Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2725

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
21-003208-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor meerdere diefstallen en openlijke geweldpleging met voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 1 mei 2026 het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte veroordeeld voor meerdere (gekwalificeerde) diefstallen en openlijke geweldpleging. Verdachte heeft zich tussen november 2024 en maart 2025 schuldig gemaakt aan diefstallen van levensmiddelen en parfums bij verschillende winkels en openlijk geweld gepleegd tegen een persoon op een openbare plaats.

De bewezenverklaring omvat vijf zaken waarin verdachte samen met anderen of alleen goederen heeft weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, en openlijke geweldpleging waarbij verdachte het slachtoffer heeft geslagen en geschopt. Verdachte heeft bekend en er zijn geen bewijsverweren gevoerd.

Het hof heeft rekening gehouden met de ernst van de feiten, de overlast voor de slachtoffers en de samenleving, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn dakloosheid en begeleiding door het Leger des Heils. Daarom is gekozen voor een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 weken met bijzondere voorwaarden, waaronder meldplicht bij de reclassering en verblijf in een instelling voor beschermd wonen.

Daarnaast is een taakstraf van 40 uur opgelegd, subsidiair 20 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding van € 624,99, bestaande uit materiële en immateriële schade, is toegewezen en hoofdelijk verbonden aan verdachte en zijn medeverdachten.

Het hof legt ook een schadevergoedingsmaatregel op en bepaalt dat de wettelijke rente vanaf 12 maart 2025 loopt. De strafrechtelijke en civielrechtelijke beslissingen zijn zorgvuldig gemotiveerd en gericht op resocialisatie en schadeherstel.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 weken, een taakstraf van 40 uur, en hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor schadevergoeding van € 624,99.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003208-25
Uitspraakdatum: 1 mei 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden , zittingsplaats Leeuwarden , gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden , van 4 juli 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 18-378461-24 en 18-014632-25, 18-084053-25, 18-085808-25 en 18-098333-25, tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2006 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van de zitting van het hof op 17 april 2026 en de zitting bij de politierechter.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, die inhoudt dat verdachte wordt veroordeeld voor alle aan hem ten laste gelegde feiten. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.P. Eefting, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft verdachte voor alle aan hem ten laste gelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken met aftrek van het voorarrest. Verder heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 624,99, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het hof legt aan verdachte een andere straf op. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 18-378461-24:
hij op of omstreeks 5 november 2024 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [supermarkt 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Zaak met parketnummer 18-014632-25 (gevoegd):
hij op of omstreeks 13 januari 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meer flessen parfums in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [parfumerie] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Zaak met parketnummer 18-098333-25 (gevoegd):
hij, op of omstreeks 12 maart 2025, te [plaats 3] , openlijk, te weten, op/aan het [locatie 1] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde] , door:
- een steen, vaas, zadel en/of stoel, althans één of meer goederen in de richting van die [benadeelde] te gooien,
- met een stoel, althans een goed, tegen het lichaam van die [benadeelde] te slaan,
- die [benadeelde] meermalen tegen het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan, en/of
- die [benadeelde] meermalen tegen diens lichaam te schoppen;
Zaak met parketnummer 18-084053-25 (gevoegd):
hij op of omstreeks 17 maart 2025 te [plaats 4] , gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [supermarkt 2] ( [locatie 2] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Zaak met parketnummer 18-085808-25 (gevoegd):
hij, op 19 maart 2025 te [plaats 3] één of meerdere parfums, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Verdachte wordt onder verschillende parketnummers kort gezegd verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstallen (in vereniging) van verschillende goederen en van openlijke geweldpleging. De dossiers bevatten hiervan telkens aangiften, aangevuld met ander bewijsmateriaal. Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep bekend deze feiten te hebben gepleegd. Door of namens verdachte zijn geen bewijsverweren gevoerd.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaken met parketnummers 18-378461-24, 18-014632-25, 18-098333-25, 18-084053-25 en 18-085808-25 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Zaak met parketnummer 18-378461-24:
hij op 5 november 2024 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een ander, levensmiddelen, die aan [supermarkt 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Zaak met parketnummer 18-014632-25:
hij op 13 januari 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met anderen, flessen parfum die aan [parfumerie] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Zaak met parketnummer 18-098333-25:
hij op 12 maart 2025 te [plaats 3] openlijk, te weten, op/aan het [locatie 1] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde] , door:
- een steen, vaas, zadel en stoel, in de richting van die [benadeelde] te gooien, en
- met een stoel tegen het lichaam van die [benadeelde] te slaan, en
- die [benadeelde] meermalen tegen het hoofd te slaan, en
- die [benadeelde] meermalen tegen diens lichaam te schoppen;
Zaak met parketnummer 18-084053-25:
hij op 17 maart 2025 te [plaats 4] , gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met anderen, levensmiddelen, die aan [supermarkt 2] ( [locatie 2] ) toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Zaak met parketnummer 18-085808-25:
hij op 19 maart 2025 te [plaats 3] meerdere parfums, die aan [winkel] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaken met parketnummers 18-378461-24, 18-014632-25 en 18-084053-25 bewezenverklaarde levert telkens op:
diefstal door twee of meer verenigde personen.
Het in de zaak met parketnummer 18-098333-25 bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
Het in de zaak met parketnummer 18-085808-25 bewezenverklaarde levert op:
diefstal.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straffen

Bij het bepalen van de straffen houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich in de periode van 5 november 2024 tot en met 19 maart 2025 meerdere malen schuldig gemaakt aan (gekwalificeerde) diefstal. Het hof veroordeelt verdachte vandaag in een andere strafzaak (met parketnummer 21-003505-25) voor nog eens vier diefstallen, gepleegd tussen 25 maart 2025 en 27 juni 2025. Gezamenlijk laten al deze feiten het beeld zien van een verdachte die gedurende 8 maanden, al dan niet samen met anderen, op strooptocht is geweest. Verdachte heeft met de in de onderhavige zaak bewezenverklaarde feiten niet alleen financiële schade, maar ook veel overlast aan de benadeelden berokkend, kennelijk omdat hij het belang van eigen financieel gewin daarboven stelde.
Daarnaast wordt verdachte in de onderhavige zaak veroordeeld voor openlijke geweldpleging. Zonder enige aanleiding heeft verdachte samen met anderen op een laffe en brutale wijze geweld toegepast op het slachtoffer, dat daardoor letsel heeft opgelopen. Dit geweld vond plaats op klaarlichte dag bij het station in [plaats 3] , terwijl daar op dat moment een groot aantal mensen getuige van was. Feiten als deze raken niet alleen de directe slachtoffers, maar veroorzaken ook breder gevoelens van onveiligheid in de samenleving.
Het hof heeft gelet op een uitdraai van het strafblad van verdachte van 17 april 2026, waaruit onder meer blijkt dat verdachte onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten die gepleegd zijn ná de nu bewezenverklaarde feiten, en dat hij op grond van die veroordeling zich gedurende de proeftijd moet houden aan een aantal bijzondere voorwaarden. Uit een bericht van de toezichthouder van 15 april 2026 komt naar voren dat verdachte een tijd dakloos is geweest en dat hij diefstallen pleegde om in zijn levensonderhoud te voorzien. Verdachte is sinds januari 2026 geplaatst in een woonvoorziening van het Leger des Heils te [locatie 3] en staat daar ook ingeschreven bij de gemeente. Hij ontvangt daar begeleiding en gaat drie dagen per week naar de dagbesteding. Verdachte is in afwachting van een nieuw identificatiebewijs, waarmee vervolgens een uitkering en de inschrijving op een school geregeld kunnen worden. Hij ontvangt momenteel € 50,- per week aan leefgeld. De reclassering signaleert een duidelijke verandering in de houding van verdachte, die zich open en begeleidbaar opstelt, knelpunten bespreekbaar maakt en zich gemotiveerd toont om aan zijn toekomst te werken. De reclassering constateert dat de huidige voorwaarden en het toezicht een positief effect op verdachte hebben en dat het daarom onwenselijk zou zijn als verdachte dit niet kan voortzetten vanwege een nieuwe detentieperiode. Verder adviseert de toezichthouder om als aanvullende bijzondere voorwaarde op te leggen dat verdachte verplicht verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang.
De aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof is echter van oordeel dat het niet in het belang is van de samenleving, noch van verdachte zelf, om de structuur die het reclasseringstoezicht hem momenteel biedt, te doorkruisen. Het hof ziet daarin aanleiding om voor een andere strafmodaliteit te kiezen en zal daarom een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 weken opleggen, met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, het verblijven in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, het meewerken aan controle op middelengebruik en een inspanningsverplichting voor het vinden en behouden van werk en/of een opleiding met een vaste structuur. Aan deze voorwaarden zal verdachte zich gedurende drie jaren moeten houden. Om voldoende recht te doen aan de aard en ernst van de feiten, acht het hof daarnaast oplegging van een taakstraf van 40 uren subsidiair 20 uren hechtenis, met aftrek van het voorarrest, passend en noodzakelijk.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 624,99 ingediend. De politierechter heeft dit bedrag geheel (hoofdelijk) toegewezen. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de politierechter gevorderde schadevergoeding.
Beoordeling van de gevorderde materiële schade
De benadeelde partij heeft een bedrag van € 24,99 aan materiële schade gevorderd, betreffende draadloze oordoppen die de benadeelde partij ten tijde van het bewezenverklaarde is kwijtgeraakt.
Het hof stelt vast dat de benadeelde partij deze schade rechtstreeks heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 18-098333-25 bewezenverklaarde, strafbare handelen van verdachte. De gevorderde materiële schade is niet betwist en de vordering wordt daarom toegewezen.
Beoordeling van de gevorderde immateriële schade
De benadeelde partij heeft een bedrag van € 600,- aan immateriële schade gevorderd.
Op basis van artikel 6:106 lid Pro 1, aanhef en onder b, BW kan een benadeelde aanspraak maken op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van niet-vermogensschade, indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn/haar eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn of haar persoon is aangetast.
Het hof stelt vast dat de benadeelde partijen in deze strafzaak slachtoffer is geweest van openlijke geweldpleging, ten gevolge waarvan hij letsel heeft opgelopen. Daarmee bestaat er een wettelijke grondslag voor toekenning van immateriële schade. De hoogte van deze schade is niet betwist. Het hof acht het gevorderde bedrag van € 600,- billijk en zal dit geheel toewijzen.
Hoofdelijkheid
Het hof stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en
dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. Het hof zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de
benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al
hebben betaald, en andersom. Het hof ziet in hetgeen namens verdachte is aangevoerd geen aanleiding om ten aanzien van de hoofdelijke aansprakelijkheid een andere verdeling te hanteren.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Wetsartikelen

De straffen zijn gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 141, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-378461-24 en in de zaak met parketnummer 18-014632-25 en in de zaak met parketnummer 18-098333-25 en in de zaak met parketnummer 18-084053-25 en in de zaak met parketnummer 18-085808-25 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-378461-24 en in de zaak met parketnummer 18-014632-25 en in de zaak met parketnummer 18-098333-25 en in de zaak met parketnummer 18-084053-25 en in de zaak met parketnummer 18-085808-25 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
- zich binnen 14 dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij de
reclassering van het Leger des Heils, thans gevestigd aan [locatie 4] en dat hij zich blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
  • meewerkt aan controle op het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen, inzichtelijk te maken en de noodzaak voor ondersteuning en behandeling op dit vlak te verkennen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak hij wordt gecontroleerd;
  • zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of een opleiding, met een vaste structuur;
  • verblijft in een nader door de reclassering te bepalen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.
Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-098333-25 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 624,99 (zeshonderdvierentwintig euro en negenennegentig cent) bestaande uit € 24,99 (vierentwintig euro en negenennegentig cent) materiële schade en € 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-098333-25 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 624,99 (zeshonderdvierentwintig euro en negenennegentig cent) bestaande uit € 24,99 (vierentwintig euro en negenennegentig cent) materiële schade en € 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 6 (zes) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 12 maart 2025.
Dit arrest is gewezen door mr. A. Meester, mr. G.A. Versteeg en mr. L. Pieters, in aanwezigheid van de griffier D.D. Drost en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 1 mei 2026.