ECLI:NL:GHARL:2026:4032

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
200.363.539/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om vervangende toestemming voor verhuizing met minderjarige kinderen

In deze civiele zaak in hoger beroep vraagt verzoekster vervangende toestemming om met haar drie minderjarige kinderen te verhuizen naar de omgeving van een andere plaats. De kinderen verblijven momenteel verdeeld over twee adressen na de echtscheiding van de ouders. De rechtbank wees het verzoek af, waarna verzoekster hoger beroep instelde.

Tijdens de procedure zijn de kinderen gehoord en is er een mondelinge behandeling gehouden waarbij ook de raad voor de kinderbescherming aanwezig was. Het geschil betreft uitsluitend de vraag of de verhuizing in het belang van de kinderen is en of de toestemming kan worden verleend.

Het hof acht zich op basis van de beschikbare informatie onvoldoende voorgelicht om een verantwoorde beslissing te nemen. Daarom verzoekt het hof de raad een onderzoek in te stellen naar het belang van de kinderen bij de verhuizing, inclusief de gevolgen voor andere belangrijke hechtingsfiguren. De zaak wordt aangehouden tot ontvangst van het rapport en reacties van partijen, waarna de behandeling wordt voortgezet.

Uitkomst: Het hof gelast een onderzoek door de raad voor de kinderbescherming en houdt de beslissing over het verzoek om vervangende toestemming tot verhuizing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.363.539/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 244035)
beschikking van 18 juni 2026
inzake
[verzoekster]( [verzoekster] ),
wonende te [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep,
advocaat: mr. S.M. Wolfert te Leek,
en
[verweerster]( [verweerster] ),
wonende te [woonplaats2] ,
verweerster in hoger beroep,
advocaat: mr. L. Ahlers te Leeuwarden.

1.1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 6 oktober 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 5 januari 2026;
- het verweerschrift met bijlage(n);
- een journaalbericht namens [verweerster] van 29 mei 2026 met bijlage(n);
- een journaalbericht namens [verzoekster] van 29 mei 2026 met bijlage(n).
2.2.
Op 8 juni 2026 zijn de hierna nader te noemen [de minderjarige1] en [de minderjarige2] verschenen, die ieder afzonderlijk van elkaar en buiten aanwezigheid van partijen met de voorzitter hebben gesproken. Zij hebben verteld wat zij vinden van het verzoek van [verzoekster] . Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter hiervan een samenvatting gegeven.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft op 11 juni 2026 plaatsgevonden. [verzoekster] en [verweerster] zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad) is een vertegenwoordiger verschenen.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Ahlers spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen.

3.De feiten

3.1.
[verzoekster] en [verweerster] zijn de (juridische) ouders van:
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2013 (roepnaam: [de minderjarige1] );
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2016 (roepnaam: [de minderjarige2] );
- [de minderjarige3] , geboren [in] 2020 (roepnaam: [de minderjarige3] ).
3.2.
Bij [de minderjarige2] is sprake van genderincongruentie. Zij wordt begeleid door de genderpoli van het [ziekenhuis] en gaat nu als meisje door het leven.
3.3.
[verzoekster] en [verweerster] oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over de kinderen.
3.4.
[verzoekster] en [verweerster] zijn vanaf [datum] 2012 met elkaar getrouwd geweest. Bij beschikking van 6 juli 2022 is de echtscheiding uitgesproken. In deze beschikking is de inhoud van het door [verzoekster] en [verweerster] op 31 mei 2022 ondertekende convenant, tevens houdende een ouderschapsplan, opgenomen.
3.5.
Sinds het feitelijk uiteengaan van [verzoekster] en [verweerster] hebben de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij [verzoekster] . Zij wonen in de voormalig echtelijke woning in [woonplaats1] . Nadat [verweerster] de echtelijke woning heeft verlaten, is zij gaan wonen in [woonplaats2] .
3.6.
In het ouderschapsplan hebben [verzoekster] en [verweerster] een (reguliere) zorgregeling vastgelegd die erop neerkomt dat de kinderen de helft van de tijd bij [verzoekster] en de helft van de tijd bij [verweerster] verblijven.
3.7.
In afwijking van het ouderschapsplan hebben [de minderjarige2] en [de minderjarige3] de afgelopen jaren steeds zes dagen bij [verzoekster] , vervolgens vier dagen bij [verweerster] , twee dagen bij [verzoekster] en twee dagen bij [verweerster] verbleven.
3.8.
Sinds augustus 2025 heeft er geen contact meer plaatsgevonden tussen [de minderjarige1] en [verweerster] .
3.9.
[de minderjarige1] zat op een basisschool in [woonplaats1] . Sinds de meivakantie van het jaar 2025 gaat hij naar een basisschool in [plaats1] . Na de zomervakantie van het jaar 2026 zal hij naar een middelbare school gaan. Bij de rechtbank loopt een procedure naar aanleiding van het verzoek van [verzoekster] tot het verlenen van vervangende toestemming om [de minderjarige1] in te schrijven op een middelbare school in [plaats2] .
[de minderjarige2] en [de minderjarige3] gaan naar een basisschool in [woonplaats1] .
3.10.
[verzoekster] heeft sinds 2022 een relatie met haar huidige partner, [naam] , die in [plaats2] woont en twee kinderen heeft.

4.De omvang van het geschil

4.1.
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank:
- de beschikking van de rechtbank Overijssel van 6 juli 2022 gewijzigd wat betreft het aan die beschikking gehechte ouderschapsplan van 31 mei 2022, voor zover het betreft de daarin opgenomen en tussen partijen overeengekomen reguliere zorgregeling voor [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] , en bepaald dat de volgende reguliere zorgregeling geldt volgens een tweewekelijks schema:
- de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- het meer of anders verzochte afgewezen, waaronder het verzoek van [verzoekster] om haar vervangende toestemming te verlenen om met [de minderjarige2] , [de minderjarige1] en [de minderjarige3] te verhuizen naar [plaats2] , althans de directe omgeving van [plaats2] .
4.2.
[verzoekster] komt met drie grieven in hoger beroep van de bestreden beschikking. Deze grieven zien op haar verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen naar (de omgeving van) [plaats2] . [verzoekster] verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen voor zover deze ziet op de afwijzing van haar verzoek, en, opnieuw rechtdoende, haar verzoek alsnog toe te wijzen.
4.3.
[verweerster] voert verweer en verzoekt het hof [verzoekster] niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek(en) in hoger beroep, althans haar verzoek(en) in hoger beroep af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen (zo begrijpt het hof:) voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zo nodig onder aanvulling en/of verbetering van de gronden, kosten rechtens.

5.De motivering van de beslissing

5.1.
Het hof stelt voorop dat in dit hoger beroep alleen het verzoek om vervangende toestemming tot verhuizing aan de orde is. Tussen partijen is niet in geschil dat [verzoekster] (vervangende) toestemming nodig heeft om met de kinderen naar (de directe omgeving van) [plaats2] te verhuizen.
5.2.
Het hof acht zich, zoals tijdens de mondelinge behandeling al is aangekondigd, op grond van de nu beschikbare informatie onvoldoende voorgelicht om een verantwoorde beslissing te kunnen geven. Daarom acht het hof het noodzakelijk dat de raad een onderzoek instelt naar de vraag wat in de huidige situatie het meest in het belang van de kinderen is met betrekking tot het verzoek van [verzoekster] tot het verlenen van vervangende toestemming om met de kinderen te verhuizen naar (de omgeving van) [plaats2] . Het hof verzoekt de raad in het onderzoek mee te nemen welke eventuele gevolgen een verhuizing van [verzoekster] met de kinderen naar (de omgeving van) [plaats2] heeft voor de rol van de andere hechtingsfiguren in het leven van de kinderen.
Het hof verzoekt de raad om voornoemd onderzoek in te stellen en daarover te rapporteren en te adviseren.

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
verzoekt de raad een onderzoek in te (doen) stellen als hiervoor onder 5 staat vermeld en daarover
uiterlijk op 18 december 2026te rapporteren;
bepaalt dat de ouders de gelegenheid krijgen binnen twee weken na ontvangst van het rapport van de raad hun schriftelijke reactie daarop te geven;
bepaalt dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet op een - na ontvangst van het rapport van de raad en de reacties van partijen - te bepalen datum, waarvoor partijen en de raad zullen worden opgeroepen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.B.E.M. Rikaart-Gerard, L. van Dijk en I.A. Vermeulen, bijgestaan door mr. H.B. Fortuyn als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.