Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3302

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
21-003743-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak poging tot diefstal door braak wegens twijfel aan herkenning verdachte op camerabeelden

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in Arnhem, waarin verdachte was veroordeeld voor poging tot diefstal door braak. De politierechter had een taakstraf opgelegd en een schadevergoeding deels toegewezen aan de benadeelde partij.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof het bewijs opnieuw gewogen. Hoewel politieambtenaren verdachte herkenden op camerabeelden, bracht het hof twijfels naar voren vanwege zichtbare tatoeages op de handen van verdachte die niet overeenkwamen met de persoon op de beelden. Dit leidde tot twijfel of verdachte daadwerkelijk de persoon op de beelden was die het tenlastegelegde had gepleegd.

Het hof oordeelde dat de bewijsvoering onvoldoende was om verdachte buiten redelijke twijfel te verbinden aan het misdrijf en sprak hem vrij. Tevens verklaarde het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding, omdat verdachte niet schuldig was bevonden. Het eerdere vonnis werd vernietigd en de zaak werd opnieuw beslecht met deze vrijspraak.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot diefstal door braak wegens twijfel over herkenning op camerabeelden.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003743-25
Uitspraakdatum: 15 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ArnhemLeeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 2 september 2025 met parketnummer 05-145937-25 in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat er op de zitting van het hof van 15 april 2026 en op de zitting bij de politierechter besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.W.G.J. IJsseldijk, hebben aangevoerd.

Vonnis

De politierechter heeft verdachte voor poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, veroordeeld tot een taakstraf van honderdtwintig uren, waarvan zestig uren voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. Aan het voorwaardelijk strafdeel heeft de politierechter meerdere bijzondere voorwaarden verbonden. Daarnaast is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] deels toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter. Het hof zal daarom het vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 22 februari 2025 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de schuur gelegen aan [adres] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/ goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, aan de deur van die schuur heeft gevoeld en/of de deur van die schuur (met kracht) heeft getracht open te trekken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Het hof zal verdachte daarvan vrijspreken.
Het hof overweegt hiertoe dat uit het dossier en het onderzoek ter zitting naast belastende elementen over verdachte – zoals de twee processen-verbaal waarin verdachte door twee verbalisanten op de camerabeelden wordt herkend – ook ontlastende elementen blijken.
Zo heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij twee grote zichtbare tatoeages op zijn beide handen heeft. Het hof heeft op de ter zitting bekeken bewegende beelden waargenomen dat de handen van de persoon op de beelden niet bedekt lijken en de witte huid van deze persoon te zien lijkt te zijn, zonder een bedekkende tatoeage. Uit het signalement van verdachte dat door verbalisant [verbalisant] is opgesteld blijkt bovendien dat verdachte deze tatoeages ten tijde van het tenlastegelegde ook al had. Voorgaande omstandigheden maken dat het hof twijfelt of verdachte de persoon is die op de beelden te zien is. Nu het hof vaststelt dat de persoon op de beelden het tenlastegelegde heeft begaan, kan het hof dus niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte betrokken is geweest bij de poging tot inbraak. Het hof zal verdachte daarom vrijspreken van het tenlastegelegde.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding van € 7.186,03 aan materiële schade ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 250,-. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de oorspronkelijke vordering..
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.
Aldus gewezen door
mr. M.E. van der Werf, voorzitter,
mr. O.G. Schuur en mr. J.L.F. Groenhuijsen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.S. Janssen, griffier,
en op 15 april 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.