Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:4057

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
21-001802-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling woninginbraak met voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 17 juni 2026 het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte veroordeeld voor woninginbraak gepleegd op 21 september 2023. Verdachte heeft samen met een mededader een woning betreden met behulp van een valse sleutel en diverse goederen, waaronder een rugtas, wiet, een computerspel, een kluis en ongeveer 3500 euro, weggenomen.

Het hof achtte het bewezenverklaarde strafbaar als diefstal in een woning door twee of meer verenigde personen. Verdachte is strafbaar bevonden omdat geen omstandigheden zijn gebleken die zijn strafbaarheid uitsluiten. Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn status als first offender, spijtbetuiging, afstand van criminele vrienden en een goede baan met uitzicht op vaste aanstelling.

Het hof legde een gevangenisstraf van twee maanden op, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en een taakstraf van 120 uur, met een subsidiaire hechtenis van 60 dagen. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €3.450 aan materiële schade aan het slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 september 2023. De vordering tot immateriële schade werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof legde tevens een schadevergoedingsmaatregel op en bepaalde dat verdachte en zijn mededader hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, een taakstraf van 120 uur en betaling van materiële schade aan het slachtoffer.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001802-25
Uitspraakdatum: 17 juni 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 14 april 2025 met parketnummer 18-213363-24 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 juni 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en een taakstraf van
120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft tevens gevorderd de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] volledig en hoofdelijk toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.H. Wormmeester, en van hetgeen namens de benadeelde partij [benadeelde] door zijn advocaat mr. M.E.W. Rupert, naar voren is gebracht.

Het vonnis

De politierechter heeft verdachte bij vonnis van 14 april 2025 ter zake het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden onvoorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest. De politierechter heeft tevens de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] volledig toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het hof legt aan verdachte een andere straf op. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 21 september 2023 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan de [adres 2] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),
- een rugtas en/of
- wiet en/of
- een computerspel en/of
- een kluis en/of
- een geldbedrag (van ongeveer 3500 euro),
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel door onbevoegd gebruik te maken van een sleutel die tot opening van een slot van een toegangsdeur van de woning van die Jalink dient.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte op de zitting van het hof, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op 21 september 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, in een woning, gelegen aan de [adres 2] , alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten van de rechthebbende bevonden,
- een rugtas en
- wiet en
- een computerspel en
- een kluis en
- een geldbedrag (van ongeveer 3500 euro), die aan [benadeelde] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan een woninginbraak op klaarlichte dag. Hierbij zijn meerdere goederen en contant geld weggenomen. Dit is een ernstig feit. Woninginbraken veroorzaken niet alleen veel schade en ongerief, maar ook gevoelens van onveiligheid bij de betrokkene.
Het hof heeft acht geslagen op het uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 4 mei 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten.
Het hof houdt bij de strafoplegging verder rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die door verdachte en zijn de raadsvrouw naar voren zijn gebracht ter terechtzitting van het hof en zoals die blijken uit het over verdachte opgemaakte rapport van de reclassering van 3 april 2025.
De reclassering heeft daarin geadviseerd om geen bijzondere voorwaarden op te leggen. De reclassering vindt een interventie of toezicht op dit moment niet nodig omdat verdachte een first offender is en de reclassering geen problemen op leefgebieden heeft gesignaleerd die interventies wenselijk of noodzakelijk maken. De reclassering schat het recidiverisico in als laag.
Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij samenwoont met zijn vriendin (geregistreerd partnerschap), dat hij een koopwoning heeft en geen schulden. Verdachte werkt via een uitzendbureau bij [bedrijf] , volgt daar een werk- en leertraject waarbij verdachte uitzicht heeft op een dienstverband voor onbepaalde tijd. Verdachte heeft afscheid genomen van zijn ‘foute’ vrienden en hij richt zich volledig op het familieleven.
Verdachte heeft verklaard dat hij – ondanks dat hij dit in eerste instantie zeer moeilijk vond - zijn familie en vriendin uiteindelijk heeft verteld wat hij heeft gedaan. Verdachte zegt veel spijt te hebben en hij is bereid de schadevergoeding te betalen. Volgens verdachte kan hij zich, nu hij een eigen woning heeft, goed indenken wat voor een impact de inbraak op het slachtoffer heeft gehad. Verdachte heeft verzocht om aan hem geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen omdat hij dan ‘alles’ kwijt zal raken.
Het hof heeft bij het bepalen van de straf acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor een woninginbraak zonder recidive hanteert het LOVS als oriëntatiepunt een gevangenisstraf van drie maanden onvoorwaardelijk.
Het hof houdt in strafmatigende zin rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft in hoger beroep het feit toegegeven, heeft spijt betuigd, is ‘first offender’, heeft zijn criminele vrienden achter zich gelaten en hij heeft inmiddels een goede baan met uitzicht op een vaste aanstelling. Verdachte heeft openheid van zaken gegeven en bovenal, zijn verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedrag.
Gelet op al het vorenstaande ziet het hof aanleiding om in het voordeel van verdachte van de oriëntatiepunten af te wijken. Het hof acht passend en geboden om aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, met daarbij en een taakstraf op te leggen van na te melden duur.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.700,00 ingediend, bestaande uit € 3.450,- aan materiële schade en € 250,- aan immateriële schade. De politierechter heeft dit bedrag toegewezen.
Materiële schade
Het hof zal de gevorderde materiële schade ter hoogte van € 3.450,- toewijzen, nu deze schade niet is betwist en het hof de schade niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Het toe te wijzen bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023, tot aan de dag der algehele voldoening. Het hof zal de verdachte, die als in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, veroordelen in de kosten en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil.
Immateriële schade
Artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek geeft een limitatieve opsomming van gevallen waarin de wet recht geeft op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen.
Van geen van deze gevallen is hier sprake. In dit verband is met name van belang dat ook geen sprake is van de in dat artikel genoemde “aantasting in de persoon op andere wijze”.
Van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ kan sprake zijn als de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld.
Hoewel de inbraak zonder meer een ingrijpende ervaring moet zijn geweest voor de benadeelde partij, is wat de benadeelde partij daarover heeft aangevoerd vergelijkbaar met de gevolgen die iedereen ervaart nadat onbekenden in de woning zijn geweest en spullen hebben meegenomen. De benadeelde partij heeft onvoldoende onderbouwd dat bij hem sprake is van geestelijk letsel als gevolg van het handelen van verdachte op 21 september 2023.
Een wettelijke grondslag voor vergoeding van de gevorderde immateriële schade ontbreekt dan ook. Het hof zal daarom de benadeelde partij in haar vordering voor wat betreft de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre aanbrengen bij de burgerlijke rechter.
Het hof stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en
dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. Het hof zal daarom bepalen dat verdachte de materiële schadevergoeding niet meer aan de
benadeelde partij hoeft te betalen indien de mededader deze al heeft betaald, en
andersom.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 3.450,00 (drieduizend vierhonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 3.450,00 (drieduizend vierhonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 34 (vierendertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 21 september 2023.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Hielkema, mr. L.J. Hofstra en mr. L. Pieters, in aanwezigheid van de griffier H. Pool en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 17 juni 2026.
Mr. Hofstra en mr. Pieters zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.