Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2956

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
21-001873-22
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 225 SrArt. 321 SrArt. 326 SrArt. 420bis Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor valsheid in geschrifte, oplichting, verduistering en witwassen

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf wegens valsheid in geschrifte, oplichting, verduistering en witwassen van een groot geldbedrag onttrokken aan een internationale christelijke geloofsgemeenschap. In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis en doet opnieuw recht. Het hof spreekt verdachte vrij van medeplegen met rechtspersonen en ontslaat hem van rechtsvervolging voor het witwassen van contant geld in koffers.

De bewezenverklaring omvat valsheid in geschrifte met betrekking tot valse facturen, valse arbeidsovereenkomsten en werkgeversverklaringen, oplichting door het indienen van valse reis- en verblijfskosten, verduistering van geldbedragen en witwassen van ongeveer 8 miljoen euro via buitenlandse bankrekeningen en onroerend goed. Verdachte maakte misbruik van zijn positie binnen de geloofsgemeenschap en pleegde de feiten voor eigen financieel gewin.

Het hof houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een persoonlijkheidsstoornis en psychologische behandeling, en met de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep. De straf wordt verminderd tot 24 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. De straf wordt volledig in een penitentiaire inrichting uitgevoerd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor valsheid in geschrifte, oplichting, verduistering en witwassen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001873-22
Uitspraakdatum: 13 mei 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 21 april 2022 met parketnummer 05-980625-16 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 april en 13 mei 2026 (alleen sluiting) en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M. Luijten, en de advocaat van het slachtoffer hebben aangevoerd.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Van enkele onderdelen van de tenlastelegging is verdachte in eerste aanleg vrijgesproken. Alleen door verdachte is hoger beroep ingesteld. Dat hoger beroep is onbeperkt. Verdachte is niet ontvankelijk in zijn hoger beroep voor zover het de onderdelen van de tenlastelegging betreft waarvoor hij onder feit 1 sub (b) is vrijgesproken.
Het vonnis
De rechtbank heeft bij vonnis van 21 april 2022, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, verdachte veroordeeld voor valsheid in geschrifte, oplichting, verduistering en witwassen tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest.
Het hof komt in dit arrest, voor zover aan diens oordeel onderworpen, tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Op de zitting bij de rechtbank is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is - voor zover nog in hoger beroep aan de orde - ten laste gelegd dat:
1.
Hij, in of omstreeks de periode 9 maart 2015 tot en met 27 januari 2016, te [plaats 1] en/of elders in Nederland en/of Noorwegen en/of Cyprus en/of Zwitserland en/of [locatie 3] en/of Zuid-Afrika en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
( a) een of meer van de volgende factu(u)r(en):
- een factuur van [medeverdachte 1] , gedateerd 1 januari 2016, voorzien van het factuurnummer [nummer] en gericht aan [slachtoffer 1] , customernumber [nummer] , met als factuurbedrag EUR 280.000,-
(DOC-069);
- een factuur van [medeverdachte 1] , gedateerd 15 december 2015, voorzien van het factuurnummer [nummer] , customernumber [nummer] , met als factuurbedrag EUR 220.000,-
(DOC-068);
- een factuur van [medeverdachte 1] , gedateerd 20 januari 2016, voorzien van het factuurnummer [nummer] en gericht aan [slachtoffer 2] , customernumber [nummer] , met als factuurbedrag EUR 200.000,-
(DOC-091);
- een factuur van [medeverdachte 1] , gedateerd op 30 december 2015, voorzien van het factuurnummer [nummer] en gericht aan [medeverdachte 2] , customernumber [nummer] , met als factuurbedrag EUR 115.450,-
(DOC-027),
(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- valselijk hebben/heeft opgemaakt en/of valselijk hebben/heeft doen opmaken en/of hebben/heeft vervalst en/of hebben/heeft doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door een of meer ander(en) te doen gebruiken, immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, in die factu(u)r(en) van [medeverdachte 1] , vermeld of doen vermelden dat [medeverdachte 1] gevestigd was en/of kantoor aanhield in Cyprus en/of een of meer dienst(en) had verleend aan of ten behoeve van de geadresseerde(n) van die factu(u)r(en) en/of dat deze geaddresseerde(n) ter zake van in die factuur omschreven dienstverlening(en) het in die factu(u)r(en) vermelde bedrag verschuldigd was/waren,
en/of
( b)
- een (schriftelijk) besluit van de gezamenlijke directeuren van [medeverdachte 4] gedateerd op 1 januari 2015
(DOC-004),
zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk hebben/heeft opgemaakt en/of valselijk hebben/heeft doen opmaken en/of hebben/heeft vervalst en/of hebben/heeft doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door een of meer ander(en) te doen gebruiken, immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, in die besluiten een onjuiste datum vermeld;
en/of
( c) een of meer van de volgende overeenkomst(en) van (geld)lening -
- een overeenkomst gedateerd op 11 januari 2016 tussen [slachtoffer 1] en [medeverdachte 3] , inzake een geldlening groot EUR 1.014.145,87
(DOC 090);
- een overeenkomst gedateerd op 24 december 2015 tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] , inzake een geldlening groot EUR 1.100.000,-
(DOC-030);
- een overeenkomst gedateerd op 25 november 2015 tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , inzake een geldlening groot EUR 1.124.215,79
(DOC-028)
(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk hebben/heeft opgemaakt en/of valselijk hebben/heeft doen opmaken en/of hebben/heeft vervalst en/of hebben/heeft doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door een of meer ander(en) te doen gebruiken, immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, in die overeenkomst(en) van (geld) lening een onjuiste datum vermeld en/of doen vermelden en/of in die overeenkomst(en) van (geld) lening vermeld en/of doen vermelden dat een (of meer) geldbedrag(en) werden geleend aan [medeverdachte 3] en/of die overeenkomst(en) van (geld)lening voorzien van een handtekening die door moest gaan voor de handtekening van [medeverdachte 3] ;
en/of
( d) een of meer van de volgende arbeidsovereenkomst(en) en/of een werkgeversverklaring:
- een arbeidsovereenkomst gedateerd op 1 januari 2014
(DOC-036), en/of
- een arbeidsovereenkomst gedateerd op 1 maart 2015
(DOC-032), en/of
- een werkgeversverklaring gedateerd op 1 april 2015
(DOC-110),
(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk hebben/heeft opgemaakt en/of valselijk hebben/heeft doen opmaken en/of hebben/heeft vervalst en/of hebben/heeft doen vervalsen, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door een of meer ander(en) te doen gebruiken, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, in die arbeidsovereenkomst(en) en/of werkgeversverklaring vermeld of doen vermelden dat [medeverdachte 3] in dienst was bij [medeverdachte 2] en/of daarin een onjuiste datum vermeld en/of doen vermelden.
2.
Hij, in of omstreeks de periode 19 mei 2015 tot en met 2 maart 2016, te [plaats 1] en/of elders in Nederland en/of Zwitserland en/of Zuid-Afrika en/of Australië en/of [locatie 1] en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Cyprus en/of Noorwegen en/of [locatie 2] en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines en/of [locatie 3] tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
(telkens) met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 1] gevestigd in Zwitserland, en/of [slachtoffer 2] , gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten en/of [slachtoffer 3] gevestigd te [locatie 1] en/of [slachtoffer 4] gevestigd in Nederland (alle deel uitmakend van het netwerk van de internationale geloofsgemeenschap [naam 1] (“ [naam 1] ”)), heeft/hebben bewogen tot afgifte van (een) betalingsopdracht(en) en/of een of meer geldbedrag(en), althans enig goed, en/of het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld;
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) met voren omschreven oogmerk opzettelijk valselijk en/of listig en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -:
A. Een volmacht(en) en/of bevoegdheden verkregen om zelfstandig namens [medeverdachte 4] rechtshandelingen te kunnen verrichtten en/of een trust en/of (andersoortige) rechtspersoon opgericht/doen oprichten naar Panamees recht met de naam [medeverdachte 1] welke naam een sterke gelijkenis vertoond met de naam [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 4] , een reeds bestaande rechtspersoon binnen vorenbedoeld netwerk, en/of (vervolgens) voor deze rechtspersoon een of meer bankrekeningen geopend / doen openen bij een bank op Saint Vincent and the Grenadines en/of (vervolgens) een of meer valse/vervalste factu(u)r(en) opgemaakt/doen opmaken door [medeverdachte 1] betreffende (niet) door [medeverdachte 1] verrichte dienst(en) voor [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) in zijn hoedanigheid als bestuurder van de [slachtoffer 4] , althans zelf, een of meer opdracht(en) heeft gegeven aan (de administrateur van) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] om tot betaling van de hiervoor bedoelde facturen over te gaan;
en/of
B. reis- en verblijfkosten, gemaakt voor een of meer privé reis/reizen, aan (de administrateur van) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] gepresenteerd en/of ter declaratie aangeboden, als zijnde kosten gemaakt voor zakelijke doeleinden in het belang van de [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] , althans van enig aan vorenbedoeld netwerk gelieerde rechtspersoon en/of (vervolgens) in zijn hoedanigheid van bestuurder van de [slachtoffer 4] en/of in zijn hoedanigheid van boardmember van [slachtoffer 3] , een of meer opdracht(en) gegeven en/of heeft verzocht aan (de administrateur/bestuurder van) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] , tot betaling van de aldus gedeclareerde kosten over te gaan;
en/of
C. een of meer (geld)lening(en) van [medeverdachte 4] aan [naam 4] , gevestigd in Polen en/of [naam 2] , gevestigd in Hongarije, en/of [naam 3] , gevestigd in de Volksrepubliek China, over te (laten) nemen door [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) in zijn hoedanigheid van bestuurder van de [slachtoffer 4] en/of een andere aan het vorenbedoelde netwerk gelieerde rechtspersoon terzake daarvan geldbedragen te doen betalen aan [medeverdachte 1] , althans een of meer opdracht(en) daartoe te geven en/of heeft verzocht aan (de administrateur van) [slachtoffer 1] om tot betaling van geldbedrag(en) over te gaan;
3.
Hij, in of omstreeks de periode van 1 augustus 2015 tot en met 3 maart 2016 te [plaats 1] en/of elders in Nederland, en/of Zwitserland en/of Zuid-Afrika en/of Australië en/of [locatie 1] en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Cyprus en/of Noorwegen en/of [locatie 2] en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines en/of [locatie 3] tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk een of meer geldbedrag(en), tot een totaal van ongeveer EUR 438.714, in elk geval enig goed, welk(e) gelbedrag(en) geheel of ten dele toebehoorden aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), en die hij anders dan door misdrijf, te weten uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking en/of zijn beroep als bestuurder van de [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of een aan [slachtoffer 4] gelieerde andere rechtspersoon, onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met de/een creditcard van [slachtoffer 2] - welke hem in het kader van/ten behoeve van de uitoefening van zijn werkzaamheden ter beschikking was gesteld - (in totaal) vele malen geldbedragen contant heeft opgenomen en (vervolgens) voor zichzelf gehouden en/of besteedt, althans niet voor zakelijke doeleinden besteedt en/of anders dan voor zakelijke doeleinden onder zich gehouden;
4.
Hij, in of omstreeks de periode van 19 mei 2015 tot en met 2 maart 2016 te [plaats 1] en/of elders in Nederland en/of Duitsland en/of Zwitserland en/of Zuid-Afrika en/of Australië en/of [locatie 1] en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Cyprus en/of Noorwegen en/of [locatie 2] en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines en/of [locatie 3] tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt en/of witwassen heeft gepleegd in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, hierin bestaande dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), van (een) voorwerp(en), bestaande uit een of meer geldbedrag(en) tot een totaal van ongeveer EUR 8.052.123,=, althans enig geldbedrag, de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel verborgen en/of verhuld heeft wie de rechthebbende(n) op bovenomschreven geldbedrag(en) is/was of wie bovenomschreven geldbedrag(en) voorhanden heeft/hebben gehad;
door:
- een buitenlandse rechtspersoon met de naam [medeverdachte 1] op te (doen) richten in een ver buitenland (Panama) die niet op eenvoudige wijze rechtstreeks naar hem, verdachte, herleidbaar was en/of
- ( vervolgens) een of meer bankrekeningen te (doen) openen en/of aan te houden in Saint Vincent and the Grenadines en/of [locatie 3] en/of Duitsland en/of
- ( vervolgens) een of meer geldbedragen over te (laten) boeken op een of meer buitenlandse bankrekening(en) in de Verenigde Arabische Emiraten en/of Saint Vincent and the Grenadines, waarover hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) kon(den) beschikken en/of
- ( vervolgens) een of meer overeenkomst(en) van (geld)lening, althans een/of meer valse/vervalste document(en), te tonen en/of te overleggen en/of ter inzage aan te bieden die de aard en/of rechtmatige herkomst van de/het vorenbedoeld(e) ontvangen geldbedrag(en) op die buitenlandse bankrekening(en) moest(en) verklaren en/of aantonen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) wist(en) - althans redelijkerwijze moest(en) vermoeden - dat dit/deze geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig(e) misdrij(f)(ven);
en/of
Hij, in of omstreeks de periode van 19 mei 2015 tot en met 2 maart 2016 te [plaats 1] en/of elders in Nederland en/of Duitsland en/of Zwitserland en/of Zuid-Afrika en/of Australië en/of [locatie 1] en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Cyprus en/of Noorwegen en/of [locatie 2] en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines en/of [locatie 3]
een voorwerp, bestaande uit een of meer geldbedrag(en) tot een totaal van ongeveer EUR 8.052.123,=, althans enig geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, door:
- op een of meer buitenlandse bankrekeningen in de Saint Vincent and the Grenadines en of Verenigde Arabische Emiraten op naam van [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] , althans op een andere naam dan van hem, verdachte zelf, vorenbedoelde geldbedrag(en) aan te houden, en/of
- van een deel van vorenbedoeld(e) geldbedrag(en) een woning in [plaats 2] , althans onroerend goed, aan te (doen) kopen welke op naam van [medeverdachte 3] werd geregistreerd, en/of
- ( vervolgens) een deel van vorenbedoeld(e) geldbedrag(en) om te zetten in een of meer charta(a)l(e)(e) geldbedrag(en) en/of
- ( vervolgens) een deel van vorenbedoeld(e) geldbedrag(en) in contanten in koffers te verbergen/laten verbergen onder de vloer van een (recreatie)woning;
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) wist(en) - althans redelijkerwijze moest(en) vermoeden - dat dit/deze geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig(e) misdrij(f)(ven).
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverweging
Door de rechtbank is bij alle feiten bewezen verklaard dat verdachte die feiten tezamen en in vereniging met één of meer anderen heeft begaan. Het hof deelt die opvatting met betrekking tot de in de tenlastelegging genoemde rechtspersonen niet.
De strafbare gedragingen van verdachte en de in de tenlastelegging genoemde rechtspersonen zijn in hoge mate met elkaar te vereenzelvigen. Echter, de enkele omstandigheid dat de gedragingen van verdachte ook aan de diverse rechtspersonen kunnen worden toegerekend, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat verdachte de strafbare gedragingen tezamen met deze rechtspersonen heeft gepleegd (vgl. HR 18 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5140). Het hof zal verdachte dan ook vrijspreken van het tenlastegelegde medeplegen voor zover het medeplegen met rechtspersonen betreft.
De feiten ten laste gelegd in feit 1 onder (d) zijn daarentegen wel tezamen en in vereniging met een andere natuurlijke persoon gepleegd. Verdachte heeft verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 3] met het idee kwam van de fictieve arbeidsrelatie om een lening te verkrijgen. Beiden hebben ook uitvoering gegeven aan dat plan, onder meer door de valse arbeidsovereenkomsten te ondertekenen.

Feit 1 (valsheid in geschrifte)

Onderdeel (a) (valse facturen)
Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Deze opgave luidt:
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 22 april 2026;
DOC-027, p. 1294;
DOC-068, p. 1423;
DOC-069, p. 1424;
DOC-091, p. 1488.
Partiële vrijspraak
Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt:
“In DOC-027 staat een adres op Cyprus vermeld als het adres van [medeverdachte 1] . Verdachte heeft hierover verklaard dat de vermelding van het adres op Cyprus op deze factuur een vergissing was. Verdachte was de enige die deze factuur zag, dus er had volgens verdachte beter het andere adres (de rechtbank begrijpt: in Panama) op kunnen staan. Gelet op deze verklaring van verdachte - die de rechtbank niet onaannemelijk voorkomt - zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onderdeel in de tenlastelegging dat hij valselijk in de factuur heeft vermeld dat [medeverdachte 1] was gevestigd of kantoor aanhield op Cyprus.”
Onderdeel (b) (overgedragen leningen)
Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Deze opgave luidt:
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 22 april 2026;
DOC-004, p. 1211.
Onderdeel (c) (geldleningen met betrekking tot de woning in [plaats 2] )
Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Deze opgave luidt:
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 22 april 2026;
DOC-028, p. 1295-1296;
DOC-030, p. 1299-1300;
DOC-090, p. 1486-1487.
Partiële vrijspraak
Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt:
“(…) Dat medeverdachte [medeverdachte 3] het geldbedrag niet zou gaan terugbetalen op welke wijze dan ook is niet komen vast te staan op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting. Er was naar het oordeel van de rechtbank dan ook sprake van een lening, waardoor niet valselijk in de overeenkomst is vermeld dat aan [medeverdachte 3] een geldbedrag werd geleend. Van dit onderdeel zal verdachte worden vrijgesproken.”
Onderdeel (d) (arbeidsovereenkomsten en werkgeversverklaring)
Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Deze opgave luidt:
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 22 april 2026;
DOC-032, p. 1303-1304;
DOC-036, p. 1328-1329;
DOC-110, p. 1648.

Feit 2 (oplichting)

Onderdeel A (valse facturen)
Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Deze opgave luidt:
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 22 april 2026;
DOC-001, p. 865;
DOC-068, p. 1423;
DOC-069, p. 1424;
DOC-091, p. 1488.
Partiële vrijspraak
Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt:
”Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat verdachte een volmacht of bevoegdheden om zelfstandig namens [medeverdachte 4] rechtshandelingen te kunnen verrichten naar zich toe heeft getrokken met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling. Gelet op het dossier gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte deze volmacht en bevoegdheden feitelijk al had. Verdachte wordt dan ook vrijgesproken van dit deel van de tenlastelegging onder feit 2 onderdeel A.”
Onderdeel B (reis- en verblijfskosten)
Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Deze opgave luidt:
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 22 april 2026;
DOC-001, p. 868-869, 1031, 1043, 1081-1082, 1108, 1134.
Onderdeel C (overgedragen geldleningen)
Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Deze opgave luidt:
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 22 april 2026;
DOC-001, p. 866-867, 911, 945, 946, 948 en 949;
DOC-004, p. 1211;
DOC-015, p. 1253;
DOC-016, p. 1254;
DOC-017, p. 1255.

Feit 3 (verduistering)

Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Deze opgave luidt:
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 22 april 2026;
DOC-001, p. 864;
VERD-001-01, p. 247;
VERD-002-01, p. 276;
AMB-003, p. 323-324;
AMB-005, p. 341-342;
Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] in rechtshulpzaak van 1 september 2017, p. 3 en 8;
Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] in rechtshulpzaak van 7 februari 2017, p. 8-10;
Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door rechter-commissaris van 18 januari 2017, p. 8-9;
Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] van 3 maart 2016, p. 607-608;
Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] van 3 maart 2016, p. 604.

Feit 4 (witwassen)

Eerste cumulatief tenlastegelegde
Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Deze opgave luidt:
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 22 april 2026;
DOC-001, p. 865-867;
DOC-004, p. 1211;
DOC-015, p. 1253;
DOC-016, p. 1254;
DOC-017, p. 1255;
DOC-068, p. 1423;
DOC-069, p. 1424;
DOC-091, p. 1488.
Partiële vrijspraak
Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt:
“Naar het oordeel van de rechtbank volgt niet uit het dossier dat verdachte de bankrekeningen in [locatie 3] en Duitsland heeft gebruikt bij het witwassen zoals ten laste is gelegd.
Rekening houdend met de concrete omstandigheden van het geval, namelijk dat verdachte zijn door eigen misdrijf verkregen gelden heeft weggesluisd en de frequentie waarmee hij dit heeft gedaan, is de rechtbank van oordeel dat verdachte geen gewoonte heeft gemaakt van het witwassen. Evenmin is de rechtbank van oordeel dat verdachte het witwassen heeft gepleegd in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf. Verdachte heeft geen misbruik gemaakt van zijn beroep of bedrijf om de witwashandelingen te verrichten, nu zijn beroep of bedrijf geen specifieke mogelijkheid heeft geboden voor het verhullen en wegsluizen van misdaadgelden.
Verdachte zal worden vrijgesproken van deze onderdelen in de tenlastelegging.”
Tweede cumulatief tenlastegelegde
Buitenlandse bankrekeningen
Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Deze opgave luidt:
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 22 april 2026;
DOC-001, p. 865-867 en p. 882;
DOC-004, p. 1211;
DOC-015, p. 1253;
DOC-016, p. 1254;
DOC-017, p. 1255;
DOC-068, p. 1423;
DOC-069, p. 1424;
DOC-091, p. 1488;
DOC-096, p. 1495.
Contanten in koffers
Omdat verdachte op de zitting van het hof de tenlastegelegde feiten heeft bekend en door de raadsvrouw geen verweer tot vrijspraak is gevoerd, zal het hof, gelet op artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Deze opgave luidt:
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 22 april 2026;
DOC-001, p. 864;
VERD-001-01, p. 247;
VERD-002-01, p. 276;
AMB-003, p. 323-324;
AMB-005, p. 341-342;
Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] in rechtshulpzaak van 1 september 2017, p. 3 en 8;
Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] in rechtshulpzaak van 7 februari 2017, p. 8-10;
Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] door rechter-commissaris van 18 januari 2017, p. 8-9;
Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] van 3 maart 2016, p. 607-608;
Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] van 3 maart 2016, p. 604.
Partiële vrijspraak
Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt:
“De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat het kennelijk de bedoeling van verdachte was dat de woning in [plaats 2] zou worden gefinancierd met geld afkomstig van [medeverdachte 1] , via de bankrekening in [locatie 4] op naam van medeverdachte [medeverdachte 3] . Dit is echter niet gelukt, waardoor de woning uiteindelijk is gefinancierd met geld afkomstig van [slachtoffer 1] , via [medeverdachte 2] Van dit geld blijkt echter niet dat dit afkomstig is uit misdrijf. Er is een leningsovereenkomst opgemaakt tussen [slachtoffer 1] en [medeverdachte 2] , waarover verdachte heeft verklaard dat dit een echte lening betrof. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat dit anders zou zijn. Er ligt dus een rechtsgeldige leningsovereenkomst ten grondslag aan het overmaken van het geldbedrag van [slachtoffer 1] naar [medeverdachte 2] Weliswaar is bewezen verklaard dat naderhand door verdachte een valse leningsovereenkomst is opgesteld tussen [medeverdachte 2] en medeverdachte [medeverdachte 3] , maar dat maakt de conclusie dat het geld - dat via [slachtoffer 1] en [medeverdachte 2] naar de derdengeldenrekening van de notaris is overgeboekt - niet uit misdrijf afkomstig is niet anders. De aankoop van de woning in [plaats 2] betreft dan ook geen witwashandeling, zodat verdachte van dit onderdeel zal worden vrijgesproken.
Verdachte zal eveneens worden vrijgesproken van het onderdeel in de tenlastelegging dat ziet op het omzetten van geldbedragen in chartale geldbedragen. Niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte uit misdrijf afkomstige geldbedragen heeft omgezet in chartale geldbedragen. Voor zover de tenlastelegging ziet op het pinnen van geldbedragen met creditcards, heeft de rechtbank onder feit 3 reeds beschreven dat verdachte mocht beschikken over de creditcards van [slachtoffer 2] en dat hij was gerechtigd tot het opnemen van geldbedragen met die creditcards. Er is dan ook geen sprake van witwassen.”
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
Hij,
in ofomstreeks de periode 9 maart 2015 tot en met 27 januari 2016, te [plaats 1] en/of elders in Nederland en/of Noorwegen en/of Cyprus en/of Zwitserland en/of [locatie 3] en/of Zuid-Afrika en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
( a)
een of meer vande volgende factu
(u)r
(en
):
- een factuur van [medeverdachte 1] , gedateerd 1 januari 2016, voorzien van het factuurnummer [nummer] en gericht aan [slachtoffer 1] , customernumber [nummer] , met als factuurbedrag EUR 280.000,-
(DOC-069);
- een factuur van [medeverdachte 1] , gedateerd 15 december 2015, voorzien van het factuurnummer [nummer] , customernumber [nummer] , met als factuurbedrag EUR 220.000,-
(DOC-068);
- een factuur van [medeverdachte 1] , gedateerd 20 januari 2016, voorzien van het factuurnummer [nummer] en gericht aan [slachtoffer 2] , customernumber [nummer] , met als factuurbedrag EUR 200.000,-
(DOC-091);
- een factuur van [medeverdachte 1] , gedateerd op 30 december 2015, voorzien van het factuurnummer [nummer] en gericht aan [medeverdachte 2] , customernumber [nummer] , met als factuurbedrag EUR 115.450,-
(DOC-027),
(elk
)zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen- valselijk
hebben/heeft opgemaakt
en/of valselijk hebben/heeft doen opmaken en/of hebben/heeft vervalst en/of hebben/heeft doen vervalsen, zulks
(telkens
)met het oogmerk om
die/dat geschrift
(en)als echt en onvervalst te gebruiken
of door een of meer ander(en) te doen gebruiken, immers
hebben/heeft hij, verdachte,
en/of zijn mededader (telkens
)valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, in die factu
(u)r
(en
)van [medeverdachte 1] , vermeld
of doen vermeldendat [medeverdachte 1]
gevestigd was en/of kantoor aanhield in Cyprus en/ofeen of meer dienst(en) had verleend aan of ten behoeve van de geadresseerde
(n
)van die factu
(u)r
(en
)en
/ofdat deze geadresseerde
(n
)ter zake van in die factuur omschreven dienstverlening(en) het in die factu
(u)r
(en
)vermelde bedrag verschuldigd
was/waren,
en
/of
( b)
- een (schriftelijk) besluit van de gezamenlijke directeuren van [medeverdachte 4] gedateerd op 1 januari 2015
(DOC-004),
zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk
hebben/heeft opgemaakt
en/of valselijk hebben/heeft doen opmaken en/of hebben/heeft vervalst en/of hebben/heeft doen vervalsen, zulks
(telkens)met het oogmerk om
die/dat geschrift
(en)als echt en onvervalst te gebruiken
of door een of meer ander(en) te doen gebruiken, immers
hebben/heeft hij, verdachte,
en/of zijn mededadervalselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, in dat besluit
eneen onjuiste datum vermeld;
en
/of
( c)
een of meer vande volgende overeenkomst(en) van (geld)lening –
- een overeenkomst gedateerd op 11 januari 2016 tussen [slachtoffer 1] en [medeverdachte 3] , inzake een geldlening groot EUR 1.014.145,87
(DOC 090);
- een overeenkomst gedateerd op 24 december 2015 tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] , inzake een geldlening groot EUR 1.100.000,-
(DOC-030);
- een overeenkomst gedateerd op 25 november 2015 tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , inzake een geldlening groot EUR 1.124.215,79
(DOC-028)
(elk
)zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk hebben
/heeftopgemaakt
en/of valselijk hebben/heeft doen opmaken en/of hebben/heeft vervalst en/of hebben/heeft doen vervalsen, zulks
(telkens
)met het oogmerk om die
/datgeschrift
(en
)als echt en onvervalst te gebruiken of door een
of meerander
(en)te doen gebruiken, immers
hebben/heeft hij, verdachte,
en/of zijn mededader(s)valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, in die overeenkomst
(en
)van
(geld
)lening een onjuiste datum vermeld
en/of doen vermelden en/of in die overeenkomst(en) van (geld) lening vermeld en/of doen vermelden dat een (of meer) geldbedrag(en) werden geleend aan [medeverdachte 3]en/of die overeenkomst
(en
)van
(geld
)lening voorzien van een handtekening die door moest gaan voor de handtekening van [medeverdachte 3] ;
en
/of
tezamen en in vereniging met een ander,
( d)
een of meervan de volgende arbeidsovereenkomst
(en
)en
/ofeen werkgeversverklaring:
- een arbeidsovereenkomst gedateerd op 1 januari 2014
(DOC-036), en
/of
- een arbeidsovereenkomst gedateerd op 1 maart 2015
(DOC-032), en
/of
- een werkgeversverklaring gedateerd op 1 april 2015
(DOC-110),
(elk
)zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk hebben
/heeftopgemaakt
en/of valselijk hebben/heeft doen opmaken en/of hebben/heeft vervalst en/of hebben/heeft doen vervalsen, zulks
(telkens
)met het oogmerk om die
/datgeschrift
(en
)als echt en onvervalst te gebruiken of door een
of meerander
(en)te doen gebruiken, immers
heeft/hebben hij, verdachte, en
/ofzijn mededader(s) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, in die arbeidsovereenkomst
(en
)en
/ofwerkgeversverklaring vermeld
of doen vermeldendat [medeverdachte 3] in dienst was bij [medeverdachte 2] en/of daarin een onjuiste datum vermeld
en/of doen vermelden.
2.
Hij, in
of omstreeksde periode 19 mei 2015 tot en met 2 maart 2016, te [plaats 1] en/of elders in Nederland en/of Zwitserland en/of Zuid-Afrika en/of Australië en/of [locatie 1] en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Cyprus en/of Noorwegen en/of [locatie 2] en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines en/of [locatie 3]
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
(telkens
)met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 1] gevestigd in Zwitserland, en/of [slachtoffer 2] , gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten en/of [slachtoffer 3] gevestigd te [locatie 1]
en/of [slachtoffer 4] gevestigd in Nederland(alle deel uitmakend van het netwerk van de internationale geloofsgemeenschap [naam 1] (“ [naam 1] ”)), heeft
/hebbenbewogen tot afgifte van (een) betalingsopdracht(en) en
/of een of meergeldbedrag
(en
), althans enig goed, en/of het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld;
immers heeft
/hebbenhij, verdachte,
en/of zijn mededader(s)(telkens) met voren omschreven oogmerk opzettelijk valselijk en/of listig en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -:
A.
Een volmacht(en) en/of bevoegdheden verkregen om zelfstandig namens [medeverdachte 4] rechtshandelingen te kunnen verrichtten en/ofeen trust
en/of (andersoortige) rechtspersoon opgericht/doen oprichten naar Panamees recht met de naam [medeverdachte 1] welke naam een sterke gelijkenis vertoond met de naam [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 4] , een reeds bestaande rechtspersoon binnen vorenbedoeld netwerk, en
/of (vervolgens
)voor deze rechtspersoon een
of meerbankrekening
en geopend /doen openen bij een bank op Saint Vincent and the Grenadines en
/of (vervolgens
) een of meervalse
/vervalstefactu
(u)r
(en
) opgemaakt/doen opmaken door [medeverdachte 1] betreffende (niet) door [medeverdachte 1] verrichte dienst
(en
)voor [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en
/of(vervolgens) in zijn hoedanigheid als bestuurder van de [slachtoffer 4] , althans zelf, een of meer opdracht(en) heeft gegeven aan (de administrateur van) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] om tot betaling van de hiervoor bedoelde facturen over te gaan;
en
/of
B. reis- en verblijfkosten, gemaakt voor
een of meerprivé
reis/reizen, aan (de administrateur van) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3]
gepresenteerd en/ofter declaratie aangeboden, als zijnde kosten gemaakt voor zakelijke doeleinden in het belang van de [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] , althans van enig aan vorenbedoeld netwerk gelieerde rechtspersoon en/of
(vervolgens
)in zijn hoedanigheid van bestuurder van de [slachtoffer 4] en/of in zijn hoedanigheid van boardmember van [slachtoffer 3] ,
een of meer opdracht(en) gegeven en/ofheeft verzocht aan (de administrateur
/bestuurder van) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] , tot betaling van de aldus gedeclareerde kosten over te gaan;
en
/of
C.
een of meer (geld
)lening
(en
)van [medeverdachte 4] aan [naam 4] , gevestigd in Polen en
/of[naam 2] , gevestigd in Hongarije, en
/of[naam 3] , gevestigd in de Volksrepubliek China, over te
(laten
)nemen door [slachtoffer 1] en
/of (vervolgens
)in zijn hoedanigheid van bestuurder van de [slachtoffer 4] en/of een andere aan het vorenbedoelde netwerk gelieerde rechtspersoon terzake daarvan geldbedragen te doen betalen aan [medeverdachte 1]
, althans een of meer opdracht(en) daartoe te geven en/of heeft verzocht aan (de administrateur van) [slachtoffer 1] om tot betaling van geldbedrag(en) over te gaan;
3.
Hij, in
of omstreeksde periode van 1 augustus 2015 tot en met 3 maart 2016 te [plaats 1] en/of elders in Nederland, en/of Zwitserland en/of Zuid-Afrika en/of Australië en/of [locatie 1] en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Cyprus en/of Noorwegen en/of [locatie 2] en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines en/of [locatie 3]
tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk een
of meergeldbedrag
(en), tot een totaal van ongeveer EUR 438.714, in elk geval enig goed, welk
(e)geldbedrag
(en) geheel of ten deletoebehoorde
naan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan hem, verdachte,
en/of zijn mededader(s),en die hij anders dan door misdrijf, te weten uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking en/of zijn beroep als bestuurder van de [slachtoffer 4]
en/of [slachtoffer 2] en/of een aan [slachtoffer 4] gelieerde andere rechtspersoon, onder zich had,
(telkens)wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, immers heeft
/hebbenhij, verdachte,
en/of zijn mededader(s)met
de/een creditcard van [slachtoffer 2] - welke hem in het kader van/ten behoeve van de uitoefening van zijn werkzaamheden ter beschikking was gesteld - (in totaal) vele malen geldbedragen contant
heeftopgenomen en (vervolgens) voor zichzelf gehouden
en/of besteedt, althans niet voor zakelijke doeleinden besteedt en/of anders dan voor zakelijke doeleinden onder zich gehouden;
4.
Hij, in
of omstreeksde periode van 19 mei 2015 tot en met 2 maart 2016 te [plaats 1] en/of elders in Nederland en/of Duitsland en/of Zwitserland en/of Zuid-Afrika en/of Australië en/of [locatie 1] en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Cyprus en/of Noorwegen en/of [locatie 2] en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines en/of [locatie 3]
tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen
, althans eenmaal,
van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt en/ofwitwassen heeft gepleegd
in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, hierin bestaande dat hij, verdachte,
en/of zijn mededader(s),van
(een) voorwerp(en), bestaande uit een of meer geldbedrag(en) tot een totaal van ongeveer EUR 8.052.123,=, althansenig geldbedrag, de werkelijke aard en
/ofde herkomst en
/ofde vindplaats
en/of de vervreemding en/of de verplaatsingheeft verborgen en
/ofverhuld, dan wel verborgen en
/ofverhuld heeft wie de rechthebbende(n) op bovenomschreven geldbedrag
(en)is/was of wie bovenomschreven geldbedrag
(en)voorhanden heeft/hebben gehad;
door:
- een buitenlandse rechtspersoon met de naam [medeverdachte 1] op te (doen) richten in een ver buitenland (Panama) die niet op eenvoudige wijze rechtstreeks naar hem, verdachte, herleidbaar was en
/of
-
(vervolgens
)een
of meerbankrekening
ente (doen) openen en
/ofaan te houden in Saint Vincent and the Grenadines
en/of [locatie 3] en/of Duitslanden
/of
-
(vervolgens
) een of meergeldbedragen over te (laten) boeken op een
of meerbuitenlandse bankrekening
(en)in
de Verenigde Arabische Emiraten en/ofSaint Vincent and the Grenadines, waarover hij, verdachte,
en/of zijn mededader(s)kon
(den)beschikken en
/of
-
(vervolgens
) een of meerovereenkomst
(en
)van
(geld
)lening, althans
een/of meervalse
/vervalstedocument
(en
), te tonen en/of te overleggen en/of ter inzage aan te bieden die de aard en/of rechtmatige herkomst van
de/het vorenbedoeld
(e
)ontvangen geldbedrag
(en)op die buitenlandse bankrekening
(en)moest(en) verklaren en/of aantonen, terwijl hij, verdachte,
en/of zijn mededader(s),
(telkens
)wist
(en) - althans redelijkerwijze moest(en) vermoeden -dat dit
/dezegeldbedrag
(en)- onmiddellijk
of middellijk - (mede)afkomstig was
/warenuit enig
(e)misdrij
(f)(ven
);
en/of
Hij, in
of omstreeksde periode van 19 mei 2015 tot en met 2 maart 2016 te [plaats 1] en/of elders in Nederland en/of Duitsland en/of Zwitserland en/of Zuid-Afrika en/of Australië en/of [locatie 1] en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of Cyprus en/of Noorwegen en/of [locatie 2] en/of Panama en/of Saint Vincent and the Grenadines en/of [locatie 3]
een voorwerp, bestaande uit
een of meer geldbedrag(en) tot een totaal van ongeveer EUR 8.052.123,=, althansenig geldbedrag,
heeft verworven en/ofvoorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen
en/of heeft omgezet, door:
- op
een of meerbuitenlandse bankrekeningen in de Saint Vincent and the Grenadines en
ofde Verenigde Arabische Emiraten op naam van [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] ,
althans op een andere naam dan van hem, verdachte zelf,vorenbedoeld
egeldbedrag
(en)aan te houden, en
/of
- van een deel van vorenbedoeld(e) geldbedrag(en) een woning in [plaats 2] , althans onroerend goed, aan te (doen) kopen welke op naam van [medeverdachte 3] werd geregistreerd, en/of
- (vervolgens) een deel van vorenbedoeld(e) geldbedrag(en) om te zetten in een of meer charta(a)l(e)(e) geldbedrag(en) en/of
- (vervolgens)een deel van vorenbedoeld
(e)geldbedrag
(en)in contanten in koffers te verbergen
/laten verbergenonder de vloer van een (recreatie)woning;
terwijl hij, verdachte,
en/of zijn mededader(s), (telkens
)wist
(en) - althans redelijkerwijze moest(en) vermoeden -dat dit
/dezegeldbedrag
(en)- onmiddellijk
of middellijk - (mede)afkomstig was
/warenuit enig
(e)misdrij
(f)(ven
).
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd,
en
medeplegen van valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
oplichting, meermalen gepleegd.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
verduistering.
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
witwassen, meermalen gepleegd,
en
witwassen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt:
”Met betrekking tot het onder feit 4 tweede cumulatief tenlastegelegde is de rechtbank (…) van oordeel dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging voor zover het gaat om het in koffers aangetroffen contante geldbedrag.
Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat het enkele voorhanden hebben door verdachte van het contante geldbedrag in koffers onder de vloer van een woning, terwijl dat geldbedrag afkomstig is van een door hemzelf begaan misdrijf, niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat geldbedrag. Deze gedraging van verdachte kan dan ook niet als witwassen worden gekwalificeerd. Daarom levert dit onderdeel (het vierde gedachtestreepje) in de tenlastelegging geen strafbaar feit op.
De overige feiten zijn strafbaar.”
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf en/of maatregel
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft, onder verwijzing naar de richtlijnen van het openbaar ministerie, gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden, met aftrek van voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan de duur die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, en - rekening houdend met de omstandigheid dat sprake is van meerdaadse samenloop - oplegging van een taakstraf van 960 uren. Daartoe heeft zij aangevoerd dat rekening gehouden dient te worden met verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, alsmede met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich uit eigen beweging aangemeld voor psychologische behandeling en hij heeft het volledige benadelingsbedrag terugbetaald. Daarnaast is hij werkzaam als operationeel directeur in het bedrijf van een vriend van hem en neemt hij in het dagelijks leven voor zijn partner een ondersteunende en structurerende rol op zich. Een eventuele nieuwe vrijheidsbeneming zou leiden tot het noodgedwongen beëindigen van het bedrijf van zijn vriend alsmede van de bedrijven van zijn partner, nu zij daarbij in grote mate van verdachte afhankelijk zijn. Een nieuwe detentie zal - naast grote financiële - ook persoonlijke gevolgen hebben voor verdachte en zijn gezin. Tenslotte heeft de raadsvrouw aangevoerd dat rekening gehouden dient te worden met de omstandigheid dat de redelijke termijn zowel in eerste aanleg als in hoger beroep is overschreden.
Oordeel van het hof
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Het hof verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waar deze overweegt:
“Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) valsheid in geschrifte, oplichting en verduistering, waardoor een groot geldbedrag aan een internationale christelijke geloofsgemeenschap - waarbinnen verdachte was opgegroeid - is onttrokken. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het (…) witwassen van een deel van dit onttrokken geldbedrag.
Begin 2016 heeft verdachte gebroken met de geloofsgemeenschap en zijn functies binnen diverse entiteiten van deze geloofsgemeenschap neergelegd. Voordat dit alles plaatsvond, heeft verdachte een entiteit opgericht in Panama met de naam [medeverdachte 1] (één van de medeverdachten). Deze naam vertoont sterke gelijkenissen met een entiteit binnen de geloofsgemeenschap waarbij verdachte nauw betrokken is geweest. (…) Verdachte heeft op basis van valse facturen en overgenomen leningsovereenkomsten aanzienlijke geldbedragen laten uitbetalen op de bankrekening van deze entiteit in Saint Vincent and the Grenadines. Door deze geldbedragen op de rekening in Saint Vincent and the Grenadines aan te houden en deels over te maken naar een bankrekening in de Verenigde Arabische Emiraten (op naam van medeverdachte [medeverdachte 3] ), heeft verdachte deze geldbedragen witgewassen. Immers heeft verdachte op deze manier de criminele herkomst van de geldbedragen verborgen en verhuld. Verder heeft verdachte gemaakte reis- en verblijfkosten ten behoeve van privéreizen laten uitbetalen als zijnde kosten gemaakt voor zakelijke doeleinden. Daarnaast heeft verdachte een geldbedrag, dat hij onder zich had ten behoeve van de geloofsgemeenschap, verduisterd op het moment dat hij brak met de geloofsgemeenschap. Ten slotte heeft verdachte nog verschillende andere geschriften valselijk opgemaakt, ten dele om ervoor te zorgen dat zijn partner (…) een hypotheek kon krijgen en ten dele ter verantwoording van de aankoop van een nieuwe woning in [plaats 2] .
Verdachte heeft bij het plegen van deze strafbare feiten misbruik gemaakt van het in hem gestelde vertrouwen als de “financiële man” binnen de geloofsgemeenschap. Hij heeft de feiten puur en alleen gepleegd ten behoeve van zijn eigen financiële gewin zodat hij aan een nieuw leven kon beginnen buiten de geloofsgemeenschap, dit alles echter ten koste van (de leden van) die geloofsgemeenschap. (…) De rechtbank acht (…) oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen gelet op de ernst van de feiten en de hoge geldbedragen (…) die verdachte door de geloofsgemeenschap aan zichzelf heeft laten uitbetalen. Een andere strafmodaliteit doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van de gepleegde feiten. De rechtbank houdt bovendien in strafverzwarende zin rekening met het ten laste gelegde ad info feit, dat door verdachte ter terechtzitting is bekend.
Uit het psychologisch onderzoek Pro Justitia van 13 februari 2017 van drs. H.A. Stierum (GZ-psycholoog) en het psychiatrisch onderzoek Pro Justitia van 19 maart 2017 van prof. dr. J. Neeleman (psychiater) volgt dat verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis. Volgens de psychiater gaat het om een persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke en voornamelijk obsessieve en vermijdende trekken en volgens de psycholoog gaat het om een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale, narcistische, ontwijkende en obsessief-compulsieve trekken. Beide deskundigen hebben geadviseerd het tenlastegelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen, omdat de stoornis de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte heeft beïnvloed ten tijde van het begaan van de ten laste gelegde feiten. De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over en maakt deze tot de hare. De rechtbank zal bij de straftoemeting dan ook rekening houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.
De deskundigen hebben beiden geadviseerd dat verdachte zich (ambulant) laat behandelen voor zijn persoonlijkheidsproblematiek. Uit een brief van de Waag van 6 september 2021 volgt dat verdachte zich op eigen initiatief heeft gemeld naar aanleiding van het behandeladvies en dat hij sinds 9 september 2019 in behandeling is bij de Waag. De behandeling bevond zich op het moment van schrijven in een afrondende fase en het risico op recidive is ingeschat als verlaagd.
Dat verdachte geen strafrechtelijke documentatie heeft, geeft de rechtbank geen aanleiding om daarmee in strafmatigende zin rekening mee te houden nu dit als een normale omstandigheid heeft te gelden.”
In aanvulling daarop overweegt het hof als volgt.
Net als de rechtbank houdt het hof wel rekening met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. Verdachte is op 2 maart 2016 in verzekering gesteld. De rechtbank heeft vonnis gewezen op 21 april 2022. Daarmee is de redelijke termijn in eerste aanleg overschreden met 4 jaren. Namens verdachte is op 5 mei 2022 hoger beroep ingesteld, terwijl het hof pas op 13 mei 2026 arrest wijst. De redelijke termijn in hoger beroep is hierdoor met 2 jaren overschreden, terwijl dit niet aan verdachte valt toe te rekenen.
Gelet op de aard en de ernst van de feiten alsmede de hoge geldbedragen die voor eigen gewin zijn weggenomen door verdachte neemt het hof als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 4,5 jaren. Het hof zal deze straf verminderen vanwege de persoon van de verdachte en de schending van de redelijke termijn. Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en noodzakelijk. Het hof ziet in hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd geen aanleiding om een andere strafsoort te kiezen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Wetsartikelen
De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 57, 225, 321, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraken van de in feit 1 sub (b) genoemde verklaringen.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Verklaart het vierde gedachtestreepje van het onder feit 4 tweede cumulatief bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, mr. G. Dam en mr. P.L.M. van Gorkom, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M.J. Flach en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 13 mei 2026.