ECLI:NL:GHARL:2026:2692

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
200.358.263/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13, tweede lid, aanhef en onder b, Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor rijden buiten rijbaan in voetgangersgebied

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het rijden op het trottoir, voetpad, fietspad of ruiterpad in Breda op 10 juni 2023. De kantonrechter mat de sanctie wegens overschrijding van de redelijke termijn en kende een proceskostenvergoeding toe.

In hoger beroep betwistte de gemachtigde van de betrokkene de kwalificatie van het gebied als voetgangersgebied en de bevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar. Het hof oordeelde dat de bevoegdheid niet afhankelijk is van het beoordelingskader dat sinds april 2023 geldt, maar van de toen geldende regeling domeinlijsten.

Het hof bevestigde de sanctie, vernietigde het besluit over de proceskostenvergoeding en herrekende deze met een hogere vergoeding, rekening houdend met het gewicht van de zaak en de duur van de procedure. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 502,03.

Uitkomst: Sanctie bevestigd, proceskostenvergoeding verhoogd tot € 502,03

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.358.263/01
CJIB-nummer
: 258817783
Uitspraak d.d.
: 30 april 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank ZeelandWest-Brabant van 1 augustus 2025, betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 120,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 226,75.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 160,- voor: “rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 juni 2023 om 16:00 uur op de Havermarkt 1 in Breda met het voertuig met het kenteken [kenteken]. De kantonrechter heeft het sanctiebedrag met 25 procent gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat het een voetgangersgebied betreft waar het voertuig reed. De kantonrechter heeft, gelet op de foto van de gedraging en de foto’s van de schouwrapporten, ten onrechte verondersteld dat de bestrating over de gehele breedte uit dezelfde stenen bestaat. Daarbij is een stoeprand niet relevant, omdat dit de kwalificatie van een trottoir niet ontneemt. In de nadere toelichting voert de gemachtigde aan dat de door de advocaat-generaal overgelegde foto niet zoveel zegt, nu men hier het gebied uitrijdt in plaats van inrijdt. De gemachtigde verwijst nog naar een aantal foto’s uit schouwrapporten van andere locaties waar geen sprake is van een voetgangerszone maar van een rijbaan.
3. Het hof begrijpt de gemachtigde dat hij de bevoegdheid van de (buitengewoon opsporings)ambtenaar tot oplegging van de sanctie betwist en daartoe verwijst naar het Boordelingskader Parket CVOM voor digitale handhaving bij geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (hierna: Beoordelingskader). Het Beoordelingskader wordt sinds 18 april 2023 gebruikt en richt zich tot de instanties, die met de opsporing van overtredingen, onder de reikwijdte van het Beoordelingskader, zijn belast. Voor de beoordeling van de bevoegdheid van de ambtenaar is, gelet op de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar, zoals die ten tijde van de gedraging gold, niet doorslaggevend of wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in het Beoordelingskader. De grond treft geen doel. In zoverre kan de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd.
4. Verder voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter ten onrechte wegingsfactor 0,25 heeft toegepast bij de berekening van de proceskostenvergoeding. Dit diende wegingsfactor 0,5 te zijn, zoals het hof ook doet in geval van een te lange duur van de procedure. De gemachtigde verzoekt het hof de proceskostenvergoeding opnieuw te berekenen en toe te kennen.
5. De kantonrechter heeft het sanctiebedrag gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg. Daarmee is de betrokkene gedeeltelijk in het gelijk gesteld en bestaat grond voor het toekennen van een proceskostenvergoeding. Het uitgangspunt is dat ook in geval de matiging van het sanctiebedrag uitsluitend haar grondslag heeft in de overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg, het gewicht van de zaak als licht moet worden aangemerkt (vgl. het arrest van het hof van 21 januari 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:253). Naar het oordeel van het hof bestaat in dit geval geen aanleiding om het gewicht van de zaak als zeer licht aan te merken. De verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 10 november 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:1526) geeft geen aanleiding voor een ander oordeel, omdat die zaak betrekking heeft op het indienen van een verzoek tot het toekennen van een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting.
6. Het voorgaande brengt mee dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal vernietigen voor wat betreft diens beslissing op het verzoek om een proceskostenvergoeding en de vergoeding opnieuw zal berekenen.
7. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter dient één punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus bedraagt de vergoeding voor de in de procedure bij de kantonrechter gemaakte proceskosten € 467,- (= 1 x € 934,- x 0,5).
8. De proceskosten gemaakt in de fase van hoger beroep komen ook voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het hoger beroepschrift en de nadere toelichting dienen 1,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 934,-. Omdat de betrokkene in hoger beroep alleen in het gelijk wordt gesteld ten aanzien van de proceskostenvergoeding, wordt voor de vaststelling van de vergoeding van de in hoger beroep gemaakte proceskosten de wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toegepast. Omdat de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 is bekendgemaakt, wordt het bedrag van de in hoger beroep gemaakte kosten op grond van artikel 13, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv vermenigvuldigd met de factor 0,1. Aldus bedraagt de vergoeding voor de in hoger beroep gemaakte proceskosten € 35,03 (= 1,5 x € 934,- x 0,25 x 0,1).
9. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor wat betreft zijn beslissing op het verzoek om een proceskostenvergoeding;
bevestigt de beslissing van de kantonrechter voor het overige;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 502,03.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Postma als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.