ECLI:NL:GHARL:2026:2420

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
Wahv 200.359.967/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WahvArt. 5 WahvArt. 6 EVRMArt. 14, vijfde lid IVBPR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep afgewezen wegens appelverbod bij geringe verkeersboete

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een verkeersboete van €56,- opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard en het hof moest beoordelen of het appelverbod van artikel 14 Wahv Pro in deze zaak terecht werd toegepast.

Het hof oordeelde dat het appelverbod niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter, noch met het discriminatieverbod. De uitsluiting van hoger beroep bij boetes onder de appelgrens van €110,- is objectief en redelijk gerechtvaardigd vanwege het geringe belang van de zaak. Het feit dat de boete relatief hoog kan zijn voor mensen met een laag inkomen doet hier niet aan af, aangezien ook zij de mogelijkheid hebben om bij de kantonrechter en het hof in beroep te gaan.

De betrokkene was op correcte wijze opgeroepen voor de zitting, maar verscheen niet. Zijn klachten betroffen de inhoudelijke beslissing en niet het recht op toegang tot de rechter. Het hof verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het appelverbod bij een boete van €56,-.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.359.967/01
CJIB-nummer
: 265946929
Uitspraak d.d.
: 22 april 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordNederland van 2 september 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Artikel 14 van Pro de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
  • wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 110,-
  • wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld en de betrokkene de juistheid van die beslissing in hoger beroep betwist.
2. Van geen van deze situaties is hier sprake. De sanctie is € 56,- en de kantonrechter heeft het beroep ongegrond verklaard.
3. De betrokkene voert - kort samengevat - aan dat het appelverbod buiten toepassing moet worden gelaten vanwege schending van het discriminatieverbod. Het sanctiebedrag is hoog voor mensen met een laag inkomen. Ook is het recht geschonden door een verkeerde uitleg en beoordeling van artikel 5 van Pro de Wahv. Daarnaast is sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel en heeft de kantonrechter ten onrechte geen rekening gehouden met de draagkracht van de betrokkene.
4. De appelgrens is niet in strijd met het recht op toegang tot de rechter (vgl. het arrest van het hof van 14 juni 2000, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ:0004). Het hof heeft geoordeeld dat artikel 14, vijfde lid, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 6 EVRM Pro geen onbeperkt recht op een hogere voorziening toekennen in geval van bagateldelicten en dat in geval van gedragingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, Wahv, met een sanctiebedrag onder de appelgrens van artikel 14, eerste lid, van de Wahv, deze als bagateldelicten dienen te worden gekwalificeerd. Het appelverbod is ook niet in strijd met het discriminatieverbod. Voor de uitsluiting van deze categorie van zaken van hoger beroep bestaat een objectieve en redelijke rechtvaardiging, namelijk het geringe belang dat blijkens het bedrag van de sanctie aan de orde is (vgl. het arrest van het hof van 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL: 2025:6497). Dat het sanctiebedrag hoog is voor mensen met een laag inkomen, doet hier niet aan af. Een laag inkomen staat er niet aan in de weg dat beroep bij de kantonrechter en het hof wordt ingesteld. De te stellen zekerheid bij de kantonrechter kan in het geval van geringe financiële mogelijkheden op nihil worden gesteld.
5. Het appelverbod kan wel buiten toepassing worden gelaten wanneer het recht op toegang tot de rechter in een concrete zaak is geschonden door de kantonrechter (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:6402).
6. Niet gebleken is dat het recht op toegang tot de rechter in de onderhavige zaak is geschonden. De betrokkene is op voorgeschreven wijze opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter. De betrokkene is niet verschenen op deze zitting, zoals hij vooraf had aangegeven. De betrokkene heeft dus de gelegenheid gehad zijn standpunten toe te lichten op een zitting. De klachten van de betrokkene komen er in de kern op neer dat de kantonrechter een onjuiste beslissing heeft genomen en hebben geen betrekking op het recht op toegang tot de rechter. De bezwaren tegen de beslissing van de kantonrechter kunnen niet leiden tot het buiten toepassing laten van het appelverbod.
7. Het hof zal het hoger beroep gelet op het voorgaande nietontvankelijk verklaren. Omdat de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.