Verdachte werd door de rechtbank veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden voor bedreiging met de dood door op de openbare weg met een vuurwapen in de lucht te schieten en het wapen op een groep personen te richten, en voor het beschadigen van een tafel in een politiecel.
In hoger beroep bevestigt het hof de bewezenverklaring van deze feiten, maar vernietigt het vonnis voor zover het de strafoplegging betreft. Het hof houdt rekening met de ernst van het feit, het strafblad van verdachte en de persoonlijke omstandigheden, waaronder het feit dat verdachte inmiddels een stabieler leven leidt met werk.
Daarnaast weegt het hof zwaar mee dat de redelijke termijn voor de behandeling van het hoger beroep met ruim 15 maanden is overschreden zonder bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigen. Daarom legt het hof een lichtere straf op: een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 120 uren, met aftrek van het voorarrest.
Het hof verklaart verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak in andere tenlastegelegde feiten. Het arrest is gewezen op 27 mei 2026 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.