ECLI:NL:GHARL:2026:4094

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
21-002711-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs opzettelijk gebruik valse geschriften bij schorsingsverzoeken

Verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor het opzettelijk gebruik maken van valse geschriften ter onderbouwing van schorsingsverzoeken. Het hof heeft het hoger beroep behandeld en daarbij vastgesteld dat verdachte niet-ontvankelijk is voor het hoger beroep tegen een beschermde vrijspraak van de politierechter.

Het hof heeft het bewijs opnieuw gewogen en geconcludeerd dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is om vast te stellen dat verdachte op de hoogte was van de inhoud van de brieven die door zijn vader waren opgesteld. De verklaringen in het dossier waren tegenstrijdig en deels onwaarachtig, waardoor het hof niet kon vaststellen dat verdachte bewust gebruik heeft gemaakt van de valse geschriften.

Daarom vernietigt het hof het vonnis van de politierechter en spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde. Het hof komt niet toe aan de vraag of de vader bevoegd was de brieven op te stellen, omdat het ontbreken van kennis bij verdachte over de inhoud doorslaggevend is.

De zaak werd behandeld door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, en het arrest werd uitgesproken op 19 juni 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij op de hoogte was van de inhoud van de valse brieven.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002711-25
Uitspraakdatum: 19 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Zwolle, van 11 juni 2025 met parketnummer 08-101618-24 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1984 in [plaats 1] ,
wonende te [adres] , [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 5 juni 2026 en wat op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ten aanzien van het hem onder 1 en 2 tenlastegelegde, beide inhoudende het opzettelijk gebruik maken van valse geschriften, tot een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman,
mr. D. Nieuwenhuis, hebben aangevoerd.

Omvang van het hoger beroep

Uit de akte instellen hoger beroep van 16 juni 2025 volgt dat het hoger beroep namens verdachte onbeperkt is ingesteld. De politierechter heeft verdachte partieel vrijgesproken van het onder feit 2 tenlastegelegde, namelijk voor zover dit ziet op de brief waar de naam van de internist [naam 2] op staat. Het hof is van oordeel dat dit een beschermde vrijspraak betreft. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het hoger beroep gericht is tegen deze partiële vrijspraak.
Het vonnis
De politierechter heeft verdachte veroordeeld voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde opzettelijk gebruik maken van valse geschriften tot een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is voor zover in hoger beroep nog aan de orde, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 2 augustus 2023 te [plaats 2] opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een brief van [bedrijf] (ondertekend door [verdachte] ) als ware het echt en onvervalst, door voornoemde brief (te laten) in (te) dienen ter onderbouwing van een schorsingsverzoek op de raadkamer gevangenhouding d.d. 2 augustus 2023;
2.
hij op of omstreeks 27 september 2023 te [plaats 2] opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een brief van [bedrijf] (zonder ondertekening door een persoon) als ware het echt en onvervalst, door voornoemde brief (te laten) in (te) dienen ter onderbouwing van een schorsingsverzoek op de raadkamer gevangenhouding d.d. 27 september 2023.

Vrijspraak

Gelet op de inhoud van het dossier en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, constateert het hof dat de vader van verdachte brieven heeft opgesteld voor verdachte, in het kader van onderbouwing van de verzoeken van verdachte tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis. Naar het oordeel van het hof zijn de inhoudelijke argumenten uit de brieven waarom verdachte zo spoedig mogelijk geschorst zou moeten worden onjuist gebleken en was de vader van verdachte volgens de werkgever niet bevoegd om dergelijke brieven namens de onderneming te schrijven. De acute noodzaak om verdachte weer aan het werk te kunnen laten gaan, bestond kennelijk niet, aangezien verdachte direct nadat zijn (tweede) schorsingsverzoek van 27 september 2024 werd toegewezen op vakantie is gegaan.
Voornoemde laat echter onverlet dat voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig moet zijn om de feiten zoals die aan verdachte worden verweten, bewezen te kunnen verklaren. Het hof overweegt dat de verklaringen in het dossier inhoudelijk zeer verschillend zijn. Zo verklaarde de vrouw van verdachte dat zij niets afweet van de opdracht tot het opmaken van de brieven, terwijl de vader van verdachte hierover verklaarde dat zij hem vroeg de brieven op te stellen. De zich in het dossier bevindende verklaringen kunnen niet alle waar zijn, en zijn dus in ieder geval voor een deel leugenachtig.
Het dossier bevat naar het oordeel van het hof echter onvoldoende bewijs om te kunnen stellen dat verdachte op de hoogte was van (de inhoud van) de brieven voordat zij werden ingediend. Verdachte houdt, ook in hoger beroep, vol dat hij de inhoud van de brieven niet kende, dat hij niet de opdracht had gegeven om deze brieven op te stellen en dat hij niet precies wist welke onderbouwing er aan zijn schorsingsverzoeken ten grondslag zou worden gelegd. De raadsman van verdachte bevestigde deze verklaring van verdachte ter zitting in hoger beroep en verklaarde dat schorsingsverzoeken bij gedetineerde cliënten vaker op deze wijze worden onderbouwd. Aan de vraag of de vader bevoegd was om de brieven al dan niet op te stellen komt het hof, nu niet vastgesteld kon worden dat verdachte op de hoogte was van de inhoud, dan niet meer toe.
Het hof heeft, gezien het voorgaande, uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde voor zover dit betrekking heeft op de brief van de internist [naam 2] .
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. Z.J. Oosting, mr. M.C. Fuhler en mr. I. Augusteijn, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes-de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 19 juni 2026.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 19 juni 2026.
Tegenwoordig:
mr. J.D. den Hartog, voorzitter,
mr. W. Gerretschen, advocaat-generaal,
D.D. Drost, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.