ECLI:NL:GHARL:2026:3251
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken deugdelijke machtiging in Wahv-procedure
In deze zaak heeft M.J.M. Bergers hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde wegens het ontbreken van een deugdelijke machtiging. De kantonrechter stelde vast dat de overgelegde machtiging niet van de betrokkene was, maar van een persoon met een andere achternaam, en dat Bergers niet tijdig een juiste machtiging had aangeleverd.
Bergers voerde in hoger beroep aan dat de betrokkene Boete.nu had gemachtigd en niet Appjection B.V., en dat de naamverschillen te wijten waren aan het gebruik van de meisjesnaam van de betrokkene. Het hof oordeelde echter dat de kantonrechter terecht had vastgesteld dat de machtiging niet deugdelijk was, omdat Bergers niet had aangetoond dat de persoon die de machtiging had afgegeven dezelfde was als de betrokkene.
Het hof beschouwde de vermelding van Appjection B.V. als een kennelijke verschrijving en las dit verbeterd, maar benadrukte dat Bergers had verzuimd een adequate machtiging te overleggen of duidelijk te maken dat de verschillende namen dezelfde persoon betroffen. Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het ontbreken van een deugdelijke machtiging.