Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3943

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
21-001833-23
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 175 Wegenverkeerswet 1994Art. 179 Wegenverkeerswet 1994Art. 3 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 9 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens zeer onvoorzichtig rijgedrag met ernstig letsel na aanrijding voetgangers

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor roekeloos rijgedrag met een verkeersongeval waarbij twee voetgangers ernstig letsel opliepen. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis en komt tot de conclusie dat geen sprake is van roekeloosheid, maar wel van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag.

Het ongeval vond plaats op een smalle, onverlichte dijkweg waar verdachte met een bestelauto harder dan toegestaan reed en kort voor het ongeval zijn mobiele telefoon bediende. De voetgangers droegen reflecterende hesjes met rode ledverlichting en waren goed zichtbaar. Verdachte zag hen niet en reed hen van achteren aan, waardoor zij zwaar lichamelijk letsel opliepen, waaronder een hoge dwarslaesie en traumatisch hersenletsel.

Het hof baseert zich op camerabeelden, rijproeven, verklaringen en technisch onderzoek van het telefoongebruik. De verdediging voerde onder meer aan dat snelheid en telefoongebruik niet betrouwbaar waren vastgesteld en dat de voetgangers mede schuld hadden, maar het hof verwerpt deze verweren.

Het hof legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar op, een taakstraf van 220 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor twee jaar. De vordering van de benadeelde partij is in hoger beroep geseponeerd wegens schikking met de verzekeraar.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, een taakstraf van 220 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor twee jaar wegens zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag met ernstig letsel tot gevolg.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001833-23
Uitspraakdatum: 15 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Utrecht, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 6 april 2023 met parketnummer 16-312250-20 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 juni 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. Y. Moszkowicz, en de advocaat van het slachtoffer, mr. M. Treur, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank heeft bewezenverklaard dat verdachte door roekeloos rijgedrag schuld heeft in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 aan een verkeersongeval waardoor een ander lichamelijk letsel is toegebracht. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] toegewezen tot een bedrag van € 275.000,-.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs en de strafoplegging dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 11 november 2020, te [plaats 1] , [gemeente] , althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), daarmede rijdende over de weg, te weten [weg 1] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- terwijl voornoemde weg was gelegen bovenop een dijk en/of de rijbaan een totale
breedte had van (slechts) ongeveer 3,0 meter en/of
- terwijl er geen openbare straatverlichting aanwezig was en/of
- terwijl, gelet op verdachtes rijrichting, zich twee voetgangers (met reflecterende hesjes) (te weten: [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) op de linkerzijde van de door hem, verdachte, bereden rijbaan en/of in de aan die rijbaan grenzende (linker)berm bevond(en) en/of
- met een indicatieve snelheid van (ongeveer) 70 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur en/of gelet op de situatie ter plaatse verantwoord was te rijden en/of
- (tijdens het besturen van voornoemd motorrijtuig) met/vanaf zijn mobiele telefoon berichten te sturen en/of te lezen en/of te bellen en/of op het scherm van zijn mobiele telefoon te kijken en/of zijn mobiele telefoon vast te houden en/of
- (daarbij) niet voortdurend zijn blik en/of aandacht op de weg te houden en/of
- (daarbij) op het midden van de rijbaan te rijden, in elk geval niet zoveel mogelijk rechts te houden (artikel 3 Reglement Pro verkeersregels en verkeerstekens 1990) en/of
- zich er (daarbij) niet, althans niet tijdig en/of in onvoldoende mate van te vergewissen dat een of meer voetganger(s) zich – gezien verdachtes (rij)richting – links op voornoemde weg bevond(en) en/of
- (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende af te remmen en/of niet, althans niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor voornoemde voetganger(s) en/of
- (vervolgens) op/tegen die voetganger(s) te botsen en/of aan te rijden,
waardoor een ander, te weten [slachtoffer 1] , zwaar lichamelijk letsel, te weten multifocaal traumatisch hersenletsel en/of een hoge dwarslaesie, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en /of te weten [slachtoffer 2] , zwaar lichamelijk letsel, te weten een zware hersenschudding en/of een whiplash en/of nek- en/of schouderklachten, althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 11 november 2020, te [plaats 1] , [gemeente] , althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (bestelauto), daarmee rijdende op de weg, [weg 1] , zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
- terwijl voornoemde weg was gelegen bovenop een dijk en/of de rijbaan een totale
breedte had van (slechts) ongeveer 3,0 meter en/of
- terwijl er geen openbare straatverlichting aanwezig was en/of
- terwijl, gelet op verdachtes rijrichting, zich twee voetgangers (met reflecterende hesjes) (te weten: [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) op de linkerzijde van de door hem, verdachte, bereden rijbaan en/of in de aan die rijbaan grenzende (linker)berm bevond(en) en/of
- met een indicatieve snelheid van (ongeveer) 70 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur en/of gelet op de situatie ter plaatse verantwoord was te rijden en/of
- (tijdens het besturen van voornoemd motorrijtuig) met/vanaf zijn mobiele telefoon berichten te sturen en/of te lezen en/of te bellen en/of op het scherm van zijn mobiele telefoon te kijken en/of zijn mobiele telefoon vast te houden en/of
- (daarbij) niet voortdurend zijn blik en/of aandacht op de weg te houden en/of
- (daarbij) op het midden van de rijbaan te rijden, in elk geval niet zoveel mogelijk rechts te houden (artikel 3 Reglement Pro verkeersregels en verkeerstekens 1990) en/of
- zich er (daarbij) niet, althans niet tijdig en/of in onvoldoende mate van te vergewissen dat een of meer voetganger(s) zich – gezien verdachtes (rij)richting – links op voornoemde weg bevond(en) en/of
- (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende af te remmen en/of niet, althans niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor voornoemde voetganger(s) en/of
- (vervolgens) op/tegen die voetganger(s) te botsen en/of aan te rijden, door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 11 november 2020, te [plaats 1] , [gemeente] , althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (bestelauto), daarmee rijdende op de weg, [weg 1] ,
- terwijl voornoemde weg was gelegen bovenop een dijk en/of de rijbaan een totale breedte had van (slechts) ongeveer 3,0 meter en/of
- terwijl er geen openbare straatverlichting aanwezig was en/of
- terwijl, gelet op verdachtes rijrichting, zich twee voetgangers (met reflecterende hesjes) (te weten: [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) op de linkerzijde van de door hem, verdachte, bereden rijbaan en/of in de aan die rijbaan grenzende (linker)berm bevond(en) en/of
- met een indicatieve snelheid van (ongeveer) 70 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur en/of gelet op de situatie ter plaatse verantwoord was heeft gereden en/of
- (tijdens het besturen van voornoemd motorrijtuig) met/vanaf zijn mobiele telefoon berichten heeft verstuurd en/of gelezen en/of gebeld en/of op het scherm van zijn mobiele telefoon heeft gekeken en/of zijn mobiele telefoon heeft vastgehouden en/of
- (daarbij) niet voortdurend zijn blik en/of aandacht op de weg heeft gehouden en/of
- (daarbij) op het midden van de rijbaan te rijden, in elk geval niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden (artikel 3 Reglement Pro verkeersregels en verkeerstekens 1990) en/of
- zich er (daarbij) niet, althans niet tijdig en/of in onvoldoende mate van heeft vergewist dat een of meer voetganger(s) zich – gezien verdachtes (rij)richting – links op voornoemde weg bevond(en) en/of
- (vervolgens) niet, althans niet tijdig en/of voldoende heeft afgeremd en/of niet, althans niet tijdig en/of voldoende is uitgeweken voor voornoemde voetganger(s) en/of
- (vervolgens) op/tegen die voetganger(s) is gebotst en/of aangereden,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De standpunten

Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde, met dien verstande dat het rijgedrag van verdachte is aan te merken als roekeloos.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. Daartoe is primair aangevoerd dat er geen sprake is van roekeloos rijgedrag en schuld in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Betoogd is dat de snelheid van verdachte niet op betrouwbare wijze is vastgesteld, de technische gegevens van het telefoongebruik van verdachte op onjuiste wijze zijn geïnterpreteerd, alsmede dat de objectieve omstandigheden ter plaatse het verwijt nuanceren dat verdachte onvoldoende rechts op de rijbaan heeft gehouden. Daarnaast is door de verdediging bepleit dat de voetgangers een eigen verantwoordelijkheid hadden en dat zij niet hebben geanticipeerd op het hoorbare naderende voertuig, wat aan henzelf toe te rekenen is.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de rechtbank de feiten op juiste wijze uiteen heeft gezet en zal deze uiteenzetting dan ook overnemen en dezelfde bewijsmiddelen gebruiken voor een bewezenverklaring.
Bewijsmiddelen [1]
Verklaringen verdachte
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 november 2020, p. 148 – 149, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:
Ik was onderweg naar huis en ik reed over [weg 1] . Ik ga er altijd bij afslag [plaats 2] af om dan het laatste stuk binnendoor te rijden. Ik hoorde een klap. Ik schrok en ik zag een barst in de voorruit. Hierna ben ik achteruit gereden om te kijken wat ik had geraakt. Ik zag toen aan de linkerkant twee vrouwen in de berm liggen.
V. Kon je die weg goed overzien?
A: Nee. Het is daar veel te donker. Een verkeerde beweging en je ligt in het kanaal.
(…)
V: Wat zag je vlak voor het ongeval?
A: Ik zag helemaal niks het is daar zo donker.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 23 maart 2023, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
Ik had mijn telefoon gedurende en voorafgaand aan de aanrijding bij mij in de auto.

Analyse verkeersongeval

Het proces-verbaal aanrijding misdrijf d.d. 2 december 2020, p. 7-9, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ongeval.
Datum: 11 november 2020;
Adres: ongeveer 500 meter voorbij [adres 2] ;
Plaats: [plaats 1] ;
Gemeente: [gemeente] ;
Soort weg: Een weg, zijnde een voor het openbaar verkeer openstaande weg;
Maximumsnelheid: 60 km per uur.
Voertuig: bestelauto Peugeot Partner.
Bij het ongeval hebben onderstaande personen letsel opgelopen:
[slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] .
Het proces-verbaal verkeersongevalanalyse d.d. 21 juni 2021, p. 20-78, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het incident vond plaats op een recht weggedeelte van [weg 1] . De asfaltverharding van de rijbaan had een breedte van ongeveer 3,0 meter. Ik zag dat er op de plaats van het incident geen straatverlichting aanwezig was. Ik zag op de camerabeelden dat om 18:07:53 uur een ongeval plaatsvond nabij de locatie op [weg 1] welke ik op de beelden herkende als zijnde de locatie waar het PD-onderzoek was uitgevoerd. Omdat voor dit tijdstip er geen sprake was van een verstoring van het verkeersbeeld, en na dit tijdstip wel verstoring was en tevens enige tijd later hulpverlening op beeld zichtbaar werd, heb ik dit moment aangemerkt als zijnde het exacte tijdstip van de aanrijding.
Ik zag op de camerabeelden dat twee voetgangers naast elkaar lopend over de [weg 2] de [brug] naderden, voor de brug rechtsaf sloegen en hun weg vervolgden over [weg 1] . Ik zag dat beide voetgangers een hesje droegen met witte verlichting aan de voorzijde en rode verlichting aan de achterzijde. Ik zag dat het betrokken voertuig de [brug] naderde over de [weg 3] , over de [brug] linksaf sloeg richting [weg 1] , de voetgangers van achteren naderde en aanreed.
Ik zag dat bij beide voetgangers de verlichting correct functioneerde aan de voor- en achterzijde. Ik zag dat de voetgangers naast elkaar liepen aan de linkerzijde van de rijbaan, en bij nadering van een voertuig achter elkaar. De rode verlichting op de hesjes van de voetgangers was tot en met het moment van de aanrijding goed waarneembaar op de camerabeelden. Ik zag dat de voetgangers van achteren werden aangereden door het betrokken voertuig, en dat de remlichten licht begonnen uit te stralen op/direct na het moment van de aanrijding.
Screenshot 17. 18:07:39 uur. Voertuig rijdt [weg 1] op, richting de voetgangers.
Screenshot 22. 18:07:44.123 uur. De voorzijde van voertuig 1 [het hof begrijpt: de bestelbus waarin verdachte reed] bevindt zich bij de lantaarnpaal voor het woonhuis perceel [nummer 1] , op een afstand van ongeveer 79,0 meter vanaf de stopstreep nabij de [weg 3] .
Screenshot 23. 18:07:53.243 uur. Moment van de aanrijding. Het vermoedelijke conflictpunt bevindt zich op een gemeten afstand van ongeveer 257,0 meter vanaf de stopstreep nabij de [weg 3] .
Tabel 1
Screenshot
Tijdstip screenshot
Tijd tussen screenshots (s)
Afstand tussen screenshots (m)
Snelheid in m/s en km/h, gemiddeld over de afstand
22
18:07:44.123 uur
23
18:07:53.243 uur
Tussen screenshot 23 en 22, 53.243 – 44.123 = 9,1 s
178,0 m
19,5 m/s = 70 km/h
In tabel 1 is de afstand en tijd weergegeven van voertuig 1 vanaf de lantaarnpaal voor het woonhuis perceel [nummer 1] (screenshot 22) tot de plaats aanrijding (screenshot 23). Over dit traject van ongeveer 178,0 meter deed de bestuurder van voertuig 1 ongeveer 9.1 seconden, hetgeen een gemiddelde (indicatieve) snelheid oplevert van ongeveer 70 km/h, althans hoger dan de ter plaatse toegestane maximum snelheid van 60 km/h.
Gezien de aangetroffen schade aan de uiterste linkerzijde van voertuig 1, is het vrijwel zeker dat het voertuig slechts is gebotst met één van de voetgangers. Wanneer beide voetgangers naast elkaar op de rijbaan hadden gelopen en beide door voertuig 1 waren aangereden, dan was er zeer waarschijnlijk sprake geweest van meer schade aan de voorzijde van voertuig 1, over een breder gedeelte van de voorzijde. Op basis van de beschikbare camerabeelden bleek dat de betrokken voetgangers steeds naast elkaar liepen aan de uiterste linkerzijde van de rijbaan, zowel op de [weg 2] als op [weg 1] . Ik zag op de camerabeelden van de [brug] dat beide voetgangers meerdere malen achter elkaar gingen lopen bij nadering van een voertuig.
Gezien het aangetroffen strooiveld, de schade aan de uiterste linkerzijde van voertuig 1, de door een betrokken voetganger afgelegde verklaring en de beschikbare camerabeelden, is het vrijwel zeker dat de bestuurder van voertuig 1 onvoldoende rechts heeft gehouden direct voorafgaand aan het ongeval. Wanneer de bestuurder uiterst rechts op de rijbaan had gereden, was er voldoende ruimte beschikbaar om de aan de linkerzijde van de rijbaan lopende voetgangers te passeren. De rijbaan van [weg 1] liep geheel recht over de ongeveer 257 meter tussen de [brug] en de plaats van het ongeval. Er waren geen obstakels die het zicht op de rijbaan belemmerden. Met de indicatieve snelheid van ongeveer 70 a 75 km/h had de bestuurder van voertuig 1 dus minimaal 5 seconden tijd om te reageren op de duidelijk zichtbare voetgangers. Hij had voldoende gelegenheid om zijn positie op de rijbaan aan te passen, zijn snelheid aan te passen of zelfs geheel tot stilstand te komen, en hij had de voetgangers kunnen waarschuwen door te claxonneren. Dit heeft hij niet danwel onvoldoende uitgevoerd.

Rijproeven

Het proces-verbaal rijproeven [weg 1] [plaats 1] en uitwerking resultaten d.d. 21 juni 2021, p. 91-99, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op basis van de uitgevoerde rijproeven, de dashcambeelden, de bevindingen van collega [naam 1] (bestuurder van het vervangende voertuig), collega [naam 2] en verbalisant als passagier van het voertuig, en de camerabeelden vanaf de [brug] kan de volgende conclusie worden getrokken. Bij oprijden van [weg 1] , komende vanaf de [brug] , bevonden de voetgangers zich op een afstand van ongeveer 234,0 meter voor het voertuig. Vanwege de hesjes met de ingeschakelde rode ledverlichting aan de achterzijde, waren de voetgangers op genoemde afstand reeds waarneembaar. Vanaf een afstand van ongeveer 100 meter tot aan het conflictpunt was de rode ledverlichting van de hesjes fel en goed waarneembaar, en was ook duidelijk waarneembaar dat de hesjes bewogen en zich verplaatsten. Op het moment dat de voetgangers niet meer naast elkaar maar achter elkaar liepen, bleef de rode verlichting van de hesjes duidelijk waarneembaar.
Omdat de camerabeelden van het ongeval niet geheel voldeden aan de eisen om middels de normaliter gehanteerde methodiek de gereden snelheid te kunnen vaststellen, werd gekozen voor het uitvoeren van vervangende rijproeven om zo de door het ongevalsvoertuig gereden 16,2 seconden tussen stopstreep en conflictpunt zo dicht mogelijk te benaderen. De vier uitgevoerde ritten kwamen qua totaaltijd vrijwel overeen met de ongevalsrit, ook de tijdstippen bij de tussenliggende punten hadden slechts een zeer geringe afwijking ten opzichte van het ongeval. Uit de vergelijking met de rijproeven bleek dat de bestuurder van het ongevalsvoertuig direct voorafgaand aan het ongeval, vrijwel zeker had gereden met een indicatieve snelheid van omstreeks 70 à 75 km/h , althans hoger dan de ter plaatse toegestane maximum snelheid van 60 km/h. Het ongeval vond plaats aan het eind van de zogeheten nautische avondschemering. Aan het eind van de nautische avondschemering is er geen onderscheid meer te maken tussen objecten, er is sprake van nagenoeg volledige duisternis.
Scenario rit 4: voetgangers beginnen naast elkaar te lopen aan de linkerzijde van de rijbaan op het moment dat het voertuig [weg 1] oprijdt. Bij nadering van het voertuig (voertuig ter hoogte van het bedrijfsperceel [adres 2] ) gaan de voetgangers achter elkaar lopen. Het voertuig rijdt met dimlicht. Het scenario van rit 4 is vrijwel zeker het scenario zoals tijdens het ongeval. Het ongeval vond plaats ongeveer 74 minuten na zonsondergang, derhalve zijn de ritten zo gepland dat rit 4 zo dicht mogelijk rond 74 minuten na zonsondergang zou kunnen plaatsvinden. Op 9 maart 2021 vond de zonsondergang plaats om 18:33 uur, de belangrijke rit 4 zou derhalve bij voorkeur omstreeks 19:45 uur moeten worden uitgevoerd.
De daadwerkelijke ritten vingen aan omstreeks de volgende tijdstippen: rit 4 19:41 uur.
Na afronding van de genoemde ritten besloten collega [naam 2] en ik om nogmaals een rit uit te voeren overeenkomend met het scenario van rit 4. De voetgangers liepen opnieuw op [weg 1] , zoals beschreven bij rit 4. Wij vingen de rit aan vanaf de [brug] . Wij sloegen linksaf richting [weg 1] . Ik zag bij oprijden van [weg 1] dat de rode LED verlichting op de hesjes van de voetgangers ondanks de afstand van ruim 200 meter, reeds zichtbaar waren vanuit het voertuig. Ik zag dat de voetgangers op genoemde afstand nog niet als voetgangers herkenbaar waren, doch uitsluitend de verlichting van de hesjes zichtbaar was. Ik zag dat op een afstand van ongeveer 100 meter de verlichte hesjes van de voetgangers goed zichtbaar waren vanuit het voertuig. Ik zag dat op genoemde afstand duidelijk zichtbaar was dat de hesjes bewogen. Op dat moment waren de voetgangers duidelijk waarneembaar voor mij verbalisant, en dus ook voor de bestuurder van voertuig 1. Tot het bereiken van het vermoedelijke conflictpunt was ruim 5 seconden tijd beschikbaar om de snelheid en positie op de rijbaan aan te passen. De bestuurder van voertuig 1 heeft dit niet of onvoldoende gedaan. Ik zag dat het gedeelte van [weg 1] ter hoogte van het bedrijfsterrein perceel 4 goed verlicht was door lantaarnpalen op het genoemde bedrijfsperceel.
Ik zag dat de rode ledverlichting goed zichtbaar bleef, en dat het achter elkaar gaan lopen van de voetgangers vrijwel geen invloed had op de mate waarin zij waarneembaar waren vanuit het voertuig. Ik zag dat de retroreflecterende striping op de hesjes nauwelijks reflecteerde bij gebruik van dimlicht. Bij gebruik van grootlicht was de retroreflecterende striping wel op ruime afstand waarneembaar. Omdat het ongevalsvoertuig vrijwel zeker gebruik maakte van dimlicht, zal de striping vanuit voertuig 1 niet of nauwelijks waarneembaar zijn geweest. De rode ledverlichting zorgde echter voor ruim voldoende zichtbaarheid.

Telefonieonderzoek

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 november 2020, p. 168-169, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

Merk: Samsung
Type: SM-G975F (Galaxy S10+)
Ik deed in de telefoon onderzoek naar wie de gebruiker was van het toestel. Ik zag actieve accounts op het toestel gekoppeld aan de telefoon, zoals [accountnaam 1] , [accountnaam 2] . Ook zag ik ontvangen Sms-berichten aan " [verdachte] " en zag ik dat het adres van het bedrijf werd doorgegeven via SMS bericht, namelijk [adres 3] . [verdachte] heeft op dat adres een autobedrijf .
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 februari 2021, p. 174-182, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Nader technisch onderzoek naar gebruikssporen in de bewijsbestanden van het volgende goed: smartphone. Merk: Samsung, SM-G975F (S10+).
Het bestand “ timeline_items .txt " dat ik (verbalisant [verbalisant] , hof) van verbalisant [verbalisant] had gekregen betrof een export uit de Cellebrite UFED rapportage van de telefoon van de zogeheten 'Android Usage History’ (Android gebruikshistorie). Ik herkende de inhoud als gegevens die door de Cellebrite UFED programmatuur waren herleid uit de zogeheten ‘usagestats’ van het Android besturingssysteem van de telefoon. Hierin worden enkele administratieve gegevens bijgehouden over vergrendelen en ontgrendelen van de telefoon en app gebruik, zoals open en sluiten van app-vensters. Ik zag dat de gegevens van “ timelinejtems .txt” herleid waren uit het bronbestand\ data\system\usagestats\0\daily\ [nummer 2] .
Om de gegevens uit “ [nummer 2] ” juist te kunnen duiden heb ik met een vergelijkbare Samsung telefoon een aantal referentietests uitgevoerd. Dit betrof met rust laten en oppakken van de telefoon, ontgrendelen en vergrendelen, en de bediening van apps. Ik heb daarbij geconstateerd heb dat de inhoud van het bronbestand direct in relatie staat tot gebruikshandelingen in de telefoon, waarbij bepaalde meldingen daarover in het bronbestand worden geschreven. Ik heb bij mijn referentietests bevonden dat de melding:
• MOVE_TO_FOREGROUND in de log wordt geschreven direct op het moment van openen van een app door een handmatige handeling van de gebruiker.
• MOVE_TO_FOREGROUND eveneens in de log wordt geschreven bij handmatige handelingen van de gebruiker in een geopende app, bij schermwisselingen, waarbij het aantal dergelijke meldingen per app verschilt.
• NOTIFICATION INTERRUPTION in de log wordt geschreven door de app WhatsApp wanneer een bericht werd ontvangen.
• NOTIFICATION INTERRUPTION in de log wordt geschreven door de app Snapchat wanneer een bericht werd verzonden door handmatige handeling van de gebruiker in de app, of een bericht werd ontvangen.
Belangrijk feit in relatie tot het tijdstip van de aanrijding, 18:07:53 uur, is dat kort daarvoor om 18:07:40 uur de Snapchat app werd geopend en een bericht werd verzonden of ontvangen en tegelijkertijd twee WhatsApp-berichten binnenkwamen (alleen binnenkomende WhatsApp berichten zijn in de log te zien).
18:07:40 MOVE TO FOREGROUND
Snapchat geopend
18:07:42 NOTIFICATION INTERRUPTION
Snapchatbericht ontvangen
18:07:42 NOTIFICATION INTERRUPTION
Snapchatbericht ontvangen
18:07:42 NOTIFICATION INTERRUPTION
WhatsApp-bericht ontvangen
18:07:42 NOTIFICATION INTERRUPTION
WhatsApp-bericht ontvangen
18:07:52 NOTIFICATION INTERRUPTION
Snapchatbericht ontvangen
18:07:53
18:08:30 MOVE TO BACKGROUND
Snapchat afgesloten
18:08:32 KEYGUARD SHOWN
Telefoon vergrendeld.

Letsel slachtoffer [slachtoffer 1]

De geneeskundige verklaring van 27 november 2020 over het letsel van mevrouw [slachtoffer 1] , p. 190, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

Patiënte heeft hersenletsel opgelopen en een hoge dwarslaesie. Geen volledig herstel te verwachten. Patiënte zal overlijden, of overleven met zeer grote beperkingen.
Een brief van [het ziekenhuis] van 20 januari 2021 over het letsel van mevrouw [slachtoffer 1] , p. 191-195, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Naam: [slachtoffer 1] . Polytrauma met o.a. dislocatie C0-C1; cervicale dwarslaesie en multifocaal traumatisch hersenletsel.
Conclusie
Een 51-jarige vrouw, met een doorgemaakt hoog-energetisch ongeval op 11-11 met als gevolg:
1. Ernstig neurotrauma met subduraal hematoom links, intraparenchymateuze bloedingen en contusiehaarden, beeld van diffuus axonaal letsel.
2. Subluxatie van C0-C1 met uitgebreid ligamentair letsel waarvoor 12-11 spondylodese C0-C4.
3. Hoog-cervicale dwarslaesie met myelopathie thv C4-C7.

Letsel slachtoffer [slachtoffer 2]

Een verslag van fysiotherapeut [naam 3] van 17 februari 2021 over het letsel van mevrouw [slachtoffer 2] , voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

Bij mevrouw heb ik een overactiviteit van de globale nek- en schouderspieren en een insufficiëntie van de stabiliserende nekspieren geconstateerd. De diagnose is: nek- en hoofdpijnklachten passend bij een Whiplash-associated-disorder, waardoor mevrouw beperkingen ondervindt tijdens werken als boekhoudster en autorijden, hiernaast is er sprake van een verminderd concentratievermogen.
PSK, patiënt specifieke klachten, is een zelf-rapportagemiddel dat patiënten gebruiken om de mate van beperking bij specifieke klachten aan te geven. De schaal is van 0 (geen beperking) tot 100 (volledige beperking, onvermogen de taak uit te voeren.)
Mevrouw heeft sinds aanvang van therapie vooruitgang geboekt m.b.t. haar vermogen om:
* 24-uur in de week te werken als boekhoudster: PSK 100 -> PSK 50.
* Auto te rijden (60 minuten lang): PSK 100 -> PSK 30
* Huishoudelijke taken uitvoeren (m.n. het opmaken van bed en het schoonmaken van de woning): PSK 70 -> PSK 60.

Bewijsoverweging

Bij de beantwoording van de vraag of het verkeersongeval te wijten is aan de schuld van verdachte, komt het volgens vaste jurisprudentie ‘van de Hoge Raad aan op het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Bij de vaststelling van de mate waarin een verdachte schuld heeft aan een ongeval, wordt onderscheid gemaakt tussen i) roekeloos. ii) zeer onvoorzichtig en onoplettend en iii) aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Roekeloosheid is de zwaarste vorm van schuld. Het komt er daarbij op aan of de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid.
Onder roekeloosheid als zwaarste schuldvorm moet worden verstaan een buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte waardoor een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, terwijl de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. Van roekeloosheid in de zin van artikel 175 lid 2 in Pro samenhang met artikel 6 WVW Pro 1994 is in elk geval sprake als het gedrag ook als een overtreding van artikel 5a lid 1 WVW 1994 kan worden aangemerkt.
Artikel 5a lid 1 WVW 1994 beschrijft – niet uitputtend – een reeks gedragingen. Als de verdachte, door een of meer van dergelijke gedragingen te verrichten, opzettelijk zich zodanig in het verkeer gedraagt dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, kan dat gedrag als roekeloos worden aangemerkt als daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Bij het bewijs van het opzettelijk in ernstige mate overtreden van de verkeersregels komt het onder meer aan op de feiten en omstandigheden die zicht bieden op “de algehele instelling van de verdachte waar het in het concrete geval zijn deelname aan het verkeer betreft".
Vaststaat dat verdachte met zijn auto op [weg 1] twee voetgangers, mevrouw [slachtoffer 1] en mevrouw [slachtoffer 2] , van achteren heeft aangereden. Dat is gebeurd op een smalle (en grotendeels onverlichte) weg van drie meter breed op een dijk, waarover verdachte heeft verklaard dat de weg niet goed kan worden overzien omdat het daar zo donker is. Volgens verdachte zou je met één verkeerde beweging in het kanaal kunnen belanden.
Telefoongebruik
Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte op het moment dat hij [weg 1] opreed (13 seconden voor het ongeval), handmatig zijn telefoon heeft bediend door de app Snapchat te openen. In de twaalf seconden daarna heeft verdachte drie Snapchat-berichten ontvangen, en twee Whatsapp-berichten ontvangen. Ruim een halve minuut na het ongeval heeft verdachte de Snapchat-app afgesloten en zijn telefoon vergrendeld. Hoewel niet kan worden vastgesteld dat verdachte op het precieze moment van de aanrijding handmatig zijn telefoon heeft bediend, blijkt uit het onderzoek wel dat verdachte kort daarvoor actief met zijn telefoon bezig is geweest. Ook staat vast dat de telefoon van verdachte ontgrendeld was ten tijde van het ongeval.
De verdediging heeft betoogd dat er geen ondersteuning is voor de stelling dat verdachte zijn telefoon actief en handmatig heeft bediend, omdat de technische gegevens geen onderscheid maken tussen het actief verzenden en het passief ontvangen van een bericht. Uit de analyse van de gebruiksgegevens door verbalisant [verbalisant] blijkt dat bij de melding ‘MOVE_TO_FOREGROUND’ in het logbestand sprake is van het openen van een app door een handmatige handeling van de gebruiker. Verdachte heeft in ieder geval 13 seconden voor het ongeval een actieve handeling verricht, namelijk het om 18:07:40 uur openen van de Snapchat-app.
Snelheid
Het hof stelt ook vast dat verdachte, anders dan de verdediging heeft betoogd, op [weg 1] harder heeft gereden dan de maximumsnelheid ter plaatse van 60 km/u. De verdediging heeft bepleit dat de door verdachte gereden snelheid niet betrouwbaar is vastgesteld. Het hof stelt hierbij voorop dat de beoordeling van het bewijs aan het hof is voorbehouden. Op basis van de camerabeelden van [weg 1] is door de politie een indicatieve berekening van de snelheid van verdachte gemaakt. De uitkomst van deze indicatieve snelheidsberekening is daarna nog gecontroleerd door middel van rijproeven, die de indicatieve snelheidsberekening min of meer bevestigen. Op basis hiervan stelt het hof vast dat verdachte op het gedeelte van [weg 1] tussen de lantaarnpaal bij [adres 2] en het conflictpunt, boven de ter plaatse geldende maximumsnelheid heeft gereden.
De verdediging heeft ook vraagtekens geplaatst bij de deskundigheid van de verbalisant die het proces-verbaal van de rijproeven heeft opgesteld, alsmede bij de forensische onderbouwing daarvan. Uit het dossier blijkt dat het betreffende proces-verbaal is opgemaakt door een verbalisant die werkzaam is als senior forensische opsporing met als werkterrein verkeersongevallenanalyse. Gelet op deze functie en specialisatie bestaat naar het oordeel van het hof geen aanleiding om aan de deskundigheid van de verbalisant te twijfelen. De verdediging heeft in dat verband ook geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel. Het verweer wordt verworpen.
Geen roekeloosheid
Het hof is van oordeel dat de hiervoor genoemde gedragingen van verdachte – die zonder meer wijzen op een grote mate van onvoorzichtigheid bij verdachte — onvoldoende zijn om vast te stellen dat verdachte zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was. Er is sprake van een beperkte overschrijding van de maximumsnelheid en van telefoongebruik van verdachte tijdens het rijden. Ten aanzien van het onvoldoende rechts rijden op de rijbaan is het hof van oordeel dat onvoldoende is vastgesteld wat de precieze posities van de voetgangers en het voertuig op de weg zijn geweest. Het is onvoldoende duidelijk geworden dat verdachte op deze 3 meter brede dijkweg door niet voldoende aan de rechterkant van de rijbaan te rijden een ernstige overtreding heeft begaan. De verdachte heeft weliswaar iets te hard gereden en in ieder geval 13 seconden voor de aanrijding op zijn telefoon bezig geweest, maar dit is wat het hof betreft onvoldoende om tot roekeloosheid te komen. Het is het hof onvoldoende gebleken dat verdachte heeft gereden met een algehele instelling die erop wijst dat hij de verkeersregels aan zijn laars lapte of dat hij het door hem veroorzaakte gevaar bewust heeft aanvaard. Het hof concludeert daarom dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte roekeloos heeft gereden. Het hof zal verdachte daarom van dat onderdeel vrijspreken.
Zeer onvoorzichtig en onoplettend
Verdachte is naar het oordeel van het hof door zijn gedragingen (het overschrijden van de maximumsnelheid en zijn telefoongebruik) onvoldoende blijven letten op de weg en de overige weggebruikers. Hij heeft de voetgangers niet gezien en heeft niet voorkomen dat er een aanrijding plaatsvond. De voetgangers droegen reflecterende hesjes met ingeschakelde rode ledverlichting aan de achterzijde. Daar waar de verdediging heeft aangevoerd dat de voetgangers een eigen verantwoordelijkheid hadden, snijdt dat verweer geen hout, nu de voetgangers er alles aan hebben gedaan om goed zichtbaar te zijn. Uit de rijproeven blijkt dat op het moment dat verdachte [weg 1] opreed de voetgangers op een afstand van 200 meter reeds zichtbaar waren door hun hesjes met rode ledverlichting. Op een afstand van 100 meter tot aan de plaats van de aanrijding was de rode ledverlichting fel en goed waarneembaar, en was ook duidelijk waarneembaar dat de hesjes bewogen en zich verplaatsten. Verdachte heeft, terwijl hij wist dat hij op een grotendeels onverlichte, smalle weg op een dijk reed, niet voldoende opgelet op de overige weggebruikers. Hij heeft de goed verlichte en goed waarneembare voetgangers niet gezien, terwijl een normaal oplettende verkeersdeelnemer in zijn positie, mede gelet op de resultaten van de rijproeven, de voetgangers van grote afstand had kunnen waarnemen en ruim gelegenheid had gehad om te anticiperen op hun aanwezigheid aan de linkerzijde van de dijkweg. Verdachte heeft geen verklaring waarom hij de beide voetgangers niet heeft gezien. Dat was anders geweest als de verdachte zijn aandacht volledig op het de weg en andere weggebruikers had gehad. Duidelijk is dat niet het geval is geweest. Gelet op de hierboven opgesomde bewijsmiddelen staat voor het hof vast dat verdachte in ieder geval 13 seconden voor de aanrijding op zijn telefoon bezig is geweest en zich daarmee heeft laten afleiden, en dat hij harder gereden heeft dan ter plekke toelaatbaar, juist op een plek waar je volgens verdachte zelf extra goed moet opletten en geen openbare straatverlichting aanwezig is. Vast staat dat verdachte geruime tijd niet zijn aandacht op de weg heeft gehad. Als verdachte zijn aandacht bij de weg had gehouden, wat onder de gegeven omstandigheden van groot belang was, had hij ruim de tijd gehad om zijn rijgedrag aan te passen en de aanrijding te voorkomen. Nu heeft hij de beide voetgangers niet gezien, niet kunnen ontwijken of op tijd geremd en hen van achteren aangereden. Het hof acht het rijgedrag van verdachte gegeven deze omstandigheden daarmee zeer onvoorzichtig en onoplettend.
Conclusie
Naar het oordeel van het hof heeft verdachte door deze feitelijke gedragingen zeer onvoorzichtig en onoplettend gereden. Er is dan ook sprake van schuld in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij, op
of omstreeks11 november 2020, te [plaats 1] , [gemeente] ,
althans in Nederland,als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), daarmede rijdende over de weg, te weten [weg 1] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door
roekeloos, in elk gevalzeer,
althans aanmerkelijk,onvoorzichtig en
/ofonoplettend,
- terwijl voornoemde weg was gelegen bovenop een dijk en
/ofde rijbaan een totale
breedte had van (slechts) ongeveer 3,0 meter en
/of
- terwijl er geen openbare straatverlichting aanwezig was en
/of
- terwijl, gelet op verdachtes rijrichting, zich twee voetgangers (met reflecterende hesjes) (te weten: [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) op de linkerzijde van de door hem, verdachte, bereden rijbaan en/of in de aan die rijbaan grenzende (linker)berm bevonden en
/of
-
met een indicatieve snelheid van (ongeveer) 70 kilometer per uur, in elk gevalmet een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 60 kilometer per uur en
/ofgelet op de situatie ter plaatse verantwoord was te rijden en
/of
- (tijdens het besturen van voornoemd motorrijtuig)
met/vanaf zijn mobiele telefoon berichten te sturen en/of te lezen en/of te bellen en/ofop het scherm van zijn mobiele telefoon te kijken
en/of zijn mobiele telefoon vast te houdenen
/of
- (daarbij) niet voortdurend zijn blik en/of aandacht op de weg te houden en
/of
- (daarbij) op het midden van de rijbaan te rijden, in elk geval niet zoveel mogelijk rechts te houden (artikel 3 Reglement Pro verkeersregels en verkeerstekens 1990) en/of
- zich er (daarbij) niet, althans niet tijdig en
/ofin onvoldoende mate van te vergewissen dat een of meer voetganger(s) zich – gezien verdachtes (rij)richting – links op voornoemde weg bevond(en) en
/of
- (vervolgens) niet,
althans niet tijdig en/of voldoendeaf te remmen en/of niet, althans niet tijdig en/of voldoende uit te wijken voor voornoemde voetganger(s) en
/of
- (vervolgens) op/tegen die voetganger
(s
)te botsen en/of aan te rijden,
waardoor een ander, te weten [slachtoffer 1] , zwaar lichamelijk letsel, te weten multifocaal traumatisch hersenletsel en
/ofeen hoge dwarslaesie
, althans zodanig lichamelijk letselwerd toegebracht,
dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaanen
/ofte weten [slachtoffer 2] ,
zwaar lichamelijk letsel, te weten een zware hersenschudding en/of een whiplash en/of nek- en/of schouderklachten, althanszodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke
ziekte ofverhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van:
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht
en
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op te leggen voor de duur van twee jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, onder verwijzing naar jurisprudentie, verzocht om bij een bewezenverklaring te volstaan met het opleggen van een taakstraf. Een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf past niet bij de persoonlijke omstandigheden van verdachte en daarnaast is er sprake van een overschrijding van de redelijke termijn.
Oordeel van het hof
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Ernst van het feit
Verdachte heeft op 11 november 2020 door zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag een verkeersongeval veroorzaakt door met een bestelbusje twee voetgangers van achteren aan te rijden, ten gevolge waarvan de voetgangers (zwaar) lichamelijk letsel hebben opgelopen. Verdachte is, terwijl hij wist dat hij in het donker op een smalle, niet verlichte, gevaarlijke weg reed, tijdens het rijden bezig geweest met zijn mobiele telefoon en heeft harder gereden dan de maximumsnelheid. Verdachte heeft zijn aandacht niet op de weg gehad waardoor hij de voetgangers, die goed zichtbaar waren door reflecterende en lichtgevende hesjes, heeft aangereden, terwijl als hij goed had opgelet dit voorkomen had kunnen worden. De gevolgen van het ongeval zijn met name voor mevrouw [slachtoffer 1] uiterst ernstig. Zij zal door haar dwarslaesie haar leven lang rolstoel gebonden zijn. Zij is haar vrijheid en zelfstandigheid door het letsel dat zij door de aanrijding is opgelopen kwijtgeraakt. De impact van het ongeval en de (dagelijkse) gevolgen daarvan blijken eveneens uit de door mevrouw [slachtoffer 1] en haar dochter ter terechtzitting in hoger beroep voorgelezen slachtofferverklaringen. Ook mevrouw [slachtoffer 2] heeft lichamelijk klachten overgehouden aan het ongeval.
Persoon van verdachte
Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld welke straf verdachte dient te worden opgelegd. Het hof heeft daarbij gelet op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte van 1 mei 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. Dit heeft verder geen invloed op de bepaling van de straf. Het hof ziet ook en dat is ook nog eens duidelijk geworden door hetgeen verdachte ter zitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht dat hij deze aanrijding nooit heeft gewild, nooit het opzet op de gevolgen van zijn handelen heeft gehad en dat het feit ook impact op hem heeft.
Schending redelijke termijn
Het hof constateert dat de redelijke termijn in eerste aanleg met ruim vier maanden is overschreden. In hoger beroep is eveneens sprake van een schending van de redelijke termijn, nu verdachte op 13 april 2023 hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Het arrest in hoger beroep zal worden uitgesproken op 15 juni 2026. Dat betekent dat er sprake is van een schending van de redelijke termijn van één jaar en twee maanden. Het hof is van oordeel dat dit matiging van de hierna te vermelden op te leggen straffen tot gevolg moet hebben.
Strafoplegging
Het hof acht, alles afwegende en gelet op wat in vergelijkbare gevallen doorgaans wordt opgelegd, in beginsel een taakstraf voor de duur van 240 uur passend, maar zal deze, gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn matigen tot een taakstraf voor de duur van 220 uur.
Daarnaast zal het hof verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaar opleggen om de ernst van het feit te onderstrepen. Nu verdachte in de afgelopen jaren geen nieuwe verkeersovertredingen heeft begaan en van recidive geen sprake is, terwijl het bewezenverklaarde feit bovendien bijna zes jaar geleden heeft plaatsgevonden, ziet het hof geen aanleiding om verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Daarbij weegt het hof tevens de persoonlijke omstandigheden van verdachte mee, zoals deze ter terechtzitting zijn toegelicht. Daarbij weegt uiteraard ook mee dat het hof -anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal- tot de vaststelling van een lagere gradatie van schuld komt.
Tot slot overweegt het hof dat – hoewel door en namens verdachte is aangevoerd dat het openbaar vervoer geen reële transportmethode is voor het uitoefenen van zijn werk en dat hij daarvoor zijn rijbewijs nodig heeft – ter bescherming van de verkeersveiligheid, de oplegging van de ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen noodzakelijk is. Het hof zal verdachte een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van twee jaar opleggen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

In eerste aanleg heeft de benadeelde partij [slachtoffer 1] een verzoek tot schadevergoeding ingediend. De raadsman van de benadeelde partij heeft in hoger beroep te kennen gegeven dat de vordering inmiddels tot een schikking is gekomen met de verzekeraar. Dit betekent dat de vordering in hoger beroep niet langer wordt gehandhaafd en daarmee niet meer aan de orde zijn. Het hof zal daarop dan ook geen beslissing meer behoeven te nemen.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
220 (tweehonderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
110 (honderdtien) dagen hechtenis.
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
2 (twee) jaren.
Dit arrest is gewezen door mr. K. Gilhuis, mr. J.J. Roos en mr. L.G.J.M. van Ekert, in aanwezigheid van de griffier mr. J. Lambriks en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 15 juni 2026.

Voetnoten

1.Waarin hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit, tenzij anders vermeld, pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijk vorm opgemaakte proces-verbaal d.d. 10 augustus 2021, genummerd PL0900-2020367844, opgemaakt door politie Midden-Nederland, opsporingsteam verkeer, doorgenummerd pagina 1 tot en met pagina 202. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijk vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.