In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Overijssel vernietigd en opnieuw recht gedaan in een zaak betreffende het illegaal dumpen van drugsafval. Veroordeelde was eerder onherroepelijk veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk lozen van gevaarlijke stoffen in bodem, lucht en oppervlaktewater.
De economische kamer van het hof heeft de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel beoordeeld. Hoewel het dumpen van drugsafval kostenbesparing oplevert doordat legale afvalverwerkingskosten worden vermeden, is niet gebleken dat veroordeelde zelf van deze kostenbesparing heeft geprofiteerd. Het hof stelt vast dat veroordeelde een ondergeschikte rol had en niet de initiator was, en dat de opdrachtgever(s) de kosten en daarmee het voordeel hebben gedragen.
Op basis van het strafdossier, de processtukken en de zitting is niet vast te stellen dat veroordeelde voordeel heeft genoten uit het strafbare handelen. Daarom wijst het hof de vordering tot ontneming af en vernietigt het het eerdere vonnis. De beslissing is op 2 juni 2026 uitgesproken door mr. N.C. van Lookeren Campagne, mr. S. Bek en mr. O.F. Essens.