ECLI:NL:GHARL:2026:2414

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
GEMW 200.364.482/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 154b GemwArt. 154n GemwArt. 154k GemwArt. 20d, tweede lid Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep bestuurlijke boete wegens ontbreken zekerheidstelling

Eiser stelde beroep in tegen een bestuurlijke boete opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Breda op grond van artikel 154b van de Gemeentewet. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat eiser geen zekerheid had gesteld en niet had aangetoond daartoe niet in staat te zijn.

Eiser gaf aan niet op de hoogte te zijn geweest van de verplichting tot zekerheidstelling en betaalde de boete direct nadat zij hiervan op de hoogte was. Artikel 154n van de Gemeentewet bepaalt dat de griffie van de rechtbank de indiener van het beroepschrift moet wijzen op de verplichting tot zekerheidstelling binnen twee weken na ontvangst van het beroepschrift.

Uit het dossier bleek echter niet dat de griffie eiser op deze verplichting heeft gewezen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat eiser in verzuim was. Het gerechtshof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug naar de rechtbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: GEMW 200.364.482/01
Uitspraak d.d.
: 22 april 2026
Arrestop het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Zeeland-West-Brabant van 7 oktober 2025, betreffende

[eiser] (hierna: eiser),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Dit beroep was ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: verweerder) naar aanleiding van de oplegging van een bestuurlijke boete aan eiser op grond van artikel 154b van de Gemeentewet (hierna: Gemw) met kenmerk 2701251132440614200.

Het verloop van de procedure

Eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen zekerheid heeft gesteld en niet is aangevoerd of is gebleken dat eiser niet in staat is zekerheid te stellen.
2. Eiser voert aan dat zij de bestuurlijke boete niet vooraf heeft betaald omdat zij niet op de hoogte was van de verplichting tot het stellen van zekerheid. Nu zij bekend is met deze voorwaarde, heeft ze de bestuurlijke boete direct betaald.
3. In artikel 154n van de Gemw is, voor zover van belang, het volgende bepaald:
“1. De behandeling van het beroep vindt plaats binnen zes weken nadat de indiener zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de sanctie, ter hoogte van het bedrag van de opgelegde bestuurlijke boete, dan wel nadat de termijn daarvoor is verstreken.
3. De zekerheid wordt door de indiener gesteld bij het bestuursorgaan dat de bestuurlijke boete heeft opgelegd, hetzij door middel van een aan betrokkene toegezonden acceptgiro, hetzij anderszins door storting op de rekening van de het bestuursorgaan. De griffie van de rechtbank wijst de indiener van het beroepschrift na de ontvangst ervan op de verplichting tot zekerheidsstelling en deelt hem mee dat de zekerheidsstelling dient te geschieden binnen twee weken na de dag van zijn mededeling. Indien de zekerheidsstelling niet binnen deze termijn is geschied, wordt het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.”
4. Uit het dossier blijkt niet dat eiser (door de griffie van de rechtbank) is gewezen op de verplichting tot het stellen van zekerheid.
5. Omdat niet kan worden vastgesteld dat eiser (op de voorgeschreven wijze) op de verplichting tot het stellen van zekerheid is gewezen kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter, gelet op artikel 154k van de Gemw in verbinding met artikel 20d, tweede lid van de Wahv, vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.