[appellant] vordert in hoger beroep vernietiging van het vonnis en, na eiswijziging, dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad:
(1) zal verklaren voor recht dat [geïntimeerde] in strijd met de volmacht heeft gehandeld door
€ 320.000,- aan zichzelf te betalen van de bankrekening van [appellant] naar de bankrekening van [geïntimeerde] en als gevolg daarvan de rechtshandeling(en) waarmee de betaling(en) is (zijn) verricht nietig is (zijn);
(2)
Primair:
zal verklaren voor recht dat de overeenkomst van 14 oktober 2021 rechtsgeldig door [appellant] buitengerechtelijk is vernietigd, althans deze overeenkomst te vernietigen;
Subsidiair:
voor zover de overeenkomst van 14 oktober 2021 niet rechtsgeldig door [appellant]
buitengerechtelijk is vernietigd, dan wel bij het te dezen te wijzen
arrest alsnog wordt vernietigd, de overeenkomst van 14 oktober 2021 te
ontbinden;
(3) [geïntimeerde] zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting de somma van € 320.000,- aan [appellant] te voldoen, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2022, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
Verder heeft [appellant] gevorderd dat het hof
(4) [geïntimeerde] in zijn vorderingen niet ontvankelijk zal verklaren, althans
zijn vorderingen zal afwijzen;
(5) [geïntimeerde] zal veroordelen om aan [appellant] terug te betalen al hetgeen hij ter voldoening aan het vonnis in eerste aanleg heeft betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling door [appellant] aan [geïntimeerde] tot aan de dag der algehele voldoening;
(6) [geïntimeerde] zal veroordelen in de kosten van de procedure in eerste aanleg, de kosten van beslaglegging daaronder begrepen, en de kosten van de procedure in hoger beroep, te vermeerderen met de gebruikelijke nakosten ingeval van en zonder betekening van het te dezen te wijzen vonnis.
althans dat het hof een beslissing neemt die het in goede justitie rechtvaardig oordeelt.