Uitspraak
- vernietiging van het vonnis van de rechtbank;
- bewezenverklaring en kwalificatie van de ten laste gelegde feiten overeenkomstig de beslissingen van de rechtbank;
- toepassing van het volwassenenstrafrecht op grond van artikel 77b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr);
- veroordeling van verdachte (hierna: [verdachte] ) tot een gevangenisstraf van twee jaren, met aftrek van de tijd die [verdachte] in voorarrest heeft doorgebracht, en een ongemaximeerde maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: TBS-maatregel) met bevel tot verpleging van overheidswege;
- beslissingen op het beslag conform het vonnis van de rechtbank;
- toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] op de wijze zoals zij in hoger beroep zijn gehandhaafd en van de benadeelde partijen [benadeelde 4] en [benadeelde 5] conform de beslissingen van de rechtbank.
- [verdachte] voor de ten laste gelegde feiten 1 primair, 2, 3 subsidiair, 4 en 5 in de zaak met parketnummer 18-015688-23, voor de feiten 1 en 2 in de zaak met parketnummer 08-338491-22 en het feit in de zaak met parketnummer 08-284613-23 veroordeeld tot een jeugddetentie van twee jaren (het hof leest: 24 maanden), met aftrek van de tijd die [verdachte] in voorarrest heeft doorgebracht, en plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel);
- de teruggave aan [verdachte] gelast van de inbeslaggenomen en niet teruggegeven kleding;
- de teruggave aan [jeugdzorginstelling] gelast van het inbeslaggenomen en niet teruggegeven geldbedrag;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 25.078,50 (bestaande uit € 5.078,50 materiële schade en
- de benadeelde partij [benadeelde 6] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 25.000,- aan immateriële schade, dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] hoofdelijk toegewezen, dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente, de schadevergoedingsmaatregel opgelegd en [verdachte] veroordeeld tot het betalen van de proceskosten die begroot zijn op € 796,-;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5] volledig toegewezen, dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel opgelegd;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] afgewezen.
Het oordeel van het hof
. Uit de ter zitting beluisterde geluidsopname van [benadeelde 2] blijkt wel dat wat zij heeft moeten meemaken zeer traumatiserend is geweest.Dit blijkt ook uit de schriftelijke slachtofferverklaring van [benadeelde 2] in hoger beroep.
kanworden toegepast, niet maakt dat [verdachte] dan ook per definitie volgens het meerderjarigenstrafrecht
moetworden bestraft.
- het rapport van het klinisch multidisciplinair onderzoek Pro Justitia (met addenda), observatieafdeling Teylingereind (hierna: ForCa), opgemaakt op 7 juli 2023 door [naam 5] (GZ-psycholoog) en [naam 6] (psychiater);
- het rapport van de neuroloog en de klinisch neuropsycholoog van 24 april 2023, aangevuld op 11 december 2023 na kennisneming van de uitslag van het EEG;
- het rapport van het klinisch multidisciplinair onderzoek Pro Justitia, observatieafdeling ForCa, opgemaakt op 20 januari 2025 door [naam 7] (GZ-psycholoog) en [naam 8] (psychiater);
- het strafblad van [verdachte] van 17 maart 2026 waaruit blijkt dat [verdachte] niet eerder (onherroepelijk) is veroordeeld voor strafbare feiten;
- het rapport Pro Justitia, observatieafdeling PBC, opgemaakt op 8 april 2026 door [naam 3] (GZ-psycholoog) en [naam 4] ((kinder- en jeugd)psychiater);
- een brief van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 13 april 2026 van [naam 9] en de eerdere adviezen van de Raad;
- de verklaring die de deskundige [naam 4] op de zitting van het hof op 16 april 2026 heeft afgelegd.
Het oordeel van het hof
- 1x punt voor opstellen eenvoudige vordering tot schadevergoeding:
- 3x punt voor bijwonen inhoudelijke behandeling (per dag).
BESLISSING
24 (vierentwintig) maanden.
inrichting voor jeugdigen.
van € 25.078,50 (vijfentwintigduizend achtenzeventig euro en vijftig cent) bestaande uit € 5.078,50 (vijfduizend achtenzeventig euro en vijftig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) ter zake van immateriële schade,waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.519,24 (duizend vijfhonderdnegentien euro en vierentwintig cent) bestaande uit € 19,24 (negentien euro en vierentwintig cent) materiële schade en
€ 2.000,84 (tweeduizend euro en vierentachtig cent) bestaande uit € 0,84 (nul euro en vierentachtig cent) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.