ECLI:NL:GHARL:2026:3962
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.G. Knot
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- J.U.M. van der Werff
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over hoofdverblijfplaats minderjarige kinderen na uithuisplaatsing
De ouders zijn in Syrië getrouwd en hebben vijf minderjarige kinderen die sinds 2020 in Nederland verblijven. Na hun feitelijke scheiding in april 2024 verbleef de moeder met de kinderen in een vrouwenopvang. De rechtbank bepaalde in september 2025 dat de hoofdverblijfplaats van alle kinderen bij de moeder lag.
De vader ging in hoger beroep en verzocht de hoofdverblijfplaats van alle kinderen bij hem te bepalen. Tijdens de procedure werd duidelijk dat de oudste minderjarige sinds april 2026 op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader woont vanwege een onveilige situatie bij de moeder. De moeder accepteert dit tijdelijk.
Het hof oordeelt dat de hoofdverblijfplaats van de oudste minderjarige, die bijna meerderjarig is, bij de vader moet worden vastgesteld, omdat dit in zijn belang is en de situatie daar goed wordt gemonitord. Voor de overige kinderen blijft de hoofdverblijfplaats bij de moeder, omdat dit het beste aansluit bij hun belangen en wensen. De beschikking van de rechtbank wordt dienovereenkomstig gedeeltelijk vernietigd en bekrachtigd.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de oudste minderjarige wordt bij de vader vastgesteld, terwijl die van de overige kinderen bij de moeder blijft.