De man, DGA van Sneakerstad BV, is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die hem verplichtte een bijdrage te betalen in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn drie minderjarige kinderen. De rechtbank had een bedrag van € 330 per kind per maand vastgesteld, ingaande 23 juli 2024.
In hoger beroep betwistte de man de hoogte van de alimentatie en stelde dat het inkomen van partijen in 2022 moest worden gehanteerd, met een belastbaar inkomen van € 36.000,- voor hem. De vrouw stelde dat het jaar 2023 leidend is en dat de man zich als DGA een hoger salaris kan uitbetalen dan hij stelde. Het hof nam het wettelijk minimum DGA-salaris van € 51.000,- in 2023 als uitgangspunt, omdat de man onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie.
Het hof berekende de behoefte van de kinderen op € 582,- per maand in 2023, geïndexeerd naar € 618,- in 2024. De draagkracht van de man werd vastgesteld op € 668,- per maand, terwijl de vrouw geen draagkracht heeft vanwege haar bijstandsniveau. De man moet daarom € 223,- per kind per maand betalen, oplopend tot € 248,- per kind per maand in 2026.
De man gaf onvoldoende inzicht in zijn schuld aan de belastingdienst en de aflossingen daarop, waardoor het hof geen rekening hield met de door hem gestelde lasten. De bestreden beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hof stelt de alimentatiebedragen vast zoals hierboven vermeld. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.