ECLI:NL:GHARL:2026:2681
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Aanhouding omgangsregeling in belang van minderjarige tijdens traumabehandeling
De zaak betreft een geschil over de omgangsregeling tussen een moeder en haar minderjarige kind, waarbij de gecertificeerde instelling (GI) als voogd is aangesteld. De rechtbank had een omgangsregeling vastgesteld waarbij de omgang beperkt was tot minimaal één keer per drie weken onder begeleiding. De moeder is het hier niet mee eens en is in hoger beroep gegaan om een frequentere omgang te verkrijgen.
Tijdens de procedure is gebleken dat de minderjarige sinds 2021 bij pleegouders woont en binnenkort een traumabehandeling zal starten. De GI stelt dat het in het belang van het kind is om de omgang te beperken om rust en stabiliteit te waarborgen, terwijl de moeder betoogt dat de beperking niet goed is onderbouwd en dat het kind juist baat heeft bij meer contact.
Het hof constateert dat de meest recente rapportages ontbreken en dat er onvoldoende informatie is om een weloverwogen beslissing te nemen. Daarom wordt de zaak aangehouden tot 30 oktober 2026, waarbij de GI wordt verzocht om een onderbouwd rapport over de actuele situatie en het verloop van de traumabehandeling. De huidige omgangsregeling blijft voorlopig van kracht om de rust voor het kind te waarborgen.
Het hof benadrukt tevens dat de moeder zich moet inzetten voor een goede samenwerking met de GI in het belang van het kind. Na ontvangst van de rapportage zal de mondelinge behandeling worden voortgezet.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden tot 30 oktober 2026 voor aanvullende rapportage en voortzetting van de mondelinge behandeling, waarbij de huidige omgangsregeling voorlopig blijft gehandhaafd.