Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in (het principaal) hoger beroep,
200.333.026),
200.333.026),
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
200.333.026tot 3 september 2024 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.
200.356.791blijkt uit:
3.De feiten
- de vrouw opgedragen bewijs te leveren die de conclusie rechtvaardigt dat zij recht heeft op betaling door de man aan haar van € 1.000.000;
- het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een bijdrage in haar levensonderhoud (partneralimentatie) afgewezen;
- het verzoek van de man om de vrouw te veroordelen tot betaling aan hem van € 300.000 afgewezen; en
- iedere verdere beslissing aangehouden.
primair:
subsidiair:
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
het handhaven van bestaande vermogensverschillen”.
gemaximeerdbedrag, waarbij aan het einde van het huwelijk berekend moet worden wat er te verrekenen valt. Tegen dit oordeel komt geen van partijen in hoger beroep op, zodat dit in rechte vast staat. De vraag die in hoger beroep nog voor ligt is of de vrouw er niettemin, gelet op diverse berichten, gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij hoe dan ook een miljoen euro zou ontvangen. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit zo is en daarvan is de man in hoger beroep gekomen (zaaknummer
200.356.791).
Volgend jaar, als er meer wordt verkocht wordt dit bedrag zsm aangevuld met € 450.000. Tot een totaal van € 1.000.000 en ben je miljonair. Gefeliciteerd. Dat heb je snel gedaan in 2,5 jaar. Is mij niet gelukt.’ Verderop in het bericht schrijf hij: ‘
Maar ook hoop ik dat je vrede hebt met het feit dat je mij in 2,5 jaar € 1.000.000 lichter hebt gemaakt. Ik wilde je beschermen. Ik heb eerst € 250.000 op jouw rekening overgemaakt. Voor als mij iets zou overkomen. Ik wilde niet dat mijn kids je iets zouden aandoen. Daarom ook dat geld. En ik wilde ook dat je als er iets tussen zou komen je ook zonder mij verder kon leven. Daarom ook € 1.000.000.’ Het zijn voorstellen om tot een afronding te kunnen komen zonder een langdurige gerechtelijke procedure. Alles bij elkaar komt hij dan opgeteld over de afgelopen twee en half jaar op een miljoen uit. Dit is het enige bericht in het dossier waar de man een miljoen euro noemt, maar niet zodanig dat de vrouw daaruit mocht afleiden dat zij hoe dan ook een miljoen euro bij het einde van het huwelijk zou ontvangen. Uit het hele bericht komt een beeld van teleurstelling en emoties naar voren. In dat licht moeten ook de daarin genoemde voorstellen worden gezien. Wellicht heeft de man hierbij het maximum van een miljoen euro uit de huwelijkse voorwaarden in het achterhoofd gehad, ervan uitgaande dat de vrouw bij toepassing van het verrekenbeding wel aan dit bedrag zou komen, maar dat rechtvaardigt nog niet dat vrouw er ook op mocht vertrouwen dat dit zo zou zijn. Er was immers nog geen uitvoering gegeven aan het verrekenbeding en beide partijen wisten niet wat de omvang van het te verrekenen vermogen was. Wel kenden zij het gemaximeerde verrekenbeding dat zij twee en half jaar eerder waren overeengekomen en in hun huwelijkse voorwaarden hadden opgenomen. Uit de hele gang van zaken rondom de echtscheiding vloeit naar het oordeel van het hof niet voort dat de vrouw er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij bij het einde van het huwelijk een miljoen euro zou ontvangen.
200.333.026zal toewijzen betreffende verrekening met het voorschot van € 300.000.
200.356.791komt de man op tegen het oordeel dat hij over het bedrag wat hij aan de vrouw op grond van de huwelijkse voorwaarden moet voldoen de wettelijke rente is verschuldigd vanaf 16 maart 2021.
200.333.026heeft de vrouw gesteld dat zij zal afzien van een aanspraak op partneralimentatie wanneer zij door de rechtbank en het hof in het gelijk wordt gesteld ten aanzien van de door haar verzochte € 1.000.000 in het kader van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. Nu het hof de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de € 1.000.000 niet in stand laat, zal het hof ook oordelen over de partneralimentatie.
6.De slotsom
200.356.791. Het hof zal de beschikking van de rechtbank van 14 april 2025 vernietigen, voor zover daarin de man is veroordeeld om in het kader van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden aan de vrouw € 1.000.000 netto te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2021. Verder zal het hof voor recht verklaren dat de man een eventueel op grond van het verrekenbeding aan de vrouw te betalen bedrag mag verrekenen met het bedrag van € 300.000 dat al aan de vrouw is voldaan, of zo de man op grond van het verrekenbeding een lager bedrag dan € 300.000 aan de vrouw moet voldoen bepalen dat de vrouw het verschil aan de man moet terugbetalen en voor het geval de man op grond van het verrekenbeding geen bedrag aan de vrouw hoeft te voldoen bepalen dat de vrouw de € 300.000 aan de man moet terug betalen. Het hof zal de beschikking van de rechtbank van 5 juli 2023, voor zover daarin het verzoek van de vrouw tot vaststelling van partneralimentatie is afgewezen, bekrachtigen.