Uitspraak
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis
Tenlastelegging
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Vrijspraak
- verdachte niet in een rechtstreekse rechtsverhouding stond met [slachtoffer 2] ;
- de opdracht tot het contant maken van het door [slachtoffer 2] betaalde bedrag van € 400.000,- volledig is uitgevoerd;
- verdachte dat geld niet naar eigen goeddunken heeft gebruikt door daar als heer en meester over te beschikken;
- verdachte een wezenlijk belang had bij het slagen van de deal van medeverdachte [medeverdachte 1] met [slachtoffer 2] ;
- de deal tussen [medeverdachte 1] en [slachtoffer 2] volledig is uitgevoerd;
- verdachte geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op (het bijdragen aan) verduistering;
- verdachte geen (bijzondere) rechtsplicht had tot het informeren van [slachtoffer 2] over het incident op 22 maart 2013;
- verdachte zelf slachtoffer is geworden en zijn handelingen legaal waren;
- [medeverdachte 1] verklaringen niet betrouwbaar zijn en daarom niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt;
- de positie van [naam 3] (bestuurder van [naam 1] ) dubieus is en diens verklaringen niet betrouwbaar zijn en daarom niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt;
- het onder 2 ten laste gelegde geldbedrag niet van misdrijf afkomstig is;
- geen sprake is van verbergen of verhullen.
[medeverdachte 1] en [verdachte] hebben [slachtoffer 2] voorgehouden dat [naam 1] met een bedrijf in [locatie] , genaamd [naam 6] (hierna: [naam 6] ), een lening had afgesloten van € 170.000.000,-. [naam 6] werd vertegenwoordigd door [naam 7] en [naam 8] (hierna: [naam 9] ). Van dit bedrag kon [slachtoffer 2] van [naam 1] € 5.830.000,- lenen voor de aankoop van de scheepswerf. Om deze financiering te verkrijgen, diende zij tien procent van het te lenen bedrag contant aan [naam 1] te betalen waarna [naam 1] dat bedrag ten behoeve van een insolventieverzekering zou doorbetalen aan [naam 6] . Omdat het [slachtoffer 2] niet lukte om de volledige tien procent aan te betalen gingen [medeverdachte 1] en [verdachte] akkoord met een aanbetaling van € 400.000,-. [slachtoffer 2] heeft dat bedrag niet contant betaald, maar heeft dat op 21 maart 2013 giraal overgemaakt op ING-rekening [rekeningnummer] van [naam 2] (hierna: [naam 2] ), een bedrijf van [verdachte] . Dit bedrag is vervolgens door [naam 2] overgeboekt naar verschillende rekeningen van [verdachte] en van derden teneinde het bedrag zo snel mogelijk alsnog contant te maken.