Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
- de akte vermeerdering van eis namens BBN;
- de memorie van antwoord namens DV;
- de memorie van antwoord van de gemeente;
- de antwoordakte namens DV;
- de antwoordakte namens de gemeente.
2.De kern van de zaak
3.Feiten
Ja” beantwoord.
4.Het oordeel van het hof
Jate beantwoorden. Datzelfde geldt voor het verwijt van BBN dat DV door dat antwoord de aanbesteding onrechtmatig heeft beïnvloed. Voor beide geldt dat op het moment van inschrijving DV de geconstateerde schending met terugwerkende kracht had gecorrigeerd en zij bericht van SFPB als controlerende instantie had ontvangen dat dat het geval was en het onderzoek naar haar was gestaakt. DV mocht als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver aannemen dat waar op het moment van het invullen van de UEA (op 25 oktober 2024) geen sprake meer was van schending van de CAO zij hier “Ja” mocht invullen. Dat in de betreffende vraag in het UEA (zie randnr. 3.3 hierboven) letterlijk staat “heeft geschonden” maakt dat niet anders. Hoewel die werkwoordsvorm ook kan zien op een schending in het verleden, mocht DV bij deze stand van zaken en met name in het licht van de brief van SFPB van 27 september 2024, de vraag met “Ja” beantwoorden.
5.De beslissing
- € 827,- aan griffierecht;
- € 2.580, -aan salaris van de advocaat van de gemeente (2 punten in tarief II)
- € 827,- aan griffierecht;
- € 2.580, -aan salaris van de advocaat van DV (2 punten in tarief II)