Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
advocaat: mr. A. Zonnenberg
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
- de adoptie door [geintimeerde2] van [minderjarige] is uitgesproken;
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
Hetzelfde geldt voor productie 5 bij het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep van de moeder met daarin op haar beurt weer een reactie op het verweerschrift inclusief incidenteel hoger beroep en op de genoemde productie 1 van de vaders. Ook deze productie zal dus buiten beschouwing worden gelaten. Tijdens de mondeling behandeling heeft het hof deze procesbeslissing al met de partijen besproken.
De vaders ervaren spanningsklachten als gevolg van de verstoorde verhoudingen en deze verergeren in de weken voorafgaand aan de contactmomenten. Zij zijn bang voor loyaliteitsbeïnvloeding door de moeder tijdens de omgangsmomenten. De vaders hebben moeite om [minderjarige] emotionele toestemming te geven voor het contact met de moeder en de overdrachtsmomenten verlopen beladen. Dit is niet in het belang van [minderjarige] . Voorkomen moet worden dat [minderjarige] last krijgt van deze spanningen bij zijn opvoeders voorafgaand aan en tijdens de overdrachtsmomenten. Een beperkte regeling van twee keer per jaar vier uur contact doet naar het oordeel van het hof voldoende recht aan het doel van identificerend contact en is in het belang van [minderjarige] gelet op de verstoorde verhoudingen tussen partijen en de invloed daarvan op [minderjarige] . Het hof zal het verzoek van de vaders dus toewijzen en een regeling vaststellen van twee contactmomenten per jaar, te weten op de derde zaterdag van de maanden maart en september, telkens voor de duur van vier uur, vanaf 9.00 uur waarbij de vaders hem brengen en weer ophalen bij de moeder. Behalve tegen de duur en frequentie van het contact heeft de moeder geen verweer gevoerd tegen specifiek deze twee maanden, de aanvangstijd en wie [minderjarige] haalt en brengt.
6.De slotsom
7.De beslissing
19 november 2025, voor zover het ziet op de omgangsregeling en in zoverre opnieuw beschikkende:
19 november 2025 en stelt vast als omgangsregeling dat [minderjarige] twee contactmomenten per jaar met de moeder heeft, te weten op de derde zaterdag van de maanden maart en september, telkens voor de duur van vier uur, vanaf 9.00 uur, waarbij de vaders hem brengen en weer ophalen bij de moeder;