ECLI:NL:GHARL:2026:3344

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
200.361.333
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:448 lid 2 BWArt. 1:449 lid 2 BWArt. 362 RvArt. 283 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep afgewezen wegens onontvankelijkheid verzoek tot opheffing bewind

De kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft op 11 augustus 2025 het verzoek van verzoeker om zijn bewindvoerder te ontslaan en een andere bewindvoerder te benoemen afgewezen. Verzoeker stelde het bewind op zijn goederen sinds 29 september 2023 vanwege zijn geestelijke of lichamelijke toestand.

In hoger beroep wijzigde verzoeker zijn grondslag van ontslag van de bewindvoerder naar opheffing van het bewind. Het hof oordeelt dat deze wijziging niet is toegestaan omdat het een ander verzoek betreft met een ander toetsingskader. Bovendien was de mondelinge uiting van verzoeker bij de kantonrechter onvoldoende om het verzoek schriftelijk te wijzigen.

Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst verzoeker erop dat hij eerst bij de kantonrechter een verzoek tot opheffing van het bewind moet indienen alvorens dit in hoger beroep aan de orde kan komen.

Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het verzoek tot opheffing van het bewind niet eerst bij de kantonrechter is ingediend.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.361.333
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 11594167
beschikking van 28 mei 2026
over het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder
Namtob Beschermingsbewind B.V.
in de zaak van
[verzoeker]( [verzoeker] )
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. W. Kok
en
Namtob Beschermingsbewind B.V.(de bewindvoerder)
die is gevestigd in Amersfoort.

1.Samenvatting

De kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft op
11 augustus 2025 het verzoek van [verzoeker] om zijn bewindvoerder te ontslaan en een andere bewindvoerder te benoemen, afgewezen. Het hof komt niet toe aan een oordeel over het verzoek van [verzoeker] tot opheffing van het bewind en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] is geboren [in] 1941.
2.2.
De kantonrechter heeft de goederen van [verzoeker] op diens eigen verzoek op
29 september 2023 onder bewind gesteld vanwege de geestelijke of lichamelijke toestand van [verzoeker] . De kantonrechter heeft Namtob Beschermingsbewind B.V. benoemd tot bewindvoerder van [verzoeker] .

3.De procedure bij de kantonrechter

3.1.
[verzoeker] heeft op 14 maart 2025 een verzoek bij de kantonrechter ingediend om zijn bewindvoerder te ontslaan en [naam1] van [naam2] te benoemen tot zijn bewindvoerder.
3.2.
De kantonrechter heeft het verzoek van [verzoeker] tot ontslag van zijn bewindvoerder en benoeming van een andere bewindvoerder afgewezen.

4.De procedure bij het hof

4.1.
[verzoeker]is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het bewind over zijn goederen stopt.
4.2.
De bewindvoerderis het niet eens met [verzoeker] . Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank in stand laat.
4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift ontvangen op 11 november 2025
  • de reactie van de bewindvoerder ingediend op 8 april 2026.
4.4.
De zitting bij het hof was op 30 april 2026. [verzoeker] was aanwezig met zijn advocaat.

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
De rechter kan een bewindvoerder ontslag verlenen om gewichtige redenen, of op verzoek van de bewindvoerder, of omdat de bewindvoerder niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen zijn [1] .
5.2.
De rechter kan, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, het bewind opheffen op verzoek van degene die onder bewind is gesteld [2] .
Hoe oordeelt het hof?
5.3.
[verzoeker] heeft de grondslag van zijn verzoek gewijzigd van ‘ontslag van de bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder ’ bij de kantonrechter naar ‘opheffing van het bewind’ in hoger beroep. [verzoeker] mag zijn verzoek in hoger beroep alleen wijzigen als er voldoende samenhang is met zijn verzoek bij de kantonrechter. Dat is hier niet het geval, want een verzoek tot ontslag en benoeming van een andere bewindvoerder is een ander verzoek op basis van een ander wetsartikel en kent ook een heel ander toetsingskader [3] dan een verzoek tot opheffing van het bewind [4] . Dat is niet toegestaan [5] .
5.4.
[verzoeker] heeft weliswaar aan het einde van de mondelinge behandeling bij de kantonrechter gezegd dat hij liever helemaal geen bewindvoerder heeft. Dat is niet voldoende om op te vatten als een wijziging van het oorspronkelijke verzoek tot ontslag van de bewindvoerder. Zo’n wijziging had schriftelijk gemoeten [6] , want dit valt niet te zien als een vermindering van het verzoek of de gronden daarvan, die mondeling gedaan kan worden.
5.5.
Het hof zal [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek in hoger beroep. [verzoeker] zal, als hij opheffing van het bewind wenst omdat hij vindt dat het bewind niet meer nodig is, eerst de kantonrechter moeten vragen om opheffing van het bewind.

6.De beslissing

Het hof:
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.L. van der Bel, P.B. Kamminga en L.D.M. Rubens-Snijders, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.

Voetnoten

1.artikel 1:448 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)
2.artikel 1:449 lid 2 BW Pro
3.artikel 1:448 lid 2 BW Pro
4.artikel 1:449 lid 2 BW Pro
5.artikel 362 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
6.artikel 283 Rv Pro