondering van het laten vervallen van de ambulante behandelverplichting als bijzondere voorwaarde.

Uitspraak

GVM P25/275

Beslissing van 2 april 2026

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
ingeschreven op het [adres] ,
verder te noemen: de betrokkene.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, van 24 juli 2025. Deze beslissing houdt in de tenuitvoerlegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (
hierna: gvm-maatregel) voor de duur van twee jaren, met oplegging van bijzondere voorwaarden.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast onder meer op:
  • het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
  • de beslissing waarvan beroep;
  • de akte van 30 juli 2025 waarbij de betrokkene beroep heeft ingesteld;
  • het aanvullend advies van Reclassering Nederland van 5 januari 2026;
  • het proces-verbaal terechtzitting van dit hof van 15 januari 2026.
Het hof heeft ter zitting van 19 maart 2026 gehoord de advocaat-generaal, mr. A. Kooij, en de raadsman van betrokkene, mr. R.J. Pardijs, advocaat te Amsterdam.
Verder heeft hof ter zitting als deskundige gehoord:
- [naam] , als reclasseringswerker verbonden aan [reclassering] .

Overwegingen

Het standpunt van de betrokkene
De raadsman heeft primair verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging van de gvm-maatregel af te wijzen. Het is onjuist dat het recidiverisico hoog is. Betrokkene heeft alle behandelmethodes doorlopen en dat heeft destijds geleid tot een advies voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Betrokkene wilde echter niet meewerken aan de nieuwe situatie die in juli 2025 is ontstaan, omdat hij de reclassering verantwoordelijk houdt voor het frustreren van zijn behandeltraject. Hij heeft zelfstandig resultaten geboekt, zoals het vinden van bestendige woonruimte en betaald werk.
Subsidiair is verzocht om bij toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in ieder geval de door de rechtbank opgelegde bijzondere voorwaarde van behandeling niet opnieuw op te leggen, omdat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor oplegging daarvan. Ook het reclasseringstoezicht dient te vervallen.
De toelichting van de ter zitting gehoorde deskundige
De deskundige heeft aangegeven dat reclasseringstoezicht op de opgelegde voorwaarden niet uitvoerbaar is als betrokkene niet wil vertellen waar hij zich bevindt. Het contact dat de reclassering heeft met betrokkene is alleen telefonisch en functioneel van aard. De reclassering blijft desondanks bij het advies de gvm-maatregel ten uitvoer te leggen voor de duur van twee jaren, gelet op het recidiverisico dat zonder verdere behandeling, begeleiding en toezicht als hoog wordt ingeschat.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank in verband met wijziging van de bijzondere voorwaarden. Aan de wettelijke vereisten voor toewijzing van de vordering is voldaan. Het recidiverisico is hoog, betrokkene heeft een complexe stoornis en is niet afdoende behandeld. Er is ook sprake van instabiliteit op alle leefgebieden. Het gedrag van betrokkene richting mensen die als professional bij hem betrokken zijn is dreigend en intimiderend. Betrokkene heeft zich na een eerdere veroordeling niet gehouden aan de toen opgelegde voorwaarden en dat baart zorgen. Dit alles geeft ruimte en aanleiding om aan te nemen dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat betrokkene opnieuw een misdrijf zal begaan waarvoor een gvm-maatregel opgelegd kan worden. De beslissing van de rechtbank dient echter vernietigd te worden omdat een actuele medische verklaring ontbreekt, waardoor oplegging van de bijzondere voorwaarde van ambulante behandeling niet mogelijk is. De andere door de rechtbank opgelegde voorwaarden zijn op grond van de stukken in het dossier voldoende onderbouwd. Dat betrokkene niet wil meewerken doet niets af aan het feit dat dit kader wel noodzakelijk is voor de beperking van het risico.
Het oordeel van het hof
Bevestiging
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep bevestigen, met uitzondering van het laten vervallen van een van de bijzondere voorwaarden als hierna overwogen.
Bijzondere voorwaarden
De rechtbank heeft in eerste aanleg onder meer de volgende bijzondere voorwaarde aan de gvm-maatregel verbonden:
"Veroordeelde laat zich behandelen door [zorgverlener] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start bij aanvang van de toezichttermijn. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt."
Het hof is met de raadsman van betrokkene en de advocaat-generaal van oordeel dat de oplegging van deze bijzondere voorwaarde niet aan het in artikel 6:6:23a, derde lid, Sv voorgeschreven vereiste voldoet, nu geen actuele medische verklaring is overgelegd waaruit de noodzaak van behandeling of opname blijkt. Het hof zal deze bijzondere voorwaarde dan ook niet opnieuw opleggen.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt met uitzondering van het laten vervallen van de ambulante behandelverplichting als bijzondere voorwaardede beslissing van de rechtbank
Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, van 24 juli 2025, met betrekking tot de betrokkene
[betrokkene].
Aldus gedaan door
mr. M.J. Vos, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. W.A. Holland, raadsheren,
en drs. I.E. Troost en drs. B. van Giessen, raden,
in tegenwoordigheid van mr. L.A.C. van den Berg-Veltman, griffier,
en op 2 april 2026 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.