Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2730

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
21-004659-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep belaging, afluisterapparatuur en computervredebreuk met gebiedsverbod en taakstraf

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland waarin verdachte werd veroordeeld voor belaging, het plaatsen van afluisterapparatuur in de woning van het slachtoffer en computervredebreuk. Het hof bevestigt de bewezenverklaring en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 338 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

Het hof heeft bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder meldplicht bij de reclassering, voortzetting van ambulante behandeling bij een GGZ-instelling, een locatieverbod voor een specifieke wijk met uitzondering van een deelgebied, en controle van het middelengebruik. Daarnaast is een gebiedsverbod als vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor drie jaar, met een sanctie van vervangende hechtenis bij overtreding.

De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twee maanden is afgewezen en omgezet in een taakstraf van 100 uur. Het hof heeft tevens beslist over het beslag: bepaalde voorwerpen zijn verbeurd verklaard, andere worden teruggegeven aan verdachte of rechthebbende.

Het hof heeft rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn motivatie tot behandeling en het belang van het co-ouderschap met het slachtoffer. De straf en maatregelen zijn passend geacht gelet op de ernst van de feiten en het recidiverisico.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 338 dagen gevangenisstraf waarvan 150 voorwaardelijk, met een gebiedsverbod en een taakstraf ter vervanging van eerdere voorwaardelijke straf.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004659-25
Uitspraakdatum: 1 mei 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 30 oktober 2025 en het herstelvonnis van 31 oktober 2025 met parketnummer 18-127663-25 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-301289-24, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat er op de zitting van het hof van 17 april 2026 en tijdens het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank is besproken.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
  • veroordeling van verdachte ter zake van de onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 338 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;
  • oplegging van bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling, een locatieverbod en controle van het middelengebruik;
  • oplegging van een maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) te weten een gebiedsverbod voor de woning van benadeelde partij [benadeelde] voor de duur van 3 jaren, met dadelijk uitvoerbaarverklaring, waarbij per overtreding 14 dagen vervangende hechtenis moet worden toegepast met een maximum van 6 maanden;
  • afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van het parketnummer 18-301289-24 van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden;
  • beslissing ten aanzien van het beslag conform de beslissing van de rechtbank.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. F.H. Kappelhof, de benadeelde partij [benadeelde] en de advocaat van de benadeelde partij, mr. M.E.W.M. Rupert, hebben aangevoerd.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 30 oktober 2025, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van de onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 338 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de periode die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van 2 jaren. Daarbij heeft de rechtbank bijzondere voorwaarden opgelegd.
Ten slotte heeft de rechtbank de tenuitvoerlegging gelast van de bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland d.d. 11 februari 2025 onder parketnummer 18-301289-24 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen behalve voor zover het de strafoplegging betreft. Ten aanzien van dit onderdeel van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd. Het hof is van oordeel dat de rechtbank voor het overige op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist.

Oplegging van straf en maatregel

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte voor de onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 338 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat er bijzondere voorwaarden opgelegd dienen te worden zoals geadviseerd door de reclassering, met uitzondering van het contactverbod en de elektronische monitoring daarvan. Tot slot heeft de advocaat-generaal gevorderd dat toepassing wordt gegeven aan artikel 38v Sr, door oplegging van een gebiedsverbod voor de duur van 3 jaren, waarbij per overtreding 14 dagen vervangende hechtenis moet worden toegepast met een maximum van 6 maanden en heeft zij verzocht deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren. De vordering tot tenuitvoerlegging kan worden afgewezen en het beslag afgehandeld zoals de rechtbank heeft gedaan.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft namens verdachte aangevoerd dat tegen de gevangenisstraf voor de duur van 338 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk geen verweer wordt gevoerd. De raadsman verzoekt om – evenals de rechtbank – een proeftijd van 2 jaren op te leggen. Hiertoe voert hij aan dat de reclassering het recidiverisico nu lager inschat dan ten tijde van behandeling van de zaak bij de rechtbank. Daarnaast heeft de raadsman verzocht om de bijzondere voorwaarden op te leggen zoals door de reclassering in het laatste rapport is geadviseerd, met uitzondering van het contactverbod. Tevens heeft de raadsman verzocht om geen maatregel op te leggen als bedoeld in artikel 38v Sr, nu de afgelopen periode is gebleken dat het recidiverisico voldoende ingeperkt is. Tevens is verzocht de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen. Ten aanzien van het beslag is aangevoerd dat het ten laste gelegde feit weliswaar deels met behulp van de inbeslaggenomen telefoons en computers zijn gepleegd maar dat de verbeurdverklaring daar niet voor bedoeld is nu telefoons en computers gewone gebruiksvoorwerpen zijn die voor verdachte waarde hebben. De verzonden berichten staan in ‘the cloud’ en niet op de computers. De verdediging vraagt daarom om teruggave van de telefoons en de computers.
Oordeel van het hof
De hierna genoemde strafoplegging is in overeenstemming met de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek op de zitting van het hof is gebleken. Daarbij heeft het hof in bijzonder het navolgende in ogenschouw genomen.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging, afluisterapparatuur plaatsen in de woning van het slachtoffer en computervredebreuk. Verdachte heeft het slachtoffer lastiggevallen door haar vele berichten te sturen, te bellen, zich in (de buurt van) de woning van het slachtoffer te begeven, opname- en afluisterapparatuur in de woning te plaatsen en het slachtoffer hiermee af te luisteren. Hierdoor heeft verdachte herhaaldelijk en intensief inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en woongenot van zijn ex-partner. Bewezenverklaarde feiten zijn zeer hinderlijke en angstaanjagende feiten, zo blijkt ook uit de op zitting voorgedragen slachtofferverklaring. Weliswaar heeft het slachtoffer in de eerste periode het contact gezocht, maar dit resulteerde snel in de situatie waarin het slachtoffer geen keuzemogelijkheden meer had en verdachte terugviel in zijn oude gedrag van voor de vorige veroordeling voor belaging.
Het hof heeft gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze op de zitting van het hof naar voren zijn gebracht. Verdachte heeft toegelicht dat hij ambulante behandeling volgt bij GGZ-instelling [kliniek] en gemotiveerd is de vaderrol te vervullen voor zijn zoontje, waar hij het co-ouderschap voor draagt samen met het slachtoffer. Het hof heeft de voorzichtige indruk bekomen dat verdachte tot inkeer is gekomen en zijn leven op de rails lijkt te hebben. Zowel de advocaat van de benadeelde partij als benadeelde partij zelf hebben op de zitting van het hof toegelicht dat benadeelde partij het beste wil voor haar zoontje en hem een goed contact met zijn vader gunt. Er is sprake van voorzichtige contactopbouw met verdachte om dit te bewerkstelligen.
Ook heeft het hof gelet op het strafblad van verdachte van 17 maart 2026. Hieruit volgt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten en voor een soortgelijk strafbaar feit.
Daarnaast heeft het hof acht geslagen op het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 10 april 2026. De reclassering adviseert tot het opleggen van bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht bij de reclassering, voortzetting van de ambulante behandeling bij GGZ-instelling [kliniek] , een contactverbod met het slachtoffer tenzij de reclassering toestemming geeft voor contact, een locatieverbod voor de wijk [naam 1] met uitzondering van de [naam 2] te [plaats] en beheersing van het middelengebruik door het uitvoeren van controles. Een slachtoffer device en de daarbij noodzakelijke enkelband acht de reclassering niet nodig. Wel adviseert de reclassering de oplegging van een gebiedsverbod als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr voor de wijk [naam 1] te [plaats] , met uitzondering van de [naam 2] te [plaats] . Het hof acht de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering passend en legt deze op, met uitzondering van het contactverbod. Het hof is van oordeel dat hiertoe geen noodzaak bestaat nu er adequaat contact is tussen verdachte en slachtoffer en het recidiverisico door de reclassering door de gewijzigde omstandigheden lager wordt ingeschat ten opzichte van de behandeling van de zaak in eerste aanleg.
Alles afwegende acht het hof – met de rechtbank – een gevangenisstraf voor de duur van 338 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de periode die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van 3 jaren passend en geboden.
Vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 38v Sr)
Het hof zal gelet op het overlastgevende gedrag van verdachte en ter voorkoming van toekomstige strafbare feiten, aan verdachte de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid als bedoeld in artikel 38v Sr opleggen. Deze maatregel behelst een gebiedsverbod. Het wordt verdachte verboden zich op te houden in de wijk [naam 1] te [plaats] , met uitzondering van de [naam 2] te [plaats] . Het hof legt dit verbod op voor de duur van drie jaren. Voor iedere keer dat verdachte dit verbod overtreedt, zal een vervangende hechtenis van de hierna bepaalde duur worden opgelegd.
Het hof acht het niet noodzakelijk om voornoemde maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Hiervoor is onvoldoende aanleiding. Het gevaar voor recidive wordt door de reclassering onder de huidige omstandigheden lager ingeschat ten opzichte van de omstandigheden zoals deze bestonden ten tijde van de behandeling in eerste aanleg bij de rechtbank. Het hof verklaart de maatregel daarom niet dadelijk uitvoerbaar.

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 18-301289-24

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met parketnummer 18-301289-24 moet worden afgewezen. Hiertoe voert zij aan dat de benadeelde partij te kennen heeft gegeven dat de tenuitvoerlegging van de 2 maanden gevangenisstraf niet bevorderlijk zou zijn voor de relatie van verdachte met zijn zoontje en de voorzichtige positieve contactopbouw zou doorkruisen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft – evenals de advocaat-generaal – verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden af te wijzen, in het belang van de relatie van verdachte met zijn zoontje.
Oordeel van het hof
Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Daarbij overweegt het hof dat de voorwaardelijke veroordeling hetzelfde feit en hetzelfde slachtoffer betreffen als in onderhavige strafzaak. Verdachte wist dat hij in de proeftijd liep en hem een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden was opgelegd. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden nogmaals hetzelfde strafbare feit te begaan. Het hof heeft de voorzichtige indruk gekregen dat er sprake is van enige zelfreflectie bij verdachte. Daarnaast neemt het hof in ogenschouw dat verdachte gemotiveerd lijkt te zijn zichzelf te ontwikkelen en een stabiele basis voor zijn zoontje te willen creëren samen met het slachtoffer. Het hof wijst de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden wel toe, maar zet deze om naar een taakstraf voor de duur van 100 uren.

Beslag

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft verzocht om aan te sluiten bij de beslissing van de rechtbank met betrekking tot het beslag.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat teruggave van de telefoon (Redmi) (1823583), de tweede telefoon (Redmi) (1823588), de computer (1823785) en de tweede computer (Notebook) (1823790) gelast dient te worden.
Oordeel van het hof
Het hof verklaart verbeurd de kraaienpoot/voetangel (1823653), SD-kaarten, 10 stuks (1823731), harde schijf (1823734), stekker, afluisterapparatuur (1823296), honkbalartikel (1823795) en de kraaienpoot (1823810), nu het voorwerpen betreft met behulp van welke het feit is begaan.
Daarnaast acht het hof de taser (1823807) vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu zij van zodanige aard is dat het ongecontroleerd bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
Het hof gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de Azuri gegevensdrager (1823797), camera (1823799), sandisk Usb 3.2 (1823756), smartwatch (1823758), usb-sticks 5 stuks (1823733), simkaarthouder (1823735). Het hof gelast – anders dan de rechtbank – ook de teruggave van de telefoon (Redmi) (1823583), de tweede telefoon (Redmi) (1823588), de computer (1823785) en de tweede computer (Notebook) aan verdachte.
Tot slot gelast het hof de teruggave aan de rechthebbende van het rijbewijs [naam 3] (1823643).

Wetsartikelen

De straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 38v, 38w, 57, 138ab, 139d en 285b van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigthet vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
338 (driehonderdachtendertig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
150 (honderdvijftig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt en hij zich houdt aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover niet in andere voorwaarden reeds opgenomen;
- dat de veroordeelde de al gestarte behandeling bij GGZ-instelling [kliniek] voortzet en zich daar of door een soortgelijke hulpverlener, te bepalen door de reclassering, laat behandelen. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd niet bevindt in de wijk [naam 1] te [plaats] , met uitzondering van de [naam 2] van [plaats] , waarbij in overleg met de reclassering van dit locatieverbod kan worden afgeweken;
- dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zal meewerken aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) uitgevoerd door de reclassering om het middelengebruik te beheersen. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd. Dit kunnen zowel aangekondigde als onaangekondigde controles zijn;
Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.
Geeft opdrachtdat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.
Beveeltdat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Legt opde maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde zich voor de duur van 3 jaren niet bevindt in de wijk [naam 1] te [plaats] , met uitzondering van de [naam 2] van [plaats] , zolang de Reclassering Noord-Nederland dat nodig acht.
Beveeltdat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk maximum van 6 maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
kraaienpoot/voetangel (1823653), SD-kaarten, 10 stuks (1823731), harde schijf (1823734), stekker, afluisterapparatuur (1823296), honkbalartikel (1823795) en de kraaienpoot (1823810).
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: de taser (1823807).
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: de telefoon (Redmi) (1823583), telefoon (Redmi) (1823588), computer (1823785), computer (Notebook) (1823790), Azuri gegevensdrager (1823797), camera (1823799), sandisk Usb 3.2 (1823756), smartwatch (1823758), usb-sticks 5 stuks (1823733), simkaarthouder (1823735).

Gelast de teruggave aan de rechthebbende van het rijbewijs [naam 3] (1823643).

Gelast in plaats van het bevelen van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 11 februari 2025 met parketnummer 18-301289-24, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 3 jaren, een
taakstrafvoor de duur van
100 (honderd) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
50 (vijftig) dagen hechtenis.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door mr. M.C. Fuhler, mr. L.J. Hofstra en mr. A.F. van Kooij, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M.A. Norden en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 1 mei 2026.