Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3675

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
21-001700-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf voor meervoudige mensensmokkel met strafmotivering

In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland bevestigd waarin verdachte werd veroordeeld voor meervoudige mensensmokkel. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest.

Het hof heeft de bewijsmiddelen verbeterd door een proces-verbaal van aanhouding aan te passen en heeft de strafmotivering aangevuld. De verdediging voerde aan dat verdachte niet eerder was veroordeeld, geen medepleger was, niet betaald had gekregen en beschikte over een vergunning voor personenvervoer. Ook werden persoonlijke omstandigheden aangevoerd, zoals het zijn van kostwinner.

Het hof oordeelde dat deze omstandigheden geen reden geven om af te wijken van de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting, die uitgaan van 3 maanden gevangenisstraf per gesmokkelde persoon. Verdachte was niet verschenen om zijn drijfveren toe te lichten en er waren geen persoonlijke omstandigheden die een strafvermindering rechtvaardigen. Het vonnis is dan ook bevestigd met een straf van 6 maanden gevangenisstraf.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf voor meervoudige mensensmokkel, met bevestiging van het vonnis van de rechtbank.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001700-24
Uitspraakdatum: 5 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 3 april 2024 met parketnummer 18-224375-22 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats]
wonende te [adres]

Hoger beroep

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 mei 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. T. der Bedrosian, is aangevoerd.

Het vonnis

In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel, meermalen gepleegd. De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank Noord-Nederland overwegend op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen met verbetering van de gronden, zoals hierna weergegeven. De verweren die in hoger beroep over de bewezenverklaring zijn gevoerd, zijn in de kern gelijk aan de verweren die in eerste aanleg naar voren zijn gebracht. De rechtbank heeft deze verweren gemotiveerd verworpen en het hof kan zich vinden in de motivering van de rechtbank. Het hof volstaat ermee de verweren te verwerpen met een verwijzing naar de motivering van de rechtbank. Verder zal het hof de gronden in het vonnis ten aanzien van de strafoplegging aanvullen in verband met hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht.
Verbetering van de bewijsmiddelen
Het hof zal de door de rechtbank toegepaste bewijsmiddelen verbeteren. Van het onder 1 genoemde bewijsmiddel zal het hof de laatste zinnen verwijderen. Het onder 1 genoemde bewijsmiddel luidt na deze wijziging als volgt:
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding d.d. 3 september 2022, opgenomen op pagina 23 e.v. van het dossier van de [Koninklijke Marechaussee] , met nummer [nummer] , d.d. 15 december 2022, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Op zaterdag 3 september 2022, omstreeks 19:45 uur, zagen wij een personenauto voorzien van [kenteken] , de Duits-Nederlandse grens passeren over de provinciale weg N366, [weg] , ter hoogte van [plaats] . Wij hebben de inzittenden van dit voertuig gecontroleerd op identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie. De bestuurder overhandigde een Duits rijbewijs en een Duitse Aufenthaltstitel voorzien van goedgelijkende foto op naam van: [verdachte] . De overige twee inzittenden konden geen document, waaruit hun identiteit bleek, tonen.
Aanvulling van de overwegingen omtrent de strafoplegging
Op de zitting van het hof is door de verdediging verzocht de straf te matigen in die zin dat de straf het voorarrest niet zal overschrijden. Daartoe is aangevoerd dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, dat van medeplegen geen sprake is, dat verdachte niet betaald heeft gekregen en dat hij een vergunning had voor personenvervoer. Wat betreft de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte kostwinner is en verantwoordelijk is voor zijn gezin.
Het hof overweegt dat de rechtbank heeft gelet op de straffen die door rechters voor soortgelijke feiten worden opgelegd, zoals opgenomen in de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Daarin is een uitgangpunt van 3 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf per gesmokkelde persoon opgenomen.
Het hof ziet, net als de rechtbank, in hetgeen de raadsman heeft aangevoerd geen reden om af te wijken van de geformuleerde uitgangspunten. Verdachte is niet ter terechtzitting verschenen om daar toe te lichten wat zijn drijfveren zijn geweest en er is ook verder niet gebleken van persoonlijke omstandigheden die een afwijking van de uitgangspunten rechtvaardigen. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, ook voor zover het ziet op de hoogte van de straf.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. A.H. toe Laer, mr. Z.J. Oosting en mr. E.W. van Weringh, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes – de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 5 juni 2026.