Uitspraak
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis
Tenlastelegging
hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 6 maart 2017 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, in een voormalig mestsilo, althans een gebouw en/of pand, op het perceel (aan of bij) de [locatie 1] en/of [locatie 2] , heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, en/of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad een hoeveelheid van (telkens in totaal) ongeveer 1306 hennepplanten, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 6 maart 2017 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen, een hoeveelheid elektriciteit ( [locatie 1] en/of [locatie 2] ) en/of een hoeveelheid gas ( [locatie 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waarbij verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen elektriciteit, althans enig goed, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 september 2016 tot en met 2 februari 2017 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, in een (bedrijfs)loods, althans een gebouw en/of (bedrijfs)pand, op het perceel (aan of bij) de [locatie 3] , heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, en/of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad een hoeveelheid van (telkens in totaal) ongeveer 1880 hennepplanten, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 22 november 2017 te [plaats 3] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, in een bedrijfshal, althans een gebouw en/of (bedrijfs)pand, op het perceel (aan of bij) de [locatie 4] , heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, en/of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad een hoeveelheid van (telkens in totaal) ongeveer 1379 hennepplanten, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 22 november 2017 te [plaats 3] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen, een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waarbij verdachte en/of zijn medeverdachte(n) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen elektriciteit, althans enig goed, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
hij op of omstreeks 26 november 2017 te [plaats 4] , [medeverdachte 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [medeverdachte 1] dreigend de woorden toe te voegen "ik maak jullie allemaal af" en/of "ik verbrijzel jou", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Bewijsmiddelen feiten 1, 3 en 4
(het hof begrijpt: 2017)omstreeks 10.30 uur werd er aan de [locatie 2] een hennepkwekerij aangetroffen en ontmanteld.
(het hof begrijpt: verdachte [verdachte] )
(het hof begrijpt: stroom)en over ampères ofzo voor lampen. Hij noemde een aantal lampen en dan moest ik zeggen hoeveel ampère hij moest hebben ... dit ging om 8 lampen. Ik heb hem daarin toen geadviseerd. In totaal kwam het voor 8 van 600 watt dit komt op 2,6 ampère per lamp, dit keer 8 en dan heb je watje nodig hebt voor de zekering. Dit was het enige wat hij wilde weten.
Bewijsoverwegingen feiten 1, 3 en 4
Vrijspraak feiten 2 en 5
Bewijsmiddelen feit 6
- [verdachte] kwam de eerste keer om 9 uur 's avonds. Hij was boos en wilde weten wat ik over hem verklaard had. Hij zei dat hij ons allemaal af zou maken als ik over hem zou hebben verklaard en dat ik zou worden verbrijzeld.
- Terwijl hij binnen was hield hij steeds een hand in zijn broek zak. Omdat ik niet wist wat hij daar in had zitten, was ik erg bang. Ik heb ontkend dat ik iets over hem heb verklaard. Ik kan niet anders joh.
- Toen ging hij weg, maar [verdachte] kwam twee uur later om elf uur weer. Hij zei dat hij moest weten wat ik verklaard had. Hij zei dat ik mijn verklaring moest opvragen en aan hem moest laten zien. Hij zei dat hij ook met zijn rug tegen de muur stond.
- Hij zei mij dat ik maandagavond naar zijn huis moest komen. Ik moet mijn auto dan ver bij zijn huis vandaan parkeren en het laatste stuk lopen.
(het hof begrijpt: [medeverdachte 1] )en [persoon 12] . [medeverdachte 1] ging naar buiten met [verdachte] . Hij heeft hem niet binnen gelaten. Ik heb niet gehoord wat er gezegd werd. [persoon 12] en ik zijn naar boven gegaan om te kijken waar ze heen liepen. Ik zag dat ze bij het fietspad bleven staan praten. Ik wist dat het [verdachte] was, omdat ik hem door het raam zag en zijn stem had gehoord. [medeverdachte 1] vertelde mij dat [verdachte] wilde weten wat [medeverdachte 1] had verklaard. [verdachte] zou gezegd hebben: 'zweer je het op je dochter?' (….) de bedreiging was duidelijk.
Op woensdag 22 november 2017 om 04.27 uur. (04.27 uur is 16.24 uur)
Er komt een manspersoon de luchtplaats oplopen. De manspersoon draagt slippers, witte sokken, een donker jack en een donkere trainingsbroek. Ambtshalve herken ik de manspersoon als zijnde: [verdachte] . Op dinsdag 21 November heb ik [verdachte] (
het hof begrijpt, ook in het hierna volgende: [verdachte] )gehoord als verdachte en zag dat hij dezelfde kleding droeg. Ook zie ik het aan het haar en de houding dat het om [verdachte] gaat die de luchtplaats op komt lopen en op de grond schrijft.
- [verdachte] zijn linkerhand in zijn jaszak gaat.
- Zijn rechterhand naar de muur gaat en bewegingen maakt.
- [verdachte] door zijn knieën gaat en knielt
- Zijn rechterhand naar de grond gaat en bewegingen maakt wat lijkt op het schrijven van tekst.
- Hij hierna weer op staat en naar de tekst kijkt.
- [verdachte] door zijn knieën gaat en knielt
- Weer met zijn rechterhand bewegingen maakt wat lijkt op het schrijven van tekst
- Hij weer op staat en kijkt naar de geschreven tekst
- Hij hierna weer rondje loopt.
Op donderdag 22 november is verdachte [verdachte] geconfronteerd met wat hier boven op papier staat geschreven. Verdachte [verdachte] geeft aan: "Mag dat niet dan? Jullie hebben aangegeven dat er hier meer mensen zitten. Dus dan doe ik het zo. Ik heb nare ervaringen dat verklaringen tegen je gebruikt kunnen worden. Dus verklaar geen dingen die je de kop kunnen kosten. Ik weet niet wie hier zit. Maar sowieso die personen wil ik waarschuwen."
Bewijsoverwegingen feit 6
Bewezenverklaring
hij in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 6 maart 2017 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, in een voormalig mestsilo op het perceel bij de [locatie 1] en [locatie 2] , heeft geteeld een hoeveelheid van 1306 hennepplanten, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.
hij in de periode van 1 september 2016 tot en met 2 februari 2017 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, in een bedrijfspand op het perceel aan de [locatie 3] , heeft geteeld een hoeveelheid van 1880 hennepplanten, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.
hij in de periode van 1 mei 2017 tot en met 22 november 2017 te [plaats 3] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, in een bedrijfspand op het perceel aan de [locatie 4] , heeft geteeld een hoeveelheid 1379 hennepplanten, zijnde een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.
hij op 26 november 2017 te [plaats 4] , [medeverdachte 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [medeverdachte 1] dreigend de woorden toe te voegen "ik maak jullie allemaal af" en "ik verbrijzel jou", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Oplegging van straf
Vorderingen van de benadeelde partij [benadeelde]
Wetsartikelen
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.