Uitspraak
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de rechtbank
4.De procedure bij het hof
- De man met mr. S. Nadari (waarnemer)
- De vrouw.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn van 2009 tot 2021 gehuwd geweest zonder kinderen. Na de echtscheiding verzocht de man de rechtbank om de vrouw de bevoegdheid te ontnemen zijn geslachtsnaam te blijven voeren. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de man in hoger beroep ging.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 1:9 lid 2 BW Pro de bevoegdheid tot het voeren van de geslachtsnaam kan worden ontnomen indien gegronde redenen bestaan. De man stelde dat het gebruik van zijn achternaam door de vrouw hem belemmert in zijn persoonlijke leven, onder meer omdat zijn nieuwe partner dit niet accepteert en er spanningen zijn binnen zijn familie en geloofsgemeenschap.
Het hof achtte deze argumenten overtuigend en voldoende gegrond om de bevoegdheid van de vrouw te ontnemen. De bezwaren van de vrouw werden als praktisch van aard beoordeeld en konden het oordeel niet veranderen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de vrouw werd de bevoegdheid ontnomen de achternaam van de man te voeren. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vrouw wordt de bevoegdheid ontnomen om de geslachtsnaam van de man te voeren na echtscheiding.