Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3165

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
200.358.803/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WahvArt. 18 lid 1 RVV 1990Art. 1 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging wijziging feitcode en sanctie bij niet verlenen voorrang aan voetganger bij afslaan

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd voor het niet verlenen van voorrang bij het oprijden van een inrit, feitcode R508. De kantonrechter wijzigde dit in feitcode R347c, die betrekking heeft op het niet voor laten gaan van verkeer dat zich naast of rechts dicht achter de bestuurder bevindt bij het afslaan, en matigde de sanctie wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De betrokkene betwistte dat een voetganger onder 'ander verkeer' valt en voerde aan dat de feitcode onjuist was en onduidelijkheid bestond over de aanklacht. Het hof oordeelde dat een voetganger volgens het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 als verkeer moet worden aangemerkt en dat de gedraging van de betrokkene, het niet verlenen van voorrang aan een voetganger bij het afslaan, onder feitcode R347c valt.

Het hof stelde vast dat de wijziging van de feitcode geen schending van de belangen van de betrokkene opleverde, omdat het feitencomplex en het sanctiebedrag gelijk bleven en de betrokkene duidelijk wist waartegen zij zich moest verdedigen. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de wijziging van de feitcode en matiging van de sanctie voor het niet verlenen van voorrang aan een voetganger bij het afslaan en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.358.803/01
CJIB-nummer
: 252639416
Uitspraak d.d.
: 20 mei 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 10 juli 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard, de feitcode gewijzigd in R347c en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 187,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 907,-.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “R508 - vanaf een weg een inrit oprijden zonder het andere verkeer voor te laten gaan”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 september 2022 om 16:00 uur op de Grupellostraat in Kerkrade met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2. De kantonrechter heeft de feitcode en de omschrijving van de gedraging gewijzigd in “R347c’, en ‘bij het afslaan niet het verkeer naast/rechts dicht achter voor laten toepassing is”. Het bij deze feitcode behorende sanctiebedrag is gelijk aan het bij de oorspronkelijk feitcode (R508) behorende sanctiebedrag. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 187,50 omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.
3. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene de gedraging nadrukkelijk ontkent. De betrokkene betwist dat een voetganger valt onder de categorie ‘ander verkeer’ en voert aan dat de gewijzigde feitcode ook niet in stand kan blijven. Aanvankelijk was feitcode R508 opgelegd maar deze feitcode was niet juist omdat er geen sprake is van een inrit. De betrokkene meent verder dat het haar niet duidelijk was waartegen zij zich moest verdedigen.
4. Het hof ziet zich - gelet op de door de gemachtigde aangevoerde grond - voor de vraag gesteld of de (gewijzigde) feitcode R347c juist is.
5. Niet betwist is dat de betrokkene op voormelde datum als bestuurder vanaf de Grupellostraat in Kerkrade is afgeslagen naar de Marktstraat in Kerkrade.
6. In de bijlage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wahv luidt de omschrijving van de gedraging bij feitcode R347c:
“als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel rechts dicht achter hem bevindt”.
7. De gedraging met feitcode R347c is gebaseerd op het bepaalde in artikel 18, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Hierin is bepaald:
“Bestuurders die afslaan, moeten het verkeer dat hen op dezelfde weg tegemoet komt of dat op dezelfde weg zich naast dan wel links of rechts dicht achter hen bevindt, voor laten gaan.”
8. Artikel 1 van Pro het RVV 1990 geeft als definitie van verkeer: “alle weggebruikers”.
9. De gegevens waarop de ambtenaren zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Wij, verbalisanten, zagen dat bestuurder plotseling afsloeg richting de Marktstraat. Hierbij verleende de bestuurder geen voorrang aan een rechtdoor gaande voetganger. Wij zagen dat de voetganger door de actie van de bestuurder bijna werd aangereden. (…).”
10. Het hof stelt voorop dat een voetganger, gelet op de onder 8. weergegeven definitie, als verkeer moet worden aangemerkt. Uit de verklaring van de ambtenaren volgt dat de betrokkene als bestuurder geen voorrang heeft verleend aan een rechtdoor gaande voetganger. Op basis hiervan kan worden vastgesteld dat de gedraging met feitcode R347c is verricht.
11. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter terecht tot wijziging van de feitcode overgegaan. Het hof is van oordeel dat de betrokkene door de wijziging van de feitcode niet in rechtens te respecteren belangen is geschaad. De betrokkene is staandegehouden en uit wat namens de betrokkene is aangevoerd blijkt dat het voor de betrokkene duidelijk was waartegen zij zich diende te verdedigen. Daarbij komt dat het feitencomplex hetzelfde en ook het sanctiebedrag hetzelfde is.
12. De aangevoerde gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Er is geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om een vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.