ECLI:NL:GHARL:2026:4018

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
200.362.131
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:378 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging ondercuratelestelling wegens onvoldoende zelfredzaamheid en terugval middelengebruik

Appellante is onder bewind gesteld vanwege haar financiële situatie. De bewindvoerder en een zorginstelling verzochten de kantonrechter om haar onder curatele te stellen, wat op 1 september 2025 werd toegewezen. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht om vernietiging en ontslag van de curator.

Zij stelde dat zij zelfstandig hulp zoekt, vrijwillig meewerkt en geen problematisch middelengebruik heeft, behalve nicotine en incidenteel cannabis. De bewindvoerder stelde echter dat haar situatie verslechterd is, met terugval in middelengebruik, problematische relaties en het niet nakomen van afspraken.

Het hof oordeelde dat appellante door haar geestelijke toestand en terugkerend middelengebruik niet in staat is haar belangen behoorlijk waar te nemen. De lichtere maatregel van bewind is onvoldoende. Curatele is noodzakelijk om snelle en beslissende interventies mogelijk te maken. De beschikking van de kantonrechter wordt daarom bekrachtigd en het hoger beroep afgewezen.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondercuratelestelling en wijst het hoger beroep van appellante af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.362.131
(zaaknummer rechtbank Overijssel 11810490 BM VERZ 25-1762)
beschikking van 18 juni 2026
in de zaak van
[appellante]( [appellante] )
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. J.F.I. Abadom.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
Stadsbank Oost Nederland( de bewindvoerder)
die is gevestigd in Enschede
advocaat: mr. M.A. Knobben
[curator] ,handelende onder de naam
Vogel Bewind(de curator)
die werkt in Almelo
[dochter](de dochter)
die woont in [woonplaats2]

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, verder: de kantonrechter) van 1 september 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (de bestreden beschikking).

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift, ingekomen op 27 november 2025;
- het verweerschrift van de bewindvoerder.
2.2
De zitting heeft op 19 mei 2026 plaatsgevonden. Aanwezig waren:
- mr. Abadom namens [appellante] (die niet is gekomen);
- [naam1] en mr. Knobben namens de bewindvoerder;
- de curator.

3.De feiten

3.1
[appellante] is geboren [in] 1986. De goederen die haar (zullen) toebehoren zijn onder bewind gesteld, waarbij de Stadsbank Oost Nederland tot bewindvoerder is benoemd.
3.2
De bewindvoerder en Ambulante Zorg Twekkelerveld ( [naam2] ) in Enschede hebben op 25 juli 2025 en op 18 augustus 2025 de kantonrechter verzocht [appellante] onder curatele te stellen.

4.De omvang van het geschil

4.1
In de bestreden beschikking heeft de kantonrechter (kort gezegd) [appellante] met ingang van 2 september 2025 onder curatele gesteld met benoeming van Vogel tot curator.
4.2
[appellante] is in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Zij verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen, de curator te ontslaan en de Stadsbank Oost Nederland tot bewindvoerder te benoemen.
4.3
De Stadsbank Oost Nederland voert verweer en verzoekt het hof [appellante] niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep dan wel haar verzoek in hoger beroep af te wijzen en de bestreden beschikking in stand te laten.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Het hof heeft in deze zaak de vraag te beantwoorden of [appellante] tijdelijk of duurzaam haar belangen niet behoorlijk waarneemt of haar eigen veiligheid of die van anderen in gevaar brengt als gevolg van:
a. haar lichamelijke of geestelijke toestand, of
b. gewoonte van drank- of drugsmisbruik
en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd (1:378 lid 1 BW).
5.2
Het hof vindt net als de kantonrechter dat een curatele in het belang van Brons is. Het hof legt dat hierna uit.
5.3
[appellante] betwist de noodzaak voor een ondercuratelestelling. Zij voert aan (kort gezegd) dat zij steeds zelfstandig hulp heeft gezocht, alle hulpverlening vrijwillig accepteert en gemotiveerd werkt aan verbetering van haar situatie. Zij bestrijdt dat zij middelen gebruikt (behalve nicotine en af en toe cannabis) en dat zij in een situatie zou verkeren waarin zij haar eigen belangen niet behoorlijk kan waarnemen of waarin veiligheid van zichzelf of anderen in gevaar komt. Volgens haar is ook geen sprake van verkwisting en kan worden volstaan met de minder verstrekkende maatregel van onderbewindstelling.
5.4
Volgens de Stadsbank Oost Nederland zijn de zorgen over (het welzijn van) [appellante] niet verminderd. In haar relatie met haar ex-partner was sprake van fysiek geweld en ook haar relatie met haar nieuwe partner is problematisch. Daarbij is, hoewel [appellante] goed is ingesteld op methadon, geregeld sprake van terugval in het gebruik van middelen en komt zij afspraken niet na. De lichtere maatregel van bewind is onvoldoende om haar belangen te behartigen; haar situatie is in de loop der tijd eerder verslechterd dan verbeterd.
5.5
Op grond van de overgelegde stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, is het hof van oordeel dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor een ondercuratelestelling van [appellante] . Net als de kantonrechter is het hof van oordeel dat voldoende is gebleken dat [appellante] als gevolg van haar geestelijke toestand, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of wordt bemoeilijkt haar belangen behoorlijk waar te nemen, zowel vermogensrechtelijk als immaterieel. Zij valt, ondanks haar goede intenties, steeds terug in het gebruik van verdovende middelen. Anders dan zij stelt, is haar situatie ook niet verbeterd of gestabiliseerd, hetgeen ook blijkt uit het feit dat zij zeer recent gedetineerd is geweest. In het verweerschrift heeft de bewindvoerder al geschreven dat afspraken niet worden nagekomen, zij regelmatig niet terugkomt op haar verblijfslocatie, zij soms zelfs een week uit contact is en zij begeleiding nodig heeft bij het op orde houden van haar studio. De curator heeft ter zitting nog toegelicht dat [appellante] ondersteuning nodig heeft, dat het moeilijk is om afspraken met haar te maken en dat er al nieuwe schulden zijn ontstaan. Curatele is (ook) noodzakelijk op grond van haar lichamelijke of geestelijke toestand. Zoals de bewindvoerder heeft aangevoerd, bestaat met een ondercuratelestelling van [appellante] de mogelijkheid om waar nodig snelle en beslissende interventies toe te passen. Het hof vindt dan ook dat op dit moment niet met een andere, minder verstrekkende, maatregel kan worden volstaan om de belangen van [appellante] te behartigen.
De beschikking van de kantonrechter moet dan ook in stand blijven (worden bekrachtigd).

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 1 september 2025;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, D.J.M. van de Voort en A.L.H. Ernes, bijgestaan door mr. Th.H.M. Lueb, en is op 18 juni 2026 uitgesproken in het openbaar.