Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM -LEEUWARDEN
advocaat: mr. E. Maalsen
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De toelichting van de beslissing van het hof
de Law on Marriage and Family 2000bevat een bewijsregel: wanneer beide echtgenoten aanspraak maken op de eigendom van een bepaald goed, wordt dit goed als behorend tot het gemeenschappelijk vermogen gezien zolang niet bewezen is dat het goed tot het persoonlijk vermogen van de ene of de andere echtgenoot behoort. Het persoonlijk vermogen van iedere echtgenoot wordt bepaald aan de hand van artikel 32 van Pro de wet van 2000. Tot het persoonlijk vermogen van iedere echtgenoot behoort onder andere het ten huwelijk aangebrachte vermogen, vermogen verkregen bij uitsluiting van de andere echtgenoot verkregen krachtens erfrecht of schenking, zaken bestemd voor het beroep of bedrijf, kleding, persoonlijke zaken. Iedere echtgenoot kan besluiten om een goed dat behoort tot het persoonlijk vermogen in te brengen in het gemeenschappelijk vermogen. In geval van echtscheiding wordt het gemeenschappelijk vermogen verdeeld (artikel 95 wet Pro van 2000). Partijen kunnen zelf over deze verdeling afspraken maken. Bij gebreke van een dergelijke afspraak, beslist de rechter. In beginsel wordt het gemeenschappelijk vermogen bij helfte verdeeld, rekening houdend met de maatschappelijke en economische positie van iedere echtgenoot en diens bijdrage aan de ontwikkeling van het gemeenschappelijk vermogen.