Uitspraak
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
- veroordeling van verdachte voor het hem in de zaak met parketnummer 18-350287-24 primair ten laste gelegde (kort gezegd: oplichting van aangeefster [benadeelde 1] ), tot een taakstraf van 80 uren, waarvan 34 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van
- Benadeelde partij [benadeelde 2] (parketnummer 18-054351-24 onder 1): toewijzing tot € 900,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
- Benadeelde partij [benadeelde 3] (parketnummer 18-054351-24 onder 2): niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering in verband met vrijspraak.
- Benadeelde partij [benadeelde 4] (parketnummer 18-054351-24 onder 3): volledige toewijzing tot € 880,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Tenlastelegging
hij in of omstreeks 28 mei 2024 tot en met 04 juni 2024 te [plaats] , althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten tot het afgeven en/of overmaken van meerdere geldbedragen van (in totaal) 4.150,00 euro, althans enig geldbedrag, door
hij in of omstreeks 28 mei 2024 tot en met 04 juni 2024, te [plaats] (van) een of meerdere geldbedragen van (in totaal) 4.150,00 euro, althans enig geldbedrag,
Bewijsoverweging
- de feitelijke handelingen zoals die in de tenlastelegging zijn opgenomen, niet kunnen worden bewezen;
- er geen sprake is van een oplichtingsmiddel;
- er geen causaal verband kan worden vastgesteld tussen de vermeende misleiding en de betalingen;
- verdachte geen oogmerk had op wederrechtelijke bevoordeling.
€ 4.000,00.
.
Bewezenverklaring
hij in de periode van 28 mei 2024 tot en met 4 juni 2024 te [plaats] , met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten tot het afgeven en overmaken van meerdere geldbedragen van (in totaal) 4.000,00 euro, door
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Oplegging van straf
Bepalen straf parketnummer 18-054351-24 feiten 1 en 3
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Wetsartikelen
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis.
benadeelde partij [benadeelde 1]ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-350287-24 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 4.000,00 (vierduizend euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 september 2024, opgenomen op pagina 90 e.v. van het dossier met nummerPL0100-20241 84603, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven - :
A: Ja ik ken haar niet als [benadeelde 1] maar als [naam 3] .
V: Hoe ken je haar?
A: Via Badoo. Een datingapp.
V: Maar waarom laat je het op zijn rekening storten dan?
A: Ja ik had geen pinpas en ik kon het geld wel gebruiken.
A: Een vriend van mij.
V: Waar ken jij hem van?
A: Van voetbal.
V: Wij hebben [naam 1] ook gehoord en hij verklaarde dat jij hem benaderd had met de vraag of er geld op [naam 1] zijn rekening gestort kon worden in verband met de
terugbetaling van een lening. Wat kan jij daar over verklaren?
A: Dat klopt gewoon.
verzoek. Wat vind jij daarvan?
A: Dat klopt denk ik. Als zij het zegt.
A: Nou dat heb ik gewoon nog. Daar heb ik niet veel mee gedaan.
28 mei '24 250 euro contant bij hem thuisgebracht.
29 mei '24 350 euro contant bij hem thuisgebracht.
30 mei '24 750 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
31 mei '24 350 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
31 mei '24 350 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
31 mei '24 350 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
1 juni '24 750 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
3 juni '24 450 euro contant bij hem gebracht.
3 juni '24 200 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
4 juni '24 200 euro overgemaakt aan [naam 2] met rekeningnummer: [rekeningnummer2]
- [rekeningnummer3]
hierop zeggen?
Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 13 juli 2024, opgenomen op pagina 7 e.v. van voorgenoemd dossier, inhoudende – zakelijk weergegeven - :
Als ik zou hebben geweten, dat de verdachte gebruik maakte van listige kunstgrepen/samenweefsel van verdichtsels, dan zou ik niet tot afgifte zijn overgegaan. De oplichting vond als volgt plaats:
Ik kon en durfde geen nee tegen hem te zeggen omdat [verdachte] mij erg onder druk zette. Elke dag werd er gezegd dat hij nog een deel moest betalen om zo weer bij zijn eigen geld te kunnen waarna hij mij pas kon terugbetalen. Volgens hem was het met de advocaat en de bank geregeld dat ik mijn geld dan ook gelijk terug zou krijgen. [verdachte] kwam elke dag heel erg opdringerig over waardoor ik geen nee durfde te zeggen en mij erg onder druk gezet voelde.
Omdat [verdachte] aangaf dat het geld terug zou komen appte ik hem elke dag met de vraag waar mijn geld bleef. Hij zei dat hij er niet bij kon. Er moest volgens hem nog meer geld bij om een advocaat te kunnen betalen. [verdachte] vond mij koppig omdat ik niet meer meewerkte.
Daarna zijn de betalingen vanaf 30 mei 2024 via de rekening van de mij onbekende [naam 1] gegaan. Ik heb [verdachte] paar keer gevraagd waarom ik het geld niet op zijn eigen rekening kon storten, maar hij gaf daar geen antwoord op.
Ik heb [verdachte] ook paar keer gevraagd of ik mee kon naar die advocaat om te wachten in de hal zodat hij alles kon regelen, maar ik heb nu wel door dat er helemaal geen advocaat in het verhaal voorkomt. Ik heb [verdachte] gevraagd om alles te regelen voor 1 juni, omdat wij ook onze vakantie moeten betalen, maar elke dag tot aan vrijdag 21 juni geeft hij aan het kan zo opgelost zijn als jij nog even geld bijbetaald. Ik heb hem elke keer gezegd dat ik hem geen geld meer verschuldigd ben. Ik wil eerst het geleende geld terug zien.
Ik heb [verdachte] de laatste tijd elke dag geappt en gevraagd waar mijn geld blijft omdat [verdachte] zei dat hij het zou terugbetalen als hij uit zijn roodstand was. Volgens hem ligt het geld bij de advocaat en moet er nog geld bij om de advocaat te betalen.
Na 4 juni heb ik geen geld meer naar hem over gemaakt omdat ik me toen begon te beseffen dat ik waarschijnlijk ben opgelicht. [verdachte] heeft opzettelijk misbruik gemaakt van mijn goedheid. Ik heb hem alleen willen helpen en ben nu voor 4150 euro (
het hof begrijpt: 4000,00) door hem opgelicht. Ik wil mijn geld dan ook heel graag van hem terug.
28 mei '24 250 euro contant bij hem thuisgebracht.
29 mei '24 350 euro contant bij hem thuisgebracht.
30 mei '24 750 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
31 mei '24 350 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
31 mei '24 350 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
31 mei '24 350 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
1 juni '24 750 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
3 juni '24 450 euro contant bij hem gebracht.
3 juni '24 200 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
4 juni '24 200 euro overgemaakt aan [naam 2] met rekeningnummer: [rekeningnummer2] - [rekeningnummer3]
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2024, opgenomen op pagina 43 e.v. van voorgenoemd dossier, inhoudende - zakelijk weergegeven - :
Ik had aangeefster [benadeelde 1] gebeld en gevraagd welke rekeningnummers van haar kan waren gebruikt voor de transacties. Zij gaf toen aan dat [rekeningnummer4] door haar was gebruikt voor de overschrijvingen.
Ik zag dat diezelfde dag bij een geldmaat aan de [adres 2] 650 euro werd opgenomen.
Ik zag dat op 31 mei 2024 350 euro werd bijgeschreven. Ik zag dat geld wederom afkomstig was [rekeningnummer4] . Ik zag dat ongeveer anderhalf uur later er weer 350 werd bijgeschreven door rekeningnummer [rekeningnummer4] .
Ik zag dat diezelfde dag 650 werd opgenomen bij een geldmaat aan de [adres 2] .
Ik zag dat diezelfde dag weer 350 werd bijgeschreven door [rekeningnummer4] . Ik zag dat ongeveer een uur later er weer 350 werd opgenomen bij de geldmaat aan de [adres 2] .
Ik zag dat op 1 juni 2024 750 euro werd bijgeschreven door [rekeningnummer4] . Ik zag ongeveer anderhalf uur later er 650 euro werd opgenomen bij een geldmaat aan de [adres 2] .
Ik zag dat op3 juni 2024 er 200 euro werd bijgeschreven door [rekeningnummer4] . Ik zag dat ongeveer 2 uur later er bij de [adres 3] 200 euro werd opgenomen/gepind.
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2024, p. 40 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven - :
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 september 2024, pagina 59 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven - :
het hof begrijpt: honderdvijftig) euro toen aan [verdachte] gegeven.
het hof begrijpt A): Bij de Jumbo daar in het [naam 5] . Daar heb ik het geld gepind. Ik had de vijftig euro welke ik had gekregen als bedankje op mijn rekening gelaten.
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 september 2024, pagina 80 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven - :
A: Via voetbal.
V: Waar ken jij aangeefster [benadeelde 1] van?
A: Nee.
V: Waarom maakte zij geld over naar jouw rekeningnummer?
A: Ja het was een terugbetaling, een lening. Verder weet ik er niks van.
V: Wie had een lening?
A: [verdachte] had een lening.
V: Maar hoe zit dit dan precies?
A: Ik zou het niet precies weten. [verdachte] vroeg aan mij of ik hem kon helpen. Dus ik zei tuurlijk, ik kan je wel helpen. Dus ik gaf mijn bankrekening nummer aan [verdachte] en toen is er geld op mijn rekening gekomen. Ik heb dat gepind aan hem gegeven.
V: Waarom op jouw bankrekening?
A: Omdat hij zei dat het niet op zijn bankrekening kon.
V: Uit de aangifte is gebleken dat er geld naar jou rekeningnummer [rekeningnummer] is overgemaakt.
A: Ja dat klopt.
V: In ons onderzoek is vastgesteld dat er meerdere geldbedragen, met een totale waarde van 2750 euro is overgemaakt naar jouw bankrekening te weten [rekeningnummer] . Hoe is het zo gekomen dat deze geldbedragen zijn overgemaakt naar jouw bankrekening?
A: Ja overgemaakt. Geholpen. Elke keer vroeg [verdachte] dat aan mij. Met [verdachte] bedoel ik [verdachte] dus.
31 mei '24 350 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
31 mei '24 350 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
31 mei '24 350 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
1 juni '24 750 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
3 juni '24 200 euro overgemaakt aan [naam 1] met rekeningnummer: [rekeningnummer]
V: Wat kan je hier over verklaren?
A: Ja niks. Dat klopt ook. [verdachte] vroeg of dat op mijn rekening gestort kon worden omdat hij bij hem niet kon. Hij zei dat hij problemen had mijn zijn bank ofzo. Ik geloofde dat. Nu baal ik.
V: Wat heb jij met dat geld gedaan?
A: Ik heb altijd alles gepind en aan hem gegeven.
V: Heb jij toen ook geld van hem gekregen?
A: Nee.
V: Niks ontvangen of een gedeelte van het bedrag dat jij aan hem gaf, dat je dat
mocht houden?
A: Nee niks.
V: Had je ooit argwaan gekregen toen al die bedragen waren overgemaakt?
A: Nee eigenlijk niet.
V: We zien dat er steeds diezelfde dag de geldbedragen geheel of gedeeltelijk zijn opgenomen bij een geldmaat. Wie heeft dit geld opgenomen?
A: Ja ik en dan spraken we ergens af.
Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, d.d. 12 september 2024, pagina 101 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven - :