Uitspraak
- bevestiging van het vonnis van de rechtbank;
- opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis en
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] .
hij in of omstreeks de periode van 3 oktober 2020 tot en met 16 december 2020 te [plaats 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
[medeverdachte 1] en/of (een) ander(en) in of omstreeks de periode van 1 september 2020 tot en met 16 december 2020 te [plaats 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2020 tot en met 16 december 2020 te [plaats 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 3.790 hennepstekken en 353 moederplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;
subsidiair
[medeverdachte 1] en/of (een) ander(en) in of omstreeks de periode van 1 juni 2020 tot en met 16 december 2020 te [plaats 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 3.790 hennepstekken en 176 moederplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 september 2020 tot en met 16 december 2020, te [plaats 1] , althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest door werkzaamheden in die hennepkwekerij te verrichten.
hij op of omstreeks 5 maart 2020 te [plaats 2] , [gemeente 1] , stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden gehad, te weten een slakkenhuis, een koolstoffilter, een weegschaal, een schakelbord, 2 ventilatoren, voedingsmiddelen, 10 TLbuis-armaturen, 7 losse TL-buizen, 31 assimilatielampen, kunststofbloempotten en/of watervaten dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten een of meer slaapkamers van de woning aan [adres 3] , waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2020 tot en met 05 maart 2020 te [plaats 2] , [gemeente 1] , een hoeveelheid energie (elektriciteit), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
hij op of omstreeks 5 maart 2020 te [plaats 2] , [gemeente 1] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 592 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Bewijsoverweging feit 1 en 2 parketnummer 18-094027-21
het hof begrijpt:
het hof begrijpt: [medeverdachte 4]) en [medeverdachte 3] hebben een dag voor de aanhouding de stekjes opgehaald. [medeverdachte 3] weet van haar situatie en dat ze daar is achtergelaten. Ook door [medeverdachte 4] uit Tsjechië werden aanwijzingen gegeven. [8]
het hof begrijpt: verdachte). Hij heeft haar vervolgens naar [plaats 1] gebracht. Aangeefster was erbij toen [medeverdachte 3] geld aan [verdachte] (
het hof begrijpt: verdachte) en [medeverdachte 1] (
het hof begrijpt: [medeverdachte 1]) gaf om goederen voor de hennepstekkerij te kopen. [medeverdachte 3] gaf 20.000 euro aan hun. Aangeefster is wat gerustgesteld nu zij weet dat [medeverdachte 3] is aangehouden. [medeverdachte 3] durft alles te doen en ze heeft ook een wapen. [medeverdachte 3] vertelde aangeefster dat ze een geweer heeft. [medeverdachte 3] heeft op haar telefoon een foto staan van een westerse man met een tatoeage op zijn bovenarm. [medeverdachte 3] liet aangeefster de foto zien en vertelde dat als iemand [medeverdachte 3] zou verraden deze man kon worden ingeschakeld. De man zat bij een motorbende. [medeverdachte 3] vertelde aangeefster ook dat ze adressen had waar ze hennep kon kopen en verkopen. [medeverdachte 3] heeft tegen aangeefster gezegd dat als aangeefster aangehouden zou worden, aangeefster [medeverdachte 3] niet mocht verraden. [medeverdachte 3] is de baas over de hennepstekkerij. [medeverdachte 3] heeft het meeste geïnvesteerd en daarom is zij de baas. [medeverdachte 3] gaf aangeefster direct opdracht. Het klopt dat [medeverdachte 3] tegen aangeefster schreeuwde. [medeverdachte 3] was de baas over aangeefster. Ongeveer twee weken voor haar aanhouding zag aangeefster de westerlingen niet meer. Voor die tijd kwamen ze om heel veel stekjes mee te nemen en te verkopen. Daarna kwamen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] (
het hof begrijpt: [medeverdachte 4]) de stekjes ophalen. [10]
het hof begrijpt: [medeverdachte 4]) genoemd en de andere man werd [verdachte] genoemd. Zij stelden zich voor als de [medeverdachte 4] en [verdachte] . De [medeverdachte 4] en [verdachte] verbaasden zich ook over de stekkerij. Het was niet goed. [verdachte] en de [medeverdachte 4] zeiden toen dat zij er wel een hennepstekkerij in konden zetten. Op het moment dat werd besloten dat zij het gingen organiseren, werd ook duidelijk dat er meer Vietnamese mensen in beeld kwamen. Er was ook een vrouw bij die [medeverdachte 3] werd genoemd. Van haar werd gezegd dat zij de baas was en de touwtjes in handen had. [verdachte] onderhield het contact met deze mensen en met [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] werd uiteindelijk bedreigd door [verdachte] . [verdachte] deed dit uit naam van [medeverdachte 3] . [23] [verdachte] is de bijnaam van verdachte. [verdachte] was voor [medeverdachte 1] het aanspreekpunt. [medeverdachte 3] was de bazin. Zij kwam af en toe binnen en gaf dan opdrachten. Zij gaf opdrachten aan alle Vietnamezen. Aangeefster werkte voor [medeverdachte 3] . Als deze [medeverdachte 3] opdrachten gaf, dan werd het ook gedaan. Aangeefster behandelde haar als een soort van god. Aangeefster deed alles voor [medeverdachte 3] . Zij bracht haar koffie en thee. [24]
het hof begrijpt: een foto van [medeverdachte 3]) verklaart hij: dat is de baas, dat is [medeverdachte 3] . Zij is gevaarlijk. Zij onderdrukte [benadeelde 1] . Alleen die [medeverdachte 4] was niet bang voor haar. Bij een foto van een man (
het hof begrijpt: een foto van verdachte), verklaart [medeverdachte 6] : dat is [verdachte] . [medeverdachte 1] kwam via die Growshop in contact met [verdachte] . [verdachte] moest de andere locatie opbouwen in dezelfde schuur. [medeverdachte 6] heeft gezien dat [verdachte] met hout bezig was. [26] Ook heeft hij verklaard dat [medeverdachte 2] niet wilde dat aangeefster in de avond buiten de loods liep omdat ze dan door de buren gezien kon worden. [27]
Uitbuiting
hij in
of omstreeksde periode van 3 oktober 2020 tot en met 16 december 2020 te [plaats 1] ,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
of anderen, te weten [benadeelde 1] ,
(telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan weldoor misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie
geworven,vervoerd en
overgebracht,gehuisvest
of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde 1] (sub 1°) en
/of
gedwongen en/ofbewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten
dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [benadeelde 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten(sub 4°) en
/of
(telkens)opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die ander, te weten die [benadeelde 1] (sub 6°),
zij,verdachte en/of zijn mededader(s):
kwekerij/stekkerij gebracht en
/oftegen die [benadeelde 1] gezegd dat zij in die hennep
kwekerij/stekkerij werkzaamheden moest verrichten en
/ofdaarvoor die [benadeelde 1] niet betaald en
/of
/ofverwarming,
/ofwoonruimte en
/ofeen verblijfsstatus in Nederland beschikte en
/ofde Nederlandse taal niet spreekt en
/of(aldus
)gebruik heeft gemaakt van de afhankelijksheids- en
/ofkwetsbare positie van die [benadeelde 1] , waardoor die [benadeelde 1] zich niet kon
en/of durfde te verzetten en/of onttrekken
tegen/aan die uitbuiting door
haar,verdachte en
/ofzijn mededader(s);
hij in
of omstreeksde periode van 1 juni 2020 tot en met 16 december 2020 te [plaats 1] ,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,opzettelijk heeft geteeld
en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2]
)een hoeveelheid van
(in totaal) ongeveer3.790 hennepstekken en 353 moederplanten,
althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.
hij op
of omstreeks5 maart 2020 te [plaats 2] ,
[gemeente 1] ,stoffen en
/ofvoorwerpen heeft
bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd ofvoorhanden gehad, te weten een slakkenhuis, een koolstoffilter, een weegschaal, een schakelbord, 2 ventilatoren, voedingsmiddelen, 10 Tl-buis-armaturen, 7 losse Tl-buizen, 31 assimilatielampen, kunststofbloempotten en
/ofwatervaten
dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten een of meer slaapkamers van de woning aan [adres 3], waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;
hij in
of omstreeksde periode van 01 januari 2020 tot en met 05 maart 2020 te [plaats 2] ,
[gemeente 1] ,een hoeveelheid energie (elektriciteit),
in elk geval enig goed,die
geheel of ten deleaan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ofdat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
hij op of omstreeks 5 maart 2020 te [plaats 2] ,
[gemeente 1] ,opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 592 gram,
in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
- de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57, 273f en 311 van het Wetboek van Strafrecht en
- de artikelen 3, 11 en 11a van de Opiumwet.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
11 (elf) maanden.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
€ 5.000,00 (vijfduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is.