Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
- het rapport van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad) van 20 januari 2026;
- een journaalbericht namens de moeder van 13 maart 2026 met een productie.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- een vertegenwoordiger van de raad.
2.De motivering van de beslissing
- is een contactregeling tussen de vader en [de minderjarige] wenselijk en in het belang van [de minderjarige] , mede gelet op haar medische situatie?
- indien het antwoord op de eerste vraag bevestigend is, welke zorgregeling is dan het meest wenselijk voor [de minderjarige] , mede gelet op haar medische situatie?
- welke stappen moeten worden genomen om tot die regeling te kunnen komen en op welke termijn kunnen die stappen plaatsvinden?
1. Wat betekenen de zorgen en krachten voor het veilig opgroeien van [de minderjarige] in de context van de scheiding?
[de minderjarige] heeft ouders die met elkaar kunnen overleggen en tot afspraken kunnen komen over zaken rondom [de minderjarige] en zich aan deze afspraken houden.
Hiervoor is het van belang dat ouders het hulpverleningstraject bij [naam2] aangaan en dat zij alles op alles zetten om hierin tot een betere onderlinge samenwerking en communicatie te komen.
Hierbij is het nodig dat in het traject van [naam2] gewerkt wordt aan het versterken van het onderlinge vertrouwen tussen ouders en hun samenwerking.
[de minderjarige] heeft de mogelijkheid om positief contact met haar vader te hebben.
Hiervoor is het nodig dat er gewerkt gaat worden naar contact tussen [de minderjarige] en vader.
Hiervoor is het ook nodig dat vader begeleiding krijgt in de zorg die [de minderjarige] van hem nodig heeft en op welke manier vader kan aansluiten bij het niveau en de belevingswereld van [de minderjarige] . Daarnaast dient vader actief informatie te zoeken over hoe hij bijvoorbeeld kan leren te katheteriseren.
Ook is het nodig dat vader zich betrouwbaar toont en afspraken nakomt. (…)
voorlopigezorgregeling vast te stellen, zoals hierna wordt beschreven. Anders dan het advies van de raad ziet het hof aanleiding om de behandeling van het verzoek in hoger beroep aan te houden voor de duur van negen maanden. Het hof overweegt in dit kader dat er op dit moment nog geen contact plaatsvindt tussen de vader en [de minderjarige] . Mede bezien in het licht van de extra kwetsbaarheid van [de minderjarige] is het belangrijk dat er een stabiele zorgregeling wordt opgestart waar beide ouders achter staan en aan welke zorgregeling beide ouders bestendig uitvoering kunnen blijven geven.
3.De beslissing
voorlopigeverdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en de moeder vast dat [de minderjarige] en de vader eens per twee weken twee uur contact hebben, onder begeleiding van een hulpverleningsinstantie, waarbij deze zorgregeling in die zin wordt opgebouwd dat het eerste contact een uur duurt, het tweede contact anderhalf uur en dat met ingang van het derde contact het contact twee uur duurt;
26 februari 2027zullen informeren over de voortgang van de hiervoor genoemde
voorlopigeverdeling van de zorg- en opvoedingstaken als ook over de gewenste voortzetting van deze procedure in hoger beroep;