Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 18 januari 2026;
- het verweerschrift van de vader met producties.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
- een vertegenwoordiger van de GI,
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).
3.De feiten
- de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij hem vast te stellen;
- primaireen verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen waarbij [de minderjarige] om de veertien dagen van vrijdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de moeder verblijft;
- subsidiaireen verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen waarbij [de minderjarige] in de oneven weken bij de vader verblijft en in de even weken bij de moeder; dan wel
- een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen als de rechtbank juist oordeelt; en
- de moeder te verbieden om zonder toestemming van de vader dan wel vervangende toestemming van de rechtbank met [de minderjarige] te verhuizen.
- zondagochtend tot woensdagochtend verblijft [de minderjarige] bij de moeder;
- woensdagochtend tot donderdagmiddag verblijft [de minderjarige] bij tante [naam] ; en
- donderdagmiddag tot zondagochtend verblijft [de minderjarige] bij de vader.
voorlopigeverdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld:
- zondagochtend tot woensdagochtend verblijft [de minderjarige] bij de moeder;
- woensdagochtend tot donderdagmiddag verblijft [de minderjarige] bij tante [naam] ; en
- donderdagmiddag tot zondagochtend verblijft [de minderjarige] bij de vader.
4.De omvang van het geschil
- de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader bepaald;
- als zorgregeling vastgesteld dat [de minderjarige] één keer per veertien dagen bij de moeder verblijft van vrijdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur. Vanaf het moment dat [de minderjarige] naar school gaat, verblijft hij van vrijdag uit school bij de moeder, waarbij de moeder of haar partner [de minderjarige] uit school halen en de vader [de minderjarige] op zondag ophaalt; en
- de volgende regeling voor verjaardagen, vakanties en feestdagen vastgesteld:
- [de minderjarige] verblijft op zijn eigen verjaardag en de verjaardag van de ouders bij de vader, tenzij de verjaardag in het weekend of een vakantie valt en [de minderjarige] volgens de zorgregeling bij de moeder verblijft;
- de voorjaarsvakantie: [de minderjarige] verblijft bij de moeder;
- de meivakantie: [de minderjarige] verblijft de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader. De week start op vrijdag om 12.00 uur of op vrijdag uit school en duurt tot de volgende vrijdag om 12.00 uur;
- de zomervakantie: [de minderjarige] verblijft drie weken bij de vader en drie weken bij de moeder. De eerste drie weken starten op vrijdag om 12.00 uur of op vrijdag uit school en duren tot de vrijdag drie weken later om 12.00 uur;
- de herfstvakantie: [de minderjarige] verblijft bij de moeder;
- de kerstvakantie: in de even jaren verblijft [de minderjarige] in de eerste week bij de vader en in de tweede week bij de moeder. In de oneven jaren verblijft [de minderjarige] in de eerste week bij de moeder en in de tweede week bij de vader. De eerste week start op vrijdag om 12.00 uur of op vrijdag uit school en duurt tot de volgende vrijdag op 12.00 uur;
- Pasen: [de minderjarige] verblijft in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader;
- Pinksteren: [de minderjarige] verblijft in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
- Hemelvaartsdag: [de minderjarige] verblijft bij de moeder inclusief de vrijdag na Hemelvaart tot 17.00 uur of aansluitend op het omgangsweekend met de moeder;
- Koningsdag: [de minderjarige] verblijft in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader, van de dag ervoor om 17.00 uur tot de dag erna om 10.00 uur;
- Sinterklaas: [de minderjarige] verblijft bij de vader, tenzij dit in het weekend valt dat [de minderjarige] volgens de zorgregeling bij de moeder verblijft;
- vanaf het moment dat [de minderjarige] naar school gaat, verblijft hij ook op studiedagen bij de moeder, als deze aansluiten op het weekend dat hij volgens de zorgregeling bij de moeder verblijft.
5.De motivering van de beslissing
zijnleefomgeving op te groeien. [de minderjarige] heeft in zijn jonge leeftijd al veel wisselingen van woonplek en opvoeders meegemaakt. Daardoor is de rek er bij [de minderjarige] volgens de raad nu uit. [de minderjarige] heeft bij de vader zekerheid en hij laat groei zien. De vader heeft bovendien een netwerk waar hij een beroep op kan doen en tante [naam] is ook weer in beeld. Dat is fijn voor [de minderjarige] want tante [naam] is een belangrijk hechtingsfiguur voor [de minderjarige] . Als de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] nu bij de moeder wordt vastgesteld, dan moet [de minderjarige] daar letterlijk afstand van nemen en dat is volgens de raad te veel gevraagd van [de minderjarige] . Met andere woorden: weer een wisseling van woonplek is volgens de raad niet in het belang van [de minderjarige] . Onder deze omstandigheden heeft de raad geadviseerd om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader in stand te laten.
tips and tricks’. De GI is op de hoogte van de zorgen van de moeder over de opvoedsituatie van de vader, maar herkent niet alle zorgen. De GI meent dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader moet blijven. De GI vindt het niet in het belang van [de minderjarige] dat zijn hoofdverblijfplaats wisselt. Als er dan meer rust komt, kan ook worden gestart met traumaverwerking. De GI heeft tot slot de wens uitgesproken dat de ouders meer in het belang van [de minderjarige] gaan handelen en hun onderlinge communicatie verbeteren.