ECLI:NL:GHARL:2026:2784

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
6 mei 2026
Zaaknummer
200.360.285
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 7 Brussel II-terArtikel 1:253n lid 1 BWArtikel 1:253n leden 1 en 2 BWArtikel 1:251a lid 1 BWArtikel 1:377e lid 1 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en vaststelling omgangs- en vakantieregeling na echtscheiding

De moeder en vader zijn gescheiden en hadden tot juli 2025 gezamenlijk gezag over hun twee minderjarige kinderen. De rechtbank had toen het gezag aan de vader toegekend en de omgangs- en vakantieregeling gewijzigd. De moeder ging in hoger beroep tegen het eenhoofdig gezag van de vader, terwijl de vader incidenteel hoger beroep instelde tegen de omgangs- en vakantieregeling.

Het hof bevestigt het eenhoofdig gezag van de vader, omdat de communicatie tussen de ouders langdurig moeizaam is en er onvoldoende basis is voor gezamenlijk gezag. De omgangsregeling blijft zoals vastgesteld: de kinderen verblijven om de twee weken in het weekend bij de moeder. De vader wilde een beperking van de omgang, maar het hof acht het belang van de kinderen om de zondagavond bij de moeder te zijn zwaarder.

De vakantieregeling wordt gedeeltelijk gewijzigd. Alle vakanties van één of twee weken beginnen op vrijdag na school en eindigen op maandag naar school, met wisselmomenten op zondag om 11.00 uur bij tweeweekse vakanties. De zomervakantie wordt gelijk verdeeld in drie weken bij vader en drie weken bij moeder, met duidelijke wisselmomenten om te voorkomen dat een ouder de kinderen langer dan drie weken niet ziet.

Het hof vernietigt de eerdere beschikking voor zover die de omgangs- en vakantieregeling betreft en neemt de nieuwe regelingen integraal over. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hof wijst overige verzoeken af.

Uitkomst: Het hof bevestigt het eenhoofdig gezag van de vader, handhaaft de omgangsregeling en wijzigt de vakantieregeling voor duidelijkheid en evenwicht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.360.285
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 589871)
beschikking van 7 mei 2026
over [de minderjarige1] en [de minderjarige2]
in de zaak van
[verzoekster](de moeder),
die woont in [woonplaats1] ,
advocaat: mr. M. Cortet,
en
[verweerder](de vader),
die woont in [woonplaats2] ,
advocaat: mr. L.C. Griffioen-Wennekers.
Als informant is aangemerkt:
de gecertificeerde instelling
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland(de GI),
die is gevestigd in Utrecht.

1.Samenvatting

De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft op 9 juli 2025 bepaald dat voortaan alleen de vader het gezag heeft over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . Daarnaast heeft de rechtbank de reguliere omgangsregeling (verder: de omgangsregeling) en de regeling over de verdeling van de vakanties en feestdagen (verder: de vakantieregeling) gewijzigd. Het hof beslist dat de beslissing over het gezag en de omgangsregeling in stand blijven en dat de beslissing over de vakantieregeling gedeeltelijk wordt vernietigd. Het hof legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn met elkaar gehuwd geweest. De rechtbank heeft op 22 mei 2023 de echtscheiding tussen hen uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op
4 september 2023 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
2.2.
De moeder en de vader hebben twee kinderen: [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . [de minderjarige1] is geboren [in] 2012 en [de minderjarige2] is geboren [in] 2014. De kinderen wonen bij de vader.
2.3.
De vader heeft de Ierse en de Britse nationaliteit. De moeder heeft de Griekse nationaliteit. [de minderjarige1] heeft de Ierse en de Griekse nationaliteit. [de minderjarige2] heeft de Ierse, Britse en Griekse nationaliteit.
2.4.
Tot de (bestreden) beschikking van de rechtbank van 9 juli 2025 hadden de ouders samen het gezag over de kinderen.
2.5.
De kinderen hebben van 2 september 2022 tot 2 maart 2026 onder toezicht gestaan van de GI.
2.6.
In de echtscheidingsbeschikking van 22 mei 2023, die is hersteld in de beschikking van 30 juni 2023, heeft de rechtbank (onder meer) een zorgregeling en een vakantieregeling vastgesteld:
1. als zorgregeling:
voor zover en zolang de moeder geen zelfstandige woonruimte heeft:
- de kinderen verblijven één weekend per twee weken (in de even weekenden) van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de moeder;
zodra de moeder zelfstandige woonruimte heeft
- de kinderen verblijven in de even weken bij de moeder en in de oneven weken bij de vader, waarbij het wisselmoment op maandag via school is.
2. als vakantieregeling:
  • in de zomervakantie van 2023: de kinderen verblijven ieder jaar in de eerste drie weken bij de moeder en in de laatste drie weken bij de vader;
  • in de zomervakanties vanaf 2024: de kinderen verblijven ieder jaar in de eerste drie weken bij de vader en in de laatste drie weken bij de moeder;
  • in de herfst- en voorjaarsvakantie: de kinderen verblijven de ene helft van de vakantie bij de vader en de andere helft bij de moeder, met het wisselmoment op woensdag om 13.00 uur;
  • tijdens Pasen: in de oneven jaren verblijven de kinderen van zondag 10.00 uur tot maandag 10.00 uur bij de vader en van 10.00 uur tot dinsdag naar school bij de moeder en in de even jaren andersom;
  • in de meivakantie: de kinderen verblijven in de oneven jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder, met het wisselmoment op zondag om 10.00 uur, en in de even jaren andersom;
  • tijdens Sinterklaas: in de oneven jaren verblijven de kinderen bij de moeder en in de even jaren bij de vader;
  • in de kerstvakantie: de kinderen verblijven in de eerste week bij de vader en in de tweede week bij de moeder;
  • op Koningsdag: de kinderen verblijven bij de ouder bij wie ze volgens de verdeling van de meivakantie verblijven;
  • op de verjaardagen van de kinderen: de kinderen verblijven in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader;
  • op de verjaardagen van de vader. de moeder en hun partner: de kinderen verblijven bij de ouder die jarig is vanaf 10.00 uur of uit school;
  • op de Griekse naamdagen van de kinderen en de moeder: de kinderen verblijven die dag bij de moeder vanuit school of vanaf 10.00 uur als er die dag geen school is tot 18.00 uur;
  • op Vaderdag: de kinderen verblijven bij de vader van zaterdag 20.00 uur tot maandag naar school;
  • op Moederdag: de kinderen verblijven bij de moeder van zaterdag 20.00 uur tot maandag naar school.
2.7.
Op 19 november 2024 heeft de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht , de zorgregeling zoals vastgesteld in genoemde beschikking van 22 mei 2023 (en hersteld in genoemde beschikking van 30 juni 2023) gewijzigd en bepaald dat kinderen eenmaal in de twee weken van vrijdag na school tot maandag naar school bij de moeder verblijven en dat deze regeling onder de regie van de GI wordt uitgebreid, waarbij wordt toegewerkt naar een week-op-week-af-regeling.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De rechtbank heeft op 9 juli 2025:
  • bepaald dat voortaan alleen de vader het gezag heeft over de kinderen;
  • met wijziging van de zorgregeling van 19 november 2024 de volgende reguliere omgangsregeling vastgesteld:
  • de kinderen verblijven eenmaal per twee weken van vrijdag na school tot maandag naar school bij de moeder, of als de kinderen op maandag vrij van school zijn tot maandag 16.00 uur;
  • daarbij brengt de ouder bij wie de kinderen zijn hen naar de andere ouder;
  • deze regeling kan onder regie van de GI wordt uitgebreid, waarbij er wordt
toegewerkt naar een week-op-week-af-regeling;
- de vakantieregeling zoals vastgesteld in de echtscheidingsbeschikking van 22 mei 2023 (en hersteld in de beschikking van 30 juni 2023) gewijzigd en als vakantieregeling vastgesteld:
 voor alle vakanties van één week geldt dat zij beginnen op maandag om 10.00 uur en
eindigen op zaterdag om 10.00 uur;
 voor alle vakanties van twee weken geldt dat de eerste week van de vakantie loopt
van maandag 10.00 uur tot zaterdag 10.00 uur, waarna in het weekend de reguliere
omgangsregeling geldt, en dat daarna de tweede week loopt van maandag 10.00 uur
tot zaterdag 10.00 uur, waarna de reguliere omgangsregeling weer gaat gelden;
 de ouder bij wie de kinderen verblijven, brengt de kinderen naar de andere ouder;
 de voorjaarsvakantie: de kinderen verblijven van maandag 10.00 uur tot zaterdag
10
uur bij de moeder;
 de meivakantie: de kinderen verblijven in de even jaren in de eerste week bij de
vader en in de tweede week bij de moeder, en in de oneven jaren andersom;
 de zomervakantie: de kinderen verblijven vanaf 2026 in de even jaren de eerste drie
weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder, en in de oneven jaren
andersom, waarbij de zomervakantie start op maandag om 10.00 uur, het
wisselmoment is op zondag om 10.00 uur, en de zomervakantie eindigt op de
zaterdag voordat de kinderen weer naar school gaan, om 10.00 uur, waarna de
reguliere omgangsregeling weer geldt;
 de herfstvakantie: de kinderen verblijven van maandag 10.00 uur tot zaterdag 10.00
uur bij de vader;
 de kerstvakantie:
- in 2025 verblijven de kinderen vanaf zaterdag 20 december 2025 10.00 uur tot zondag 28 december 2025 10.00 uur bij de vader, en daarna van zondag 28 december 2025 10.00 uur tot zaterdag 3 januari 2026 10.00 uur bij de moeder, waarna de reguliere omgangsregeling geldt;
- in 2026 verblijven de kinderen de eerste week van de kerstvakantie bij de moeder en de tweede week van de kerstvakantie bij de vader;
- in 2027, 2028 en 2029 verblijven de kinderen de eerste week van de kerstvakantie bij de vader en de tweede week van de kerstvakantie bij de moeder;
- in 2030 verblijft [de minderjarige2] ( [de minderjarige1] is dan meerderjarig) de eerste week van de kerstvakantie bij de moeder en de tweede week van de kerstvakantie bij de vader;
- in 2031 verblijft [de minderjarige2] ( [de minderjarige1] is dan meerderjarig) de eerste week van de kerstvakantie bij de vader en de tweede week van de kerstvakantie bij de moeder;
 Pasen: de kinderen verblijven van zondag 10.00 uur tot dinsdag naar school bij de
vader;
  • Grieks Pasen: de kinderen verblijven van zondag 10.00 uur tot dinsdag naar school bij de moeder, waarbij geldt dat als Grieks Pasen samenvalt met Pasen de kinderen bij de moeder verblijven, behalve als Grieks Pasen in de meivakantie valt, dan gaat de regeling voor de meivakantie voor;
  • Koningsdag: de kinderen verblijven op Koningsdag bij de ouder bij wie ze volgens
de verdeling van de meivakantie verblijven;
  • Sinterklaas: in de oneven jaren verblijven de kinderen op Sinterklaas bij de moeder en in de even jaren bij de vader, vanuit school tot de volgende dag naar school, of indien Sinterklaas in het weekend valt vanaf 10.00 uur tot de volgende dag 10.00 uur;
  • Halloween: de kinderen verblijven op 31 oktober vanuit school, of als 31 oktober in het weekend valt vanaf 11.00 uur, tot de volgende ochtend naar school of 11.00 uur bij de vader;
  • Vaderdag en Moederdag: de kinderen verblijven bij de moeder op Moederdag en bij de vader op Vaderdag vanaf zondag 11.00 uur tot maandag naar school;
  • Griekse naamdagen van de kinderen en de moeder: de kinderen verblijven op hun Griekse naamdagen en die van de moeder bij de moeder vanuit school tot de volgende dag naar school, of indien de dag in het weekend valt vanaf 11.00 uur tot de volgende dag 11.00 uur;
  • verjaardagen van de kinderen: de kinderen verblijven op hun verjaardagen in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader vanuit school tot de volgende dag naar school, of indien de dag in het weekend valt vanaf 11.00 uur tot de volgende dag 11.00 uur;
  • verjaardagen van de ouders en hun partners: de kinderen verblijven bij de ouder die jarig is, of bij de ouder van wie de partner jarig is, vanuit school tot de volgende dag naar school, of indien de dag in het weekend valt vanaf 11.00 uur tot de volgende dag 11.00 uur.
3.4.
Die beslissingen zijn vastgelegd in de beschikking van 9 juli 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank over het gezag. Zij komt daarvan in hoger beroep (
principaal hoger beroep). Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank over het gezag ongedaan maakt, zodat de ouders weer samen het gezag over de kinderen hebben. De moeder kan zich wel vinden in de omgangsregeling en de vakantieregeling.
4.2.
De vader is het niet eens met het verzoek van de moeder in het principaal hoger beroep. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank over het gezag in stand laat, zodat hij als enige het gezag over de kinderen blijft houden. De vader is zelf ook in hoger beroep gekomen (
incidenteel hoger beroep). Hij is het niet eens met de beslissing van de rechtbank over de omgangsregeling en de vakantieregeling. Na gedeeltelijke intrekking van zijn verzoek op de zitting bij het hof wil hij dat het hof:
- als omgangsregeling vaststelt dat de moeder omgang heeft met de kinderen eens per veertien dagen in de even weken van vrijdag na school tot zondag 19.30 uur, waarbij moeder de kinderen in de even weken op vrijdag uit school ophaalt en op de
zondag in de even weken om 19.30 uur bij vader terugbrengt;
- als vakantieregeling vaststelt dat:
  • de éénweekse en tweeweekse schoolvakanties op vrijdag na school starten (of zoveel eerder als de kinderen voorafgaande vrij van school hebben) en eindigen op zondag 19.30 uur, met uitzondering van de herfstvakantie bij de vader, die aanvangt op vrijdag uit school en eindigt op maandag voor school;
  • het wisselmoment van de zomervakantie en van de tweeweekse vakanties plaatsvindt op zondag om 11.00 uur, behalve in de kerstvakantie, welke vakantieregeling ongewijzigd blijft;
- de beschikking voor het overige in stand laat.
4.3.
De moeder is het niet eens met het verzoek van de vader in het incidenteel hoger beroep. Zij vraagt het hof de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek dan wel dit verzoek af te wijzen.
4.4.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift, ontvangen op 9 oktober 2025;
  • het verweerschrift, tevens houdende incidenteel hoger beroep;
  • het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep;
  • stukken van de vader ingediend op 10 februari 2026 en op 13 maart 2026;
  • stukken van de moeder ingediend op 13 maart 2026 en 16 maart 2026.
4.5.
[de minderjarige1] en [de minderjarige2] zijn uitgenodigd te vertellen wat zij vinden van het gezag, de omgangsregeling en de vakantieregeling. [de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben allebei een brief geschreven.
4.6.
De zitting bij het hof was op 24 maart 2026. Aanwezig waren:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader met zijn advocaat;
  • een vertegenwoordiger van de GI;
  • een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).

5.Het oordeel van het hof

Rechtsmacht en toepasselijk recht
5.1.
Deze zaak heeft een internationaal aspect omdat de moeder, de vader en de kinderen buitenlandse nationaliteiten hebben (namelijk de Ierse, Britse en/of Griekse nationaliteit). Het hof ziet daarom aanleiding ambtshalve onderzoek te doen naar de rechtsmacht van de Nederlandse rechter.
5.2.
Op het moment dat het inleidend verzoekschrift bij de rechtbank werd ingediend (5 maart 2025), hadden de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland. De Nederlandse rechter is daarom bevoegd kennis te nemen van de verzoeken. [1] De rechtbank heeft terecht Nederlands recht toegepast. Het toepasselijk recht is in hoger beroep niet in discussie. Ook het hof zal daarom Nederlands recht toepassen.
Het gezag
5.3.
Het hof stelt voorop dat tussen de ouders niet in discussie is dat sprake is van een wijziging van omstandigheden die een herbeoordeling van het gezag rechtvaardigt. [2]
5.4.
Het hof is net als de rechtbank van oordeel dat het gezamenlijk gezag van de ouders over de kinderen moet worden beëindigd en de vader moet worden belast met het eenhoofdig gezag. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank na eigen onderzoek over en voegt daaraan nog het volgende toe. De moeder heeft in hoger beroep geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. De communicatie tussen de ouders verloopt al jaren moeizaam. Het lukt de ouders niet om samen afspraken te maken over situaties die zich rond de kinderen kunnen voordoen, zoals sport en vakanties, omdat zij het steeds niet met elkaar eens zijn. Ondanks de inzet van hulp (bijvoorbeeld ouderschapsbemiddeling) en zelfs een jarenlange ondertoezichtstelling, is de communicatie en de samenwerking tussen de ouders niet verbeterd. De ouders wantrouwen elkaar nog steeds. Inmiddels is de ondertoezichtstelling beëindigd en fungeert de GI niet meer als brug tussen de ouders. Dit alles maakt dat er te weinig basis is voor gezamenlijk gezag en dat het in het belang van de kinderen is dat alleen de vader, bij wie de kinderen hun hoofdverblijf hebben, het gezag over hen heeft. [3] De problemen tussen de ouders zijn met de beëindiging van het gezamenlijk gezag niet volledig opgelost, maar er is wel rust en duidelijkheid ontstaan doordat nu één van de ouders – de vader – nadat hij de moeder moet hebben geconsulteerd de gezagsbeslissingen neemt. Het hof zal de beslissing van de rechtbank over het gezag daarom in stand laten. Het hof volgt hiermee het advies van de raad.
De omgangsregeling en de vakantieregeling
5.5.
Voor de omgangsregeling en de vakantieregeling geldt ook dat tussen de ouders niet in discussie is dat sprake is van een wijziging van omstandigheden die een herbeoordeling van de beide regelingen rechtvaardigt. [4]
5.6.
Het hof zal de omgangsregeling die de rechtbank op 9 juli 2025 heeft vastgesteld in stand laten, zoals de raad heeft geadviseerd. De omgang tussen de moeder en de kinderen is in de afgelopen jaren al teruggebracht van een week-op-week-af-regeling naar een weekendregeling. Het hof acht het niet in het belang van de kinderen om de omgang tussen de kinderen en de moeder nog verder te beperken, zoals de vader verzoekt door verandering van het wisselmoment van maandag naar zondag. Net als de raad vindt het hof het voor de kinderen belangrijk dat zij de zondagavond met de moeder kunnen doorbrengen. Het hof begrijpt de zorgen van de vader over het te laat komen en het schoolverzuim van de kinderen, maar van te laat komen en schoolverzuim is ook sprake als de kinderen bij de vader verblijven, zij het in mindere mate. Het is de taak van beide ouders om ervoor te zorgen dat de kinderen niet te laat komen op school en niet ongeoorloofd afwezig zijn.
5.7.
Net als de vader vindt het hof het in het belang van de kinderen dat de vakanties zoveel mogelijk bij helfte tussen de ouders worden verdeeld en dat beide ouders de gelegenheid hebben om een éénweekse vakantie met de kinderen door te brengen bij familie in het buitenland. Anders dan de vader verzoekt, acht het hof het echter gezien het vrijwel ontbreken van communicatie en voor de duidelijkheid ook in het belang van de kinderen dat alle vakanties dezelfde begintijd en dezelfde eindtijd hebben. Het hof zal daarom bepalen dat alle vakanties van één of twee weken starten op vrijdag na school en eindigen op maandag naar school, dat het wisselmoment in de tweeweekse vakanties plaatsvindt op zondag om 11.00 uur en dat de vakantieregeling vóór de omgangsregeling gaat. De zomervakantie wordt bij helfte tussen de ouders verdeeld, in die zin dat de kinderen drie aaneengesloten weken bij de vader en drie aaneengesloten weken bij de moeder verblijven. De wisseling vindt plaats na school op de vrijdag dat de vakantie begint – de eerste vrijdag - en daarna op de vierde vrijdag in de zomervakantie om 11.00 uur en op de zevende vrijdag in de zomervakantie om 11.00 uur, zodat wordt voorkomen dat een van de ouders de kinderen langer dan drie aangesloten weken niet ziet. Het hof sluit hiermee aan bij het advies van de raad om het verzoek van de vader over de éénweekse vakanties toe te wijzen, de tweeweekse vakanties bij helfte tussen de ouders te verdelen en de zomervakantie zo te verdelen dat het niet zo is dat één van de ouders de kinderen langer dan drie aaneengesloten weken niet ziet.
5.8.
Verder acht het hof het in het belang van de kinderen om geen brengregeling vast te stellen. De kinderen zijn inmiddels op een leeftijd dat zij zelf heen en weer kunnen fietsen tussen de ouders. Dit geldt zowel voor de omgangsregeling als voor de vakantieregeling. De ouders kunnen eventueel benodigde (school en andere) spullen brengen.
5.9.
Om onduidelijkheden te voorkomen zal het hof de beschikking van de rechtbank vernietigen voor zover die betrekking heeft op de omgangsregeling en de vakantieregeling en zal het hof de beide regelingen hieronder integraal in het dictum opnemen.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.10.
De beslissingen in deze uitspraak kunnen ook worden uitgevoerd als een van de ouders beroep in cassatie instelt (uitvoerbaarheid bij voorraad).

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht , van 9 juli 2025 voor zover die betrekking heeft op het gezag;
vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht , van 9 juli 2025 voor zover die betrekking heeft op de omgangsregeling en de vakantieregeling en beslist als volgt:
- wijzigt de in de beschikking van 19 november 2024 vastgestelde zorgregeling in die zin dat als reguliere omgangsregeling wordt vastgesteld dat:
 de kinderen eenmaal per twee weken van vrijdag na school tot maandag naar school bij de moeder verblijven, of als de kinderen op maandag vrij zijn van school tot maandag 16.00 uur;
- wijzigt de vakantieregeling zoals vastgesteld in de echtscheidingsbeschikking van 22 mei 2023 (en hersteld in de beschikking van 30 juni 2023) in die zin dat als vakantieregeling wordt vastgesteld:
  • alle vakanties van één of twee weken beginnen van vrijdag na school en eindigen op maandag naar school;
  • alle vakanties van twee weken worden bij helfte tussen de ouders verdeeld, waarbij het wisselmoment plaatsvindt op zondag om 11.00 uur;
  • de vakantieregeling gaat vóór de omgangsregeling;
  • de voorjaarsvakantie: de kinderen verblijven van vrijdag na school tot maandag naar school bij de moeder;
  • de herfstvakantie: de kinderen verblijven van vrijdag na school tot maandag naar school bij de vader;
  • de meivakantie: de kinderen verblijven in de even jaren in de eerste week bij de
vader en in de tweede week bij de moeder, en in de oneven jaren andersom;
 de kerstvakantie:
- in 2026 verblijven de kinderen de eerste week van de kerstvakantie bij de moeder en de tweede week van de kerstvakantie bij de vader;
- in 2027, 2028 en 2029 verblijven de kinderen de eerste week van de kerstvakantie bij de vader en de tweede week van de kerstvakantie bij de moeder;
- in 2030 verblijft [de minderjarige2] ( [de minderjarige1] is dan meerderjarig) de eerste week van de kerstvakantie bij de moeder en de tweede week van de kerstvakantie bij de vader;
- in 2031 verblijft [de minderjarige2] ( [de minderjarige1] is dan meerderjarig) de eerste week van de kerstvakantie bij de vader en de tweede week van de kerstvakantie bij de moeder;
 de zomervakantie: de kinderen verblijven vanaf 2026 in de even jaren de eerste drie
weken bij de vader van (de eerste) vrijdag uit school tot de vierde vrijdag in de zomervakantie om 11.00 uur en de laatste drie weken bij de moeder van de vierde vrijdag in de zomervakantie om 11.00 uur tot de zevende vrijdag in de zomervakantie om 11.00 uur, waarna de kinderen van de zevende vrijdag in de zomervakantie om 11.00 uur tot maandag naar school bij de vader verblijven, en in de oneven jaren andersom;
 Pasen: de kinderen verblijven van zondag 10.00 uur tot dinsdag naar school bij de
vader;
  • Grieks Pasen: de kinderen verblijven van zondag 10.00 uur tot dinsdag naar school bij de moeder, waarbij geldt dat als Grieks Pasen samenvalt met Pasen de kinderen bij de moeder verblijven, behalve als Grieks Pasen in de meivakantie valt, dan gaat de regeling voor de meivakantie voor;
  • Koningsdag: de kinderen verblijven op Koningsdag bij de ouder bij wie ze volgens
de verdeling van de meivakantie verblijven;
  • Sinterklaas: in de oneven jaren verblijven de kinderen op Sinterklaas bij de moeder en in de even jaren bij de vader, vanuit school tot de volgende dag naar school, of indien Sinterklaas in het weekend valt vanaf 10.00 uur tot de volgende dag 10.00 uur;
  • Halloween: de kinderen verblijven op 31 oktober vanuit school, of als 31 oktober in het weekend valt vanaf 11.00 uur, tot de volgende ochtend naar school of 11.00 uur bij de vader;
  • Vaderdag en Moederdag: de kinderen verblijven bij de moeder op Moederdag en bij de vader op Vaderdag vanaf zondag 11.00 uur tot maandag naar school;
  • Griekse naamdagen van de kinderen en de moeder: de kinderen verblijven op hun Griekse naamdagen en die van de moeder bij de moeder vanuit school tot de volgende dag naar school, of indien de dag in het weekend valt vanaf 11.00 uur tot de volgende dag 11.00 uur;
  • verjaardagen van de kinderen: de kinderen verblijven op hun verjaardagen in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader vanuit school tot de volgende dag naar school, of indien de dag in het weekend valt vanaf 11.00 uur tot de volgende dag 11.00 uur;
  • verjaardagen van de ouders en hun partners: de kinderen verblijven bij de ouder die jarig is, of bij de ouder van wie de partner jarig is, vanuit school tot de volgende dag naar school, of indien de dag in het weekend valt vanaf 11.00 uur tot de volgende dag 11.00 uur.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, K.A.M. van Os-ten Have en D.J.I. Kroezen en is in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7 Brussel Pro II-ter.
2.Artikel 1:253n lid 1 BW.
3.Artikel 1:253n leden 1 en 2 BW in samenhang met artikel 1:251a lid 1 BW.
4.Artikel 1:377e lid 1 BW.