ECLI:NL:GHARL:2026:4078
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Wijma
- Orriëns-Schipper
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen sanctie parkeren op gehandicaptenparkeerplaats en toetsing evenredigheidsbeginsel
De betrokkene kreeg een sanctie van €440,- opgelegd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder het daarvoor bestemde voertuig te gebruiken. De kantonrechter matigde deze sanctie tot €165,- vanwege onevenredigheid en overschrijding van de redelijke termijn.
De officier van justitie ging in hoger beroep en stelde dat de kantonrechter buiten de geschilomvang trad door het sanctiebedrag te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel, dat volgens hem niet ambtshalve aan de orde was. Het hof oordeelde dat de kantonrechter wel binnen zijn bevoegdheid handelde, omdat de betrokkene in beroep had aangevoerd dat de sanctie onterecht was en dat, indien niet vernietigd, matiging op zijn plaats was.
Het hof benadrukte dat het evenredigheidsbeginsel, zoals opgenomen in de Awb, ook geldt bij de toetsing van het sanctietarief in de Wahv. De verhoging van het sanctietarief in 2012 was bedoeld om asociaal gedrag te sanctioneren, maar in deze zaak was sprake van een medewerkster die een mindervalide begeleidde en kort parkeerde. Daarom matigde het hof het sanctiebedrag tot €330,- en vervolgens met 25% wegens termijnoverschrijding tot €247,50.
Het hof vernietigde de eerdere beslissingen en stelde het beroep van de officier van justitie en betrokkene deels gegrond. Het arrest bevestigt dat rechters het sanctietarief mogen toetsen aan het evenredigheidsbeginsel en dat individuele omstandigheden meewegen bij matiging.
Uitkomst: Het sanctiebedrag voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats wordt gematigd tot €247,50.