Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2384

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
P25/358
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging na afwijzing voorwaardelijke beëindiging

De terbeschikkinggestelde is veroordeeld in België en de interneringsmaatregel is omgezet in een Nederlandse terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. De terbeschikkinggestelde betwist de veroordeling en verzoekt om een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel, al dan niet na aanhouding van de procedure.

Het hof heeft het verzoek tot onderzoek naar een voorwaardelijke beëindiging afgewezen omdat de problematiek en het recidivegevaar nog onverminderd aanwezig zijn. Uit een recent neuropsychologisch onderzoek blijkt een significante cognitieve achteruitgang, waardoor een vervolgsetting met aangepaste begeleiding noodzakelijk is.

De kliniek adviseert verlenging van de maatregel met twee jaar, omdat de behandeling en resocialisatie meer tijd vergen dan de resterende termijn bij een verlenging van één jaar. Het hof volgt dit advies en vernietigt de eerdere beslissing van de rechtbank die de maatregel slechts met één jaar verlengde.

De terbeschikkingstelling wordt derhalve verlengd met twee jaar, waarbij nog meerdere stappen moeten worden doorlopen voordat kan worden beoordeeld hoe de terbeschikkinggestelde zal functioneren in een omgeving met minder toezicht en begeleiding.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling met verpleging wordt verlengd met twee jaar en het verzoek tot onderzoek naar een voorwaardelijke beëindiging wordt afgewezen.

Uitspraak

TBS P25/358
Beslissing van 5 maart 2026
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
verblijvende in [kliniek] , verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 1 augustus 2025. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar en de afwijzing van het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 12 augustus 2025 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- een e-mailbericht van de raadsman van 26 januari 2026;
- de aanvullende informatie van [kliniek] van 27 januari 2026, met als bijlage de wettelijke aantekeningen over de periode van 19 augustus 2025 tot en met januari 2026.
Het hof heeft ter zitting van 19 februari 2026 gehoord de advocaat-generaal, mr. H.J. Lambers, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. C.J.J. Kwint, advocaat te 's-Gravenhage.

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde stelt zich op het standpunt dat hij ten onrechte in België is veroordeeld en dat er sprake is van een justitiële dwaling. Nederland had daarom nooit de in België opgelegde interneringsmaatregel mogen omzetten in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Inmiddels heeft de terbeschikkinggestelde een Belgische advocaat in de arm genomen om een herzieningsprocedure in België te starten.
Omdat hij stelt ten onrechte te zijn veroordeeld is er ook geen sprake van recidiverisico. De terbeschikkinggestelde wenst dat de maatregel voorwaardelijk wordt beëindigd.
In dat verband heeft de raadsman primair verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden teneinde de reclassering de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te laten onderzoeken. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de maatregel te verlengen met een jaar. Uit de update volgt dat de kliniek het eerdere advies om de maatregel met een jaar te verlengen heeft gehandhaafd. Ook zijn de beschreven vervolgstappen in de update hetzelfde als in het verlengingsadvies.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De problematiek van de terbeschikkinggestelde is nog onverminderd aanwezig, net als het recidivegevaar. Gelet hierop is voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de maatregel en is voortzetting van de maatregel geïndiceerd. Uit het verlengingsadvies van de kliniek van 12 mei 2025 volgt dat er een neuropsychologisch onderzoek is aangevraagd en dat de kliniek daarom toen heeft geadviseerd om de maatregel met een jaar te verlengen.
Uit de aanvullende informatie van de kliniek van 27 januari 2026 volgt dat dit neuropsychologisch onderzoek/onderzoek naar cognitieve functies inmiddels heeft plaatsgevonden. Aan de hand van de uitkomst van dit onderzoek heeft de kliniek besloten dat er een vervolgsetting gezocht moet gaan worden die rekening houdt met de cognitieve beperkingen van de terbeschikkinggestelde. De verwachting is dat dit traject meer tijd in beslag neemt dan de tijd de resteert bij de verlenging met een jaar. De advocaat-generaal heeft daarom de vordering van het openbaar ministerie gewijzigd en geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en tot verlenging van de maatregel met twee jaar. Voor een onderzoek naar een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege bestaan volgens de advocaat-generaal thans geen aanknopingspunten.
Het oordeel van het hof
Afwijzen verzoek
Het hof acht zich op basis van de aanwezige informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het hof acht een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege thans niet opportuun, zodat het daarmee verband houdende verzoek tot een onderzoek wordt afgewezen
Vernietiging
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere verlengingsbeslissing komt.
Indexdelicten
Bij arrest van het Hof van Beroep te Gent is aan de terbeschikkinggestelde - onder meer - een interneringsmaatregel opgelegd voor diefstal met (bedreiging met) geweld en poging tot afpersing. Deze maatregel is in 2017 overgedragen aan Nederland, waarbij deze is aangepast naar de Nederlandse maatregel van een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. De indexdelicten zijn misdrijven die gericht zijn tegen en/of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen.
Stoornis en recidivegevaar
Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van psychotische problematiek, te weten een waanstoornis (achtervolgingstype). Daarnaast is sprake van een lichte verstandelijke beperking en een antisociale persoonlijkheidsstoornis
Binnen het huidige kader wordt het recidiverisico als laag ingeschat. Bij beëindiging van de terbeschikkingstelling wordt het risico op gewelddadig gedrag als hoog ingeschat.
Verlenging
Gelet op de advisering en op hetgeen overigens op de zitting naar voren is gekomen, stelt het hof vast dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereist.
Uit de update van de kliniek van 27 januari 2026 volgt dat het neurologisch onderzoek naar de cognitieve functies van de terbeschikkinggestelde en hoe deze zich verhouden tot het recidiverisico en het benodigde kader, inmiddels heeft plaatsgevonden. Uit dit onderzoek volgt dat er bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een significante cognitieve achteruitgang van het geheugen en het werkgeheugen tussen 2019 en 2025. Dit lijkt, gezien het stabiele beeld in het afgelopen jaar, een constante manifestatie van de schizofrenie zelf (binnen het betrouwbaarheidsinterval), waarbij geheugenproblemen en moeilijkheden met het aanleren van nieuwe dingen typische kenmerken van de ziekte zijn. Aan de hand van dit onderzoek heeft de kliniek besloten dat er een vervolgsetting gezocht moet gaan worden die rekening houdt met de cognitieve beperkingen van de terbeschikkinggestelde.
Inmiddels is er een machtiging onbegeleid verlof afgegeven aan de terbeschikkinggestelde. Op dit moment bevindt hij zich echter nog in de semi-onbegeleide fase. Omdat het merkbaar is dat de terbeschikkinggestelde moeite heeft met plannen en met het overzicht bewaren, kost het tijd om hem te laten wennen aan de onbegeleide fase. Kortom, er moeten nog meerdere stappen worden doorlopen voordat getoetst kan worden hoe de terbeschikkinggestelde zal gedijen in een omgeving waarbij het toezicht en de begeleiding is afgenomen. De kliniek heeft geadviseerd de maatregel met twee jaar te verlengen.
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Nu hiervan sprake is, zal het hof, overeenkomstig het standpunt van de advocaat-generaal, de maatregel met twee jaar verlengen.

BESLISSING

Het hof:
Wijst afhet verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Vernietigtde beslissing van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 1 augustus 2025 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde,
[terbeschikkinggestelde].
Verlengtde terbeschikkingstelling met een termijn van
twee jaar.
Aldus gedaan door
mr. G. Mintjes, voorzitter,
mr. M.J. Vos en mr. O.O. van der Lee, raadsheren,
en drs. P.K.J. Ronhaar en drs. B. Koudstaal, raden,
in tegenwoordigheid van mr. J.P. Fuchs-van Dis, griffier,
en op 5 maart 2026 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.