Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3184

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
21-004812-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 175 WVW 1994Art. 6 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf en rijontzegging voor dodelijk alcoholgerelateerd verkeersongeval

Verdachte werd door de rechtbank Gelderland veroordeeld voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval terwijl hij onder invloed was van alcohol, en voor het rijden onder invloed. De rechtbank legde een gevangenisstraf van vier jaar op, waarvan één jaar voorwaardelijk, en een rijontzegging van vijf jaar.

In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank bevestigd. Het hof oordeelde dat de rechtbank de juiste gronden had aangenomen en dat de straf passend was. Hoewel de advocaat-generaal stelde dat sprake was van roekeloosheid, vond het hof dit niet bewezen. Het ongeval was het gevolg van te hard rijden en alcoholgebruik, maar verdachte verrichtte geen gevaarlijke inhaalmanoeuvres.

De verdediging verzocht om matiging van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar het hof zag geen reden om het vonnis te wijzigen. De straf en ontzegging van de rijbevoegdheid blijven ongewijzigd. Het arrest werd uitgesproken op 22 mei 2026 door een meervoudige kamer van het hof.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, en vijf jaar rijontzegging wegens dodelijk alcoholgerelateerd verkeersongeval.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004812-24
Uitspraakdatum: 22 mei 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Utrecht, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 25 oktober 2024 met parketnummer 05-339871-23 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 1 mei 2026, 8 mei 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.G. Roethof hebben aangevoerd, en wat namens de nabestaanden is aangevoerd.

Het vonnis

In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de eendaadse samenloop van het veroorzaken van een dodelijk ongeval terwijl hij onder invloed was van alcohol (feit 1 primair) en het rijden onder invloed van alcohol (feit 2). De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast is aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vijf jaren opgelegd.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank Gelderland op juiste wijze heeft beslist en daarvoor de goede gronden heeft aangenomen. Het hof bevestigt daarom het vonnis.

Roekeloosheid

Het hof is, anders dan de advocaat-generaal, van oordeel dat geen sprake is van roekeloosheid in de zin van artikel 175, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) in samenhang met artikel 6 WVW Pro 1994. Het gevolg van de gedragingen van verdachte is te wijten aan het te hard rijden en het alcoholgebruik, waardoor hij de macht over het stuur is verloren. Verdachte is – buiten het enkele feit dat hij is gaan rijden op een busbaan – niet gevaarlijk gaan inhalen noch heeft hij anderszins gevaarlijke manoeuvres verricht. Het hof volgt daarom de redenering van de rechtbank in haar oordeel: verdachte heeft zeer onvoorzichtig en onoplettend gereden.

Oplegging van de straf in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft in hoger beroep verzocht om de onvoorwaardelijke gevangenisstraf te matigen. Het hof heeft alle omstandigheden, zoals aangedragen in eerste aanleg en hoger beroep, afgewogen en komt niet tot een ander oordeel dan de rechtbank voor wat betreft de opgelegde straf.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. M.J. Ouweneel, mr. M.J.A. Plaisier en mr. S. Kropman, en, in aanwezigheid van de griffier mr. L. Jansen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 22 mei 2026.