ECLI:NL:GHARL:2026:3992
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering wegens geen veroordeling
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 17 juni 2026 uitspraak gedaan over het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel inzake een ontnemingsvordering. Betrokkene was in eerste aanleg geconfronteerd met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van € 86.020,-, terwijl het openbaar ministerie aanvankelijk een bedrag van € 172.040,- had geschat.
Tijdens de zittingen van het hof op 20 mei en 3 juni 2026 is het onderzoek gevoerd, waarbij het hof kennisnam van de vordering van de advocaat-generaal en de verweren van betrokkene en zijn raadsman. Het hof heeft het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de tenlasteleggingen en betrokkene vrijgesproken van de primaire tenlastelegging.
Gelet op deze vrijspraak is het hof van oordeel dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk is in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof vernietigde de eerdere beslissing en deed opnieuw recht door het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens het ontbreken van een veroordeling.